Strafrecht overig
Vrijspraak. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op basis van de stukken en het verhandelde ter…
Rechtbank Utrecht, 17 januari 2011
ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1009 · Rechtbank Utrecht · 17 januari 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-utrecht/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbutr-2011-bp1009
Zaakgegevens
Op 17 januari 2011 heeft de Rechtbank Utrecht in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank UtrechtRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 januari 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 16/444142-09 [P]
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1009
Samenvatting
Vrijspraak. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op basis van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende is komen vast te staan dat er in de tapgesprekken versluierd gesproken wordt over de levering van kilo’s natte hennep. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt hem vrij.
Uitspraak
RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
parketnummer: 16/444142-09 [P]
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 januari 2011
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [1987] te [geboorteplaats]
wonende [adres], [woonplaats]
raadsman mr. S.D. Kurz, advocaat te Utrecht
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 15 december 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Op
3 januari 2011 is het onderzoek formeel gesloten.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 7 november 2008 tot en met 9 november 2008 al dan niet samen met (een) ander(en) opzettelijk een grote hoeveelheid van 65 kilo (natte) hennep heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd dan wel voornoemde hoeveelheid opzettelijk aanwezig heeft gehad.
3 De beoordeling van het bewijs
3.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat zij wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte in de periode van 7 november 2008 tot en met 9 november 2008 tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk een grote hoeveelheid hennep heeft verkocht en afgeleverd.
Zij baseert zich daarbij met name op de inhoud van tapgesprekken waarin o.a. over de getallen 40 en 25 wordt gesproken, zijnde 40 respectievelijk 25 kilo natte hennep. Ook wordt het getal 775 genoemd, welk bedrag staat voor de kiloprijs van natte hennep en er wordt gesproken over papieren, waarmee gedoeld wordt op de betaling.
Er wordt geleverd op het woonwagenkamp aan de [adres]te [plaats], alwaar ook medeverdachte [medeverdachte 1] woont.
3.2 Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit kan komen wegens het ontbreken van voldoende wettig dan wel het ontbreken van voldoende overtuigend bewijs. De raadsman heeft daartoe gesteld dat het dossier doordrenkt is van allerlei interpretaties, maar dat er nergens expliciet over hennep wordt gesproken.
3.3 Het oordeel van de rechtbank
Naar aanleiding van CIE-informatie met betrekking tot handel in verdovende middelen door de eigenaar en medewerkers van growshop “[growshop]” werd in januari 2008 door de politie een strafrechtelijk onderzoek gestart. Gedurende dit onderzoek ontstond het vermoeden dat er sprake was van een criminele organisatie die, met genoemde growshop als centraal middelpunt, zich bezighield met georganiseerde en professionele hennepteelt. Op 25 november 2008 werden in diverse woningen van verdachten en in de growshop doorzoekingen verricht, waarbij onder meer op verschillende plekken hennepresten, grote geldbedragen, agro-artikelen en hennepkwekerijen werden aangetroffen. Dit onderzoek, dat de naam ‘IJssel’ heeft gekregen, heeft geleid tot een einddossier waarin de onderzoeksbevindingen van de politie Utrecht in 18 onderscheiden zaakdossiers zijn neergelegd. Per zaakdossier is aangegeven over welk strafbaar feit of welke strafbare feiten wordt gerelateerd, wanneer die zouden zijn gepleegd en welke personen ervan worden verdacht daarbij betrokken te zijn.
In zaakdossier 5 is gerelateerd de verdenking jegens verdachte zoals hem ten laste is gelegd, dat hij in de periode van 7 november 2008 tot en met 9 november 2008 al dan niet samen met (een) ander(en) opzettelijk een grote hoeveelheid van 65 kilo (natte) hennep heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd dan wel voornoemde hoeveelheid opzettelijk aanwezig heeft gehad.
Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op basis van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende is komen vast te staan dat er in de tapgesprekken versluierd gesproken wordt over de levering van kilo’s natte hennep. In de tapgesprekken worden de getallen 40 en 25 genoemd, maar er is geen enkele onderbouwing voor het feit dat hiermee 40 respectievelijk 25 kilo hennep is bedoeld.
Er worden ook de getallen 9500 en 2390 genoemd, welke volgens de officier van justitie zien op betalingen voor de geleverde hennep. Uitgaande van een verkoopprijs van € 775,00 voor een kilo natte hennep, waar de officier mede op basis van de stukken vanuit is gegaan, zijn deze bedragen niet in overeenstemming met de hoeveelheid natte hennep die door verdachte geleverd zou zijn.
De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan en zal hem dan ook van dat feit vrijspreken.
4 De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit;
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Krol, voorzitter, mrs. J. Ebbens en M.P. Gerrits-Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.R. Koster-Nieuwenhuis, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 januari 2011.