Strafrecht overig

Verdachte heeft samen met anderen zich bezig gehouden met de productie en handel in hennep. Voorts heeft…

Rechtbank Utrecht, 15 juni 2011

Zaakgegevens

Op 15 juni 2011 heeft de Rechtbank Utrecht in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
15 juni 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
16.711867-10 [P]
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8069
E-mail

Samenvatting

Verdachte heeft samen met anderen zich bezig gehouden met de productie en handel in hennep. Voorts heeft verdachte deelgenomen aan een criminele organisatie die bedrijfsmatige productie van en handel in hennep tot doel had. Verdachte heeft duizenden hennepstekken aangeleverd. Verdachte is vele malen veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet. De rechtbank is, gelet op de ernst van de feiten en gelet op genoemde justitiele documentatie, van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van geruime duur geboden is. Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden noodzakelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16.711867-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 juni 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1969] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

raadsman mr. F. van Seventer, advocaat te Naarden.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 31 mei en 1 juni 2011, waarbij de officier van justitie, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 januari 2008 tot en met 2 november 2010:

1. zich (samen met anderen) heeft bezig gehouden met productie van en handel in hennep

2. heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die bedrijfsmatige productie van en handel in hennep tot doel had

3. (samen met anderen) een gewoonte heeft gemaakt van witwassen

3 De voorvragen

3.1 De geldigheid van de dagvaarding

De raadsman heeft betoogd dat de tenlastelegging van feit 2 partieel nietig zou moeten worden verklaard omdat niet is vermeld in de tenlastelegging om welke wet het gaat. De rechtbank ziet dit anders. In de eerste plaats is tijdens de behandeling van de zaak niet van enige onduidelijkheid bij de verdediging gebleken. In de tweede plaats staat onder feit 2 om welk strafbaar feit uit welke wet het gaat. De rechtbank acht de tenlastelegging wat betreft het tweede feit daarom geldig.

3.2 De bevoegdheid van de rechtbank

De rechtbank is bevoegd.

3.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

3.3.1 Ne bis in idem

De raadsman geeft aan dat zijn cliënt al in december 2008 voor het aanwezig hebben van hennep is veroordeeld. Voor zover de periode van de feiten 1 en 2 op de tenlastelegging betrekking heeft op 2008 zou de rechtbank hier rekening mee moeten houden. De raadsman noemt artikel 63 Wetboek van Strafrecht. De rechtbank begrijpt dit verweer tevens als een beroep op het ne bis in idem beginsel. De consequentie hiervan zou niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie moeten zijn.

De rechtbank stelt vast dat deze veroordeling blijkens het uittreksel uit het documentatie register en de overgelegde dagvaarding ziet op aanwezig hebben van 2,8 kilo hennep op 28 januari 2008.

Voor zover de tenlastelegging mede ziet op dit feit zal de rechtbank het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk verklaren.

3.3.2 Vormverzuim

De raadsman is van mening dat er sprake is van een vormverzuim zoals bedoeld in artikel 359a Wetboek van Strafvordering. Uit het BOB-verbaal op pag 1787 blijkt dat er eerder een opsporingsonderzoek onder dezelfde naam (Vrouw) is gestart op 8 juni 2009. Hiervan is verder niets bekend. De raadsman vraagt zich af of de rechtbank de betrouwbaarheid en rechtmatigheid van het onderzoek kan toetsen en of niet een van de genoemde gevolgen in genoemd artikel 359a Wetboek van Strafvordering op haar plaats is, te weten lagere strafmaat, bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkheid van het OM. Hij vraagt de rechtbank hier een uitspraak over te doen. In elk geval zou de rechtbank in zijn visie hiermee rekening moeten houden bij het bepalen van de hoogte van de straf.

