Strafrecht overig

Fotoconfrontatie is niet volgens de richtlijnen uitgevoerd zodat de uitkomst daarvan niet als bewijs kan…

Rechtbank Utrecht, 16 november 2007

Zaakgegevens

Op 16 november 2007 heeft de Rechtbank Utrecht in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Utrecht
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
16 november 2007
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
16-600980-07
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBUTR:2007:BC1698
E-mail

Samenvatting

Fotoconfrontatie is niet volgens de richtlijnen uitgevoerd zodat de uitkomst daarvan niet als bewijs kan dienen. Het gevolg hiervan is dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Verdachte wordt vrijsgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/600980-07

Datum uitspraak: 16 november 2007

Verkort vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats], Marokko,

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Utrecht,

Huis van Bewaring locatie Nieuwegein.

Raadsman: mr. G.J. Boven, advocaat te Leusden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

16 november 2007.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 19 juni 2007 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Utrecht, [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk

voornoemde [aangever] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik sla je voor je kop. Ik

maak je kapot. Ik maak je af en ik pak je nog wel!", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak

Niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd.

De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe dat de fotoconfrontatie, die ten behoeve van het bewijs heeft plaatsgevonden, niet conform de daarvoor geldende richtlijnen is uitgevoerd. Zo is niet gebleken dat de foto’s, waaronder die van verdachte, eerst aan testobservanten zijn getoond. Bovendien is in het door aangever [aangever] ondertekende proces-verbaal van de fotoconfrontatie niet vermeld welk nummer de foto had waarop hij verdachte herkende. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de uitkomst van de fotoconfrontatie niet als bewijs kan dienen, hetgeen wel noodzakelijk zou zijn geweest om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Heft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

Dit vonnis is gewezen door mrs. W. Foppen, P.K. van Riemsdijk en C.W. Bianchi, bijgestaan door mr. C.W.M. Maase-Raedts als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 november 2007.