Vreemdelingenrecht

Bewaring / vereisten beroepsprocedure. Ingevolge de wet van 24 juni 2004 tot wijziging van de…

Zaakgegevens

Op 22 september 2004 heeft de Rechtbank 's-Gravenhage in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22 september 2004
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 04/40548
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3567
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bewaring / vereisten beroepsprocedure.

Ingevolge de wet van 24 juni 2004 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 stelt verweerder uiterlijk op de achtentwintigste dag na een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel de rechtbank van dat besluit in kennis, tenzij de vreemdeling voordien zelf beroep heeft ingesteld. Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder 2, Awb bepaalt dat het beroepschrift gronden bevat. Het beroepschrift bevat geen gronden in de zin van de Awb. Ter zitting is eiser in de gelegenheid geweest het verzuim te herstellen. Eiser heeft ter zitting geen gronden aangevoerd. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK te ‘s-GRAVENHAGE

nevenzittingsplaats Zwolle

sector vreemdelingenrecht

regnr.: Awb 04/40548

UITSPRAAK

op het beroep tegen de bewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd althans zich noemende:

A,

geboren op [...] 1983 te B,

nationaliteit Chinese,

IND dossiernummer 9901.02.8001,

thans verblijvende in het Huis van Bewaring te Ter Apel,

raadsman mr. M. Noot, advocaat te Deventer,

eiser,

tegen

DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE,

vertegenwoordigd door D.A. Riezebos,

ambtenaar bij de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND),

verweerder.

1 Procesverloop

Op 7 september 2004 is eiser, die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, met het oog op de uitzetting in bewaring gesteld omdat het belang van de openbare orde de inbewaringstelling vordert (artikel 59, eerste lid aanhef en onder a, Vw 2000).

Eiser heeft op 8 september 2004 tegen de maatregel van bewaring beroep ingesteld.

Het beroep is behandeld ter zitting van 20 september 2004. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouwe. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

2 Overwegingen

Op 1 september 2004 is de wet van 24 juni 2004, Stb. 2004, 298, tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de wijziging van het stelsel van de rechterlijke toetsing van vrijheidsontnemende maatregelen in werking getreden. Ingevolge deze wetswijziging stelt verweerder uiterlijk op de achtentwintigste dag na een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel de rechtbank van dat besluit in kennis, tenzij de vreemdeling voordien zelf beroep heeft ingesteld. Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het beroepschrift gronden bevat.

Het beroepschrift bevat geen gronden in de zin van de Awb. Ter zitting is eiser in de gelegenheid geweest het verzuim te herstellen. Eiser heeft ter zitting geen gronden aangevoerd.

Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Er bestaat geen grond voor het oordeel dat eiser misbruik heeft gemaakt van procesrecht nu eiser ter zitting heeft verklaard dat de reden voor het ingestelde beroep is gelegen in het verkrijgen van duidelijkheid over de voortvarendheid die verweerder bij de (voorbereiding van de) uitzetting betracht. Voor veroordeling van eiser in de kosten die verweerder in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, bestaat daarom geen aanleiding.

3 BESLISSING

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen als griffier op 22 september 2004

Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen een week na verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van “Hoger beroep vreemdelingenzaken”, postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage.

Artikel 85 Vw 2000 bepaalt dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat. Artikel 6:6 Algemene wet bestuursrecht (herstel verzuim) is niet van toepassing.

Afschrift verzonden: 22 september 2004