De officier van justitie stelt dat in het BOB-verbaal een verkeerde datum staat. In juni 2009 is wel een project gestart dat op basis van bestaande CIE-informatie, oude processen-verbaal en openbare bronnen (zoals de Kamer van Koophandel) heeft bezien of het de moeite waard is een onderzoek te starten tegen een growshop. Dit project heette “Donderslag”. Dit project is op 1 oktober 2009 geëindigd. Op 1 juni 2010 is het onderzoek “Vrouw” gestart. Hierbij is op enig moment gebruik gemaakt van de gegevens uit het project “Donderslag”. Op 27 september 2010 is bij proces-verbaal een verzoek voor toestemming gedaan om gebruik te maken van de gegevens uit het project “Donderslag”. De officier verwijst naar pagina 629 van het proces-verbaal waarin dit is gerelateerd en waarin duidelijk is aangegeven dat soms data en projectnamen door elkaar zijn gehaald.. Bovendien was hij in juni 2009 op vakantie en zou er onder zijn leiding helemaal geen onderzoek kunnen zijn gestart. Er is met andere woorden in zijn ogen geen sprake van een vormfout.

De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een vormfout als bedoeld in artikel 359a Wetboek van Strafvordering. De rechtbank accepteert de uitleg van de officier van justitie. Een andere verklaring voor de datum 8 juni 2009 is niet aannemelijk geworden.

Dit betekent dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging.

3.4 Overige voorvragen

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij onder meer op het feit dat onvoldoende vaststaat dat de aan verdachte toegeschreven telefoonnummers inderdaad door hem gebruikt zijn en dat er geen enkele relatie bestaat tussen verdachte en de garagebox [adres] te [woonplaats], nadat hij de sleutel daarvan aan [medeverdachte 1] heeft gegeven.

Ten aanzien van feit 3 is de raadsman van mening dat er vrijspraak moet volgen voor het (gewoonte)witwassen. De verdachte verklaart ter zitting niet te weten hoeveel geld hij verdient, maar dat de boekhouding duidelijk is. Tevens verklaart hij dat zijn vrouw geen eigen inkomsten heeft. Verder verklaart hij dat de stacaravan voor veel meer geld is verzekerd dan dat die nu waard is. De auto’s heeft hij in de loop van jaren aangeschaft.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1 Algemeen

Naar aanleiding van CIE-meldingen in 2009 en 2010 is een onderzoek gestart naar de growshop [growshop] op [industrieterrein].

De verdenking die politie weergeeft in het proces-verbaal houdt in dat sprake is van samenwerking met het oogmerk verschillende stadia van georganiseerde en professionele hennepteelt te faciliteren. Gedurende dit onderzoek komen [verdachte] en [medeverdachte 1] in beeld in verband met de levering van hennepstekken. Het onder 1 tenlastegelegde ziet kennelijk op deze leveranties.

4.3.2 Het onder 1 tenlastegelegde: levering van hennepstekken

In het dossier bevindt zich een groot aantal verklaringen van personen die op enig moment een hennepplantage hebben geëxploiteerd en die verklaren over de herkomst van stekjes, waarvan een aantal ook binnen de tenlastegelegde periode.

De rechtbank is van oordeel dat die verklaringen voor wat betreft het onder 1 tenlastegelegde slechts dan aan het bewijs van de tenlastegelegde periode kunnen bijdragen wanneer er voldoende aanknopingspunten zijn dat [verdachte] daarbij betrokken was.

Onvoldoende aanknopingspunten voor betrokkenheid van [verdachte] zijn te vinden in de verklaringen die uit oudere onderzoeken zijn verzameld.

Ook uit de verklaring van [A] blijkt onvoldoende van betrokkenheid.

Voldoende bewijs van medeplegen van leveringen van hennepstekjes is er in ieder geval voor de gevallen waarbij [verdachte] via telefoonverkeer betrokken was.

De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat [verdachte] de nummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] voor die bestellingen gebruikte en daarnaast gebruik maakte van het nummer [telefoonnummer]. Dat blijkt uit de volgende bewijsmiddelen.

? De rechtbank stelt vast dat het nummer [telefoonnummer] in de tapweergave aangeduid als TA02 respectievelijk TD01 wordt gebruikt door [verdachte] op grond van het volgende:

[E] verklaart dat hij van iemand achter de bar in de growshop [growshop] een nummer heeft gekregen waar hij stekjes kon bestellen. Hij herkent naar aanleiding van het voorhouden van een sms aan zijn nummer, afkomstig van [telefoonnummer] en eindigend met “ Gr b2”, de foto van [verdachte] als de B2 die in zijn telefoon voorkomt, oftewel Bolle [verdachte], die hij ook in de growshop is tegengekomen en tegen wie hij toen zei: ik heb jouw nummer.

Het telefoonnummer [telefoonnummer] maakt voornamelijk gebruik van paallocatie [adres] te [woonplaats]. Deze bevindt zich in de nabijheid van [adres] [woonplaats], het woonadres van [verdachte].

De gebruiker van dit nummer wordt in sms-berichten [verdachte] genoemd.

De gebruiker van dit nummer wordt in sms-berichten B2 genoemd, net als de gebruiker van nummer [telefoonnummer]. Een sms van 9 september 2010 houdt in: don’t use this number anymore.

? De rechtbank stelt vast dat het telefoon nummer [telefoonnummer] in de tapweergave aangeduid als TD02 respectievelijk TD04 wordt gebruikt door [verdachte] op grond van deze koppeling van nummer [telefoonnummer] aan [verdachte] en het volgende:

Dit telefoonnummer maakt voornamelijk gebruik van paallocatie [adres] te [woonplaats]. Deze bevindt zich in de nabijheid van [adres] [woonplaats], het woonadres van [verdachte]. De gebruiker van dit nummer wordt in sms-berichten B2 genoemd.

De lijn met nummer [telefoonnummer] wordt niet meer gebruikt na het actief worden van nummer [telefoonnummer]. De lijn met nummer [telefoonnummer] en dit nummer hebben 54 contacten gemeen.

Dit nummer komt voor als ST B in de telefoon van [medeverdachte 2]. Deze verklaart dat St B staat voor Stekkenboer.

? De rechtbank stelt vast dat het nummer [telefoonnummer] in de tapweergave aangeduid als TD03 wordt gebruikt door [verdachte] op grond van het volgende:

De gebruiker van dit nummer smst op 4 oktober 2010 met als afzender “peter”.

De gebruiker van dit nummer belt op 30 oktober 2010 en zegt dat hij na morgen 15.00 thuis is, [adres] [woonplaats]. Op dit adres is ingeschreven [verdachte]. [verdachte] verklaart op 2 november 2010 dat dit zijn telefoonnummer is.

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] betrokken was bij leveranties van stekken

meermalen in de loop van 2010 aan [B], tweemaal aan [C] op 16 augustus en op 27 september 2010, driemaal op 17 augustus 2010 onder meer aan [D], op 24 augustus 2010 aan [E], in september 2010 aan [F] en op 1 november 2010 aan [G].

De rechtbank baseert dit op de volgende bewijsmiddelen, per levering:

Leveringen aan [B]: deze verklaart op 19 november 2010 over een bij hem aangetroffen hennepkwekerij aan de [adres] in [woonplaats]. Hij is in januari 2010 begonnen met kweken, de eerste oogst was na 2,5 maand klaar. Hij was met zijn 4e oogst bezig. [J] zou gratis spullen voor de kweek leveren met als tegenprestatie de helft van de oogst, [J] belde om spullen af te halen op Mc Donalds [industrieterrein], Makro [industrieterrein], Gamma winkelcentrum Overvecht. [B] sprak op bovengenoemde plekken af om de planten aan [J] te geven. [B] had per kweek tussen 4 en 5 kg hennep, per kilo € 3.000,-- winst. Een week na afgifte van de planten aan [J] kreeg hij de helft van de opbrengst en nieuwe stekjes van [J].

[B] verklaart op 4 januari 2011 dat zijn telefoonnummer is [telefoonnummer]. Hij kreeg een sms over levering van hennepstekjes. Een stekje was € 3 per stuk. Hij wist hoe lang die dingen moeten groeien en tegen die tijd kreeg hij een smsje. Dan spraken zij af en kreeg hij geld.

? De processen-verbaal van afluisteren van telefoonnummer [telefoonnummer] houden onder meer het volgende in:

19-08-2010 12:34 uur Sms uit aan nummer [telefoonnummer]: 14.30u Bij Tuin. Centr. O’vecht te Utr.!!

Leveringen aan [C]: deze verklaart op 3 november 2010 naar aanleiding van een op 3 november 2010 bij hem aangetroffen hennepplantage op de [adres], dat hij drie en een halve maand eerder 100 stekjes heeft gekocht en de laatste keer 185 of 184 stuks, nu ongeveer een week oud, beide keren via de telefoon. [C] verklaart aanvullend op 25 november dat hij op 13 oktober 2010 in de growshop op de [adres] te Nieuwegein, waar hij die dag is aangehouden, informatie heeft gevraagd over hennep omdat hij een misoogst had gehad. Zijn telefoonnummer is [telefoonnummer] .

? De processen-verbaal van afluisteren van telefoonnummer [telefoonnummer] houden onder meer het volgende in:

16-08-2010 11:53:10 uur Sms in met nummer [telefoonnummer]: Oke

16-08-2010 11:53:38 uur Sms uit aan nummer [telefoonnummer]: Toppie! Stuur een sms als je r staat. Wees aub op tijd! Veiligheid voor alles! Gr.b2.

16-08-2010 15:25 uur Sms in met nummer [telefoonnummer]: Ik sta er

16-08-2010 15:27 uur Sms uit aan nummer [telefoonnummer]: Hij komt r nu aan!! Gr.b2.

? De processen-verbaal van afluisteren van telefoonnummer [telefoonnummer] houden onder meer het volgende in:

27-09-2010 11:28 uur Sms uit aan nummer [telefoonnummer]: Je zit r bij vandaag! Sms me nu of je ze wilt! Ja! Of nee? Gr. b2.

27-09-2010 11:29 uur Sms in met nummer [telefoonnummer]: Ja zekker

27-09-2010 12:03 uur Sms uit aan nummer [telefoonnummer]: 14:30 aan de ACHTERKANT van de MAKRO te Nieuwegein!! Stuur direct een bevestiging!! Gr.b2.nw.nr!!

Leveringen aan onder meer [D]

? Het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot [D]:

Een Opel Astra kenteken [kenteken] rijdt op 13/8/2010 growshop [growshop] binnen, de bestuurder is een vrouw, de bijrijder man. Het kenteken staat op naam van [naam].

Uit Blue view-politiegegevens blijkt dat [D] op 8 oktober 2009 is aangehouden, en dat in een proces-verbaal van verhoor melding wordt gemaakt van een vriendin [naam].

Deze Opel Astra 5 deurs rijdt op 17 augustus 2010 op de parkeerplaats van de Macro te Nieuwegein achter een witte bestelbus aan. (betreft: TA02, 49,50,151-162, 178-183).

? Het proces-verbaal camerabeelden betreffende de Macro Nieuwegein op 17-08-2010 dat inhoudt:

13.34-13.35 uur: een witte bestelauto (waarschijnlijk Citroën Jumpy, Fiat Scudo of Peugeot Expert) rijdt achterparkeerterrein op, zo ook een Seat Leon. Deze rijdt achter de witte bestelauto het terrein af, richting Ravensewetering

14.29-14.34: Een Opel Astra (2004-2009) met brandende achterlichten staat geparkeerd bij de Macro Nieuwegein, met achterzijde naar pand, voorzijde naar [industrieterrein]. Als een witte bestelauto, die overeen lijkt te komen met de eerder genoemde bestelauto, voorlangs passeert rijdt de Opel Astra erachteraan, en 14.34 -14.35 registreren camera’s aan de achterzijde van het pand dat 2 gelijkende auto’s uit beeld rijden, de personenauto achter de bestelauto aan.

15.32-15.34: Een donkere Ford Focus staat geparkeerd met de voorzijde naar [industrieterrein]. Een witte bestelauto (overeenkomend met de eerder beschreven bestelauto) passeert, dan rijdt de donkere auto er achteraan, 15.35 uur rijden beiden het beeld van de camera’s achter uit, richting Ravensewetering.

? Een Peugeot Expert [kenteken] staat sinds 14-09-2009 op naam van [medeverdachte 1].

[medeverdachte 1] verklaart dat hij deze auto niet uitleent.

? De processen-verbaal van afluisteren van telefoonnummer [telefoonnummer] op 17 augustus 2010 houden onder meer het volgende in:

17-08-2010 13:28:19 uur Sms in met nummer [telefoonnummer]: BEN DER

17-08-2010 13:28:31 uur Sms uit aan nummer [telefoonnummer]: Hij komt nu naar jou toe! Gr. b2.

17-08-2010 11:26 uur Sms uit aan nummer [telefoonnummer] ten name van [D]:

14.30u aan de achterkant van de MAKRO te N’gein!! Stuur DIRECT een bevestiging!! Gr.b2.

17-08-2010 11:31 uur Sms in met nummer [telefoonnummer] : Oke

17-08-2010 11:31 uur Sms uit aan nummer [telefoonnummer]: Toppie! Stuur een sms als je r staat! Wees aub op tijd! Veiligheid voor alles! Gr. b2.

17-08-2010 14:26 uur Sms in met nummer [telefoonnummer] : Ben er

17-08-2010 14:28 uur Sms uit aan nummer [telefoonnummer]: Hij komt nu naar jou toe! Gr. b2.

17-08-2010 14:48 uur Sms uit aan nummer [telefoonnummer]: Hij komt nu naar jou toe! Gr. b2.

Levering aan [E]: deze verklaart op 30 september 2010 naar aanleiding van een hennepkwekerij in zijn woning [adres] [woonplaats]. Hij is te bereiken op telefoonnummer [telefoonnummer].

De spullen voor de hennepkwekerij heeft hij 2ehands gekocht. Het was iemand die bij growshop [growshop] langskwam met een witte bestelauto. Hij heeft een telefoonnummer gekregen van de growshop en kon bij hem (de rechtbank begrijpt: dit nummer) stekjes bestellen.

Hij kreeg een sms “wordt aan gewerkt”. Daarna een sms dat hij bij Tamoil gaat staan en dan sms-en dat hij daar stond. Toen kwam een blauwe bestelauto waar hij achteraan moest rijden naar een stuk tussen Mc Donalds en A12 waar de stekken werden overgeladen. Hij betaalde voor de stekken € 3,--, aan degene die de stekjes bracht. Hij heeft 85 stekken gekocht.

[E] verklaart dat B2 dezelfde is als bolle [verdachte], dik, met een kaal hoofd. Hij herkent [verdachte] als B2 op de hem getoonde foto en verklaart dat hij diens nummer kreeg van iemand achter de bar van growshop [growshop], en dat hij hem daarna beneden tegenkwam.

? De processen-verbaal van afluisteren van telefoonnummer [telefoonnummer] houden onder meer het volgende in:

17-08-2010 13:04 uur Sms in met nummer [telefoonnummer]: Heb je er 85 volgende week dinsdag gr leo

17-08-2010 13:08 uur Sms uit aan nummer [telefoonnummer]: Staat genoteerd! Gr. b2.

24-08-2010 11:46 uur Sms uit aan nummer [telefoonnummer]: Je zit r bij vandag!! Info volgt! Stuur mij nu!!... ja, ik wil ze… Of nee bedankt!! Gr. b2.

24-08-2010 11:49 uur Sms in met nummer [telefoonnummer]: Ja ik wil ze

24-08-2010 12:31 uur Sms uit aan nummer [telefoonnummer]: 17.00u bij TAMOIL te n’gein

24-08-2010 12:33 uur Sms in met nummer [telefoonnummer]: Ja oke

24-08-2010 16:50 uur Sms in met nummer [telefoonnummer]: Ik ben er

Levering aan [F]: deze verklaart op 7 oktober 2010: De kwekerij in de woning [adres] te [woonplaats] is van hem. Hij heeft zijn telefoonnummer afgegeven. Hij zou gebeld worden als de stekken klaar waren. Hij moest toen naar het terrein van de Gamma in Nieuwegein. De 150 stekken van de soort [kenteken] kostten € 3,-- per stuk. Ze werden gebracht door een man in een witte Citroen Berlingo ,

Aanvullend verklaart Canbolat op 24 november 2010: Zijn telefoonnummer is [telefoonnummer]. Zijn telefoon leent hij niet uit. Hij zou een sms krijgen als het zover was. Hij heeft mensen gevonden die er mee bezig zijn, te zoeken in de hoek van industrieterrein [industrieterrein] in Nieuwegein.

Hij kreeg een sms dat er niet geleverd kon worden omdat er problemen waren. Op een woensdag kreeg hij een sms dat hij ze op een industrieterrein bij de Gamma op [industrieterrein] kon halen.

Een chauffeur van een witte combo (waarmee hij bedoelt een bestelauto met dichte achterkant) wenkte dat ik achter hem aan moest rijden. Op een parkeerplaats vond de overdracht plaats van wietstekjes. Het type was [kenteken].

De stekjes zijn oorspronkelijk van een growshop, naar [F] heeft gehoord van vrienden, van wie hij ook hoorde dat deze jongens opgepakt zijn. Er zitten twee growshops. Een is legaal, de niet Nederlandse. Hij heeft gehoord dat ze daar vandaan komen. Het materiaal is bij de Nederlandse vandaan gekomen, het Groeipaleis.

[F] heeft het geld overhandigd aan een jongen die de levering deed voor 175 wietstekjes. Ze kwamen in een grote doos, de plantjes zaten in traytjes van ongeveer 100.

Het telefoonnummer [telefoonnummer], is van die B2. Volgens [F] heeft hij van zijn contactpersoon gehoord dat B2 zelf niet gaat rijden. [F] heeft ook nog gesmst voor een ander, dat ging om 320 stekjes. Hij heeft begrepen dat B2 een fors persoon is.

? De processen-verbaal van afluisteren van telefoonnummer [telefoonnummer] vermelden verschillende gewisselde sms-en tussen dit nummer en nummer [telefoonnummer] ten name van [F] over een bestelling begin september.

Levering aan [G]:

Een proces-verbaal van stelselmatige observatie houdt onder meer in: op maandag 1 november 2010 wordt waargenomen dat een man, welke later werd herkend als [medeverdachte 1], het portiek van een flat, waarin de woning [adres] te [woonplaats], uitliep. [medeverdachte 1] liep in de richting van de Peugeot [kenteken]. Omstreeks 9.01 uur reed de Peugeot weg. Omstreeks 11.25 uur werd de Peugeot [kenteken] geparkeerd op de [adres] te [woonplaats]. [medeverdachte 1] stapte uit de Peugeot en liep richting een aantal garageboxen in een doodlopend gedeelte van [adres]. [medeverdachte 1] opende een groene garagedeur welke eerder bleek te zijn voorzien van nummer 25. [medeverdachte 1] en een onbekende ander liepen meermalen de garagebox in en uit. Omstreeks 12.27 uur stapte [medeverdachte 1] als bestuurder in de Peugeot [kenteken]. Deze Peugeot en een Peugeot met kenteken [kenteken] werden achteruit geparkeerd voor de eerder genoemde garagebox met nummer 25. [medeverdachte 1] en de onbekende man liepen meermalen de garagebox uit en in met een doos in hun handen. Deze dozen werden gelegd in de laadruimte van de Peugeot [kenteken]. [medeverdachte 1] liep naar de Peugeot met kenteken [kenteken] en beide Peugeots reden weg.

Omstreeks 13.50 uur reed de Peugeot met kenteken [kenteken] over het terrein van tuincentrum Overvecht en verliet dit meteen weer. Daarachter reed een bestelauto van het merk Fiat. Vervolgens reden de Peugeot en de witte Fiat een parkeerplaats op aan de St. Anthoniesdijk te Utrecht. De Peugeot en de witte Fiat stopten en de inzittenden stapten uit. Vervolgens laadden twee mannen afkomstig uit de Fiat en [medeverdachte 1] meerdere bruine dozen van uit de Peugeot met kenteken [kenteken] in de witte Fiat met kenteken [adres] over. Omstreeks 13.54 uur stapten de twee onbekende mannen in de witte Fiat en reden weg. Omstreeks 14.01 uur werd deze Fiat aangehouden op de Darwindreef.

? Een proces-verbaal van bevindingen houdt in dat op maandag 1 november 2010 in een in beslag genomen Fiat met kenteken [kenteken] 11 bruine kartonnen dozen werden aangetroffen. Daarin bevonden zich voor de verbalisant herkenbare plantjes een vermoedelijk steenwol pluggen.

? [G] heeft verklaard: Ik ben 1 november aangehouden door de politie in een witte Fiat bus. Ik heb 2100 stekken vorige week besteld via sms. Ik kreeg een sms terug dat dit geleverd zou gaan worden. Ik heb de chauffeur van de witte bestelbus € 2000,-- betaald voor 2100 stekken. Ik weet niet wie er achter het 06 nummer zit. Volgens mij noemt die jongen zich b1 of b2.

Ik heb mijn nummer achtergelaten bij Growshop [H]. [growshop] komt me wel bekend voor. Er was een man van een Noord Afrikaans type, ik ken er maar een en die noem ik [H]. De prijs van haesstekken € 5,-- per stuk, de prijs van gewone stekken is € 1,-- per stuk, ik had gisteren 40 haesstekken en 2100 gewone dus het klopt wel dat ik in totaal 2140 stekken had.

Een proces-verbaal van stelselmatige observatie d.d. 29/10/2010 houdt in dat die dag gezien is dat [medeverdachte 1] de groene kanteldeur van garagebox [adres] [woonplaats] dichtdoet.

Er is dus sprake van frequente leveringen, soms meermalen op een dag, zoals op 17 augustus 2010. Van der velde had ook met een ander hennepstekken aanwezig in een garagebox: in de woning van [verdachte] is een huurcontract aangetroffen voor de garagebox [adres], dat op naam stond van [verdachte] bedrijf [bedrijf] , hij heeft de sleutel van de box aan [medeverdachte 1] gegeven en bij doorzoeking op 2/11/2010 van [adres] te [woonplaats] is onder meer het volgende aangetroffen:

strijkzakken, 2 weegschalen, diverse bescheiden mbt hoeveelheden ‘P’ en ‘S’, kweekstokjes, 873 wietstekjes, 168 kweekbakken, 3 koolstoffilters, 1 kachel, 1 stekkerdoos, 1 ventilator, 1 zak met hydrokorrels Perlite, 2 afvoerslangen, 13 kisten metalen beslag/restanten hydrokorrels, strijkbout.

Uit het tot driemaal toe leveren op 17 augustus 2010 en uit hetgeen is komen vast te staan over de hoeveelheden stekjes die aan anderen geleverd zijn leidt de rechtbank af dat ook op die datum sprake was van vervoer en aanwezig hebben van meer dan 30 gram hennep.

4.3.3 Het onder 2 tenlastegelegde: de organisatie

De rechtbank acht bewezen dat – in ieder geval – bij de bewezenverklaarde stekkenleveringen op 17 augustus 2010 en 1 november 2010 sprake is van communicatie over bestellingen via een telefoonnummer, gebruikt door [verdachte], waarbij vervolgens [medeverdachte 1] optreedt als koerier.

[medeverdachte 1] heeft kort voor de levering van 1 november 2010 ook aantoonbaar contact met [verdachte] over een daaropvolgende actie.

De duurzaamheid van de relatie met [medeverdachte 1] wordt onderstreept door diens betrokkenheid – heel 2010 - bij de garagebox [adres] te [woonplaats], waar stekjes en andere benodigdheden voor hennepteelt zijn aangetroffen, door het gegeven dat [verdachte] in juli 2010 de reparatie van zijn, [medeverdachte 1][naam], auto betaalt en door het feit dat kennelijk [medeverdachte 1] zelf het telefoonnummer [telefoonnummer] waarneemt in een periode dat [verdachte] op vakantie is.

Gelet op de bewezenverklaarde tijdstippen, de frequentie van de bestellingen op 17 augustus 2010, de contacten tussen [verdachte] en de afnemers en tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] en ten slotte de kennelijk voor op- en overslag bedoelde garagebox acht de rechtbank bewezen dat sprake is van een organisatie in de zin van artikel 11A Opiumwet.

De bewijsmiddelen waarop dit oordeel is gebaseerd zijn, naast de bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1, de volgende:

? [medeverdachte 1] herkent een op 1 november 2010 omstreeks 9:42 uur gevoerd telefoongesprek met ([telefoonnummer]) [verdachte], dat onder meer inhoudt:

“ Heb je al een tijd?”

[verdachte]: “ Nee”

“ Nou oh nou dan hoor ik het straks wel. Ga ik even naar huis een bakkie doen en gaan we straks in actie.”

? Het huurcontract van de garagebox [adres] staat op naam van [verdachte]’s bedrijf [bedrijf].

? Bij doorzoeking op 2/11/2010 van [adres] te [woonplaats] is onder meer het volgende aangetroffen:

strijkzakken, 2 weegschalen, diverse bescheiden mbt hoeveelheden ‘P’ en ‘S’, kweekstokjes, 873 wietstekjes, 168 kweekbakken, 3 koolstoffilters, 1 kachel, 1 stekkerdoos, 1 ventilator, 1 zak met hydrokorrels Perlite, 2 afvoerslangen, 13 kisten metalen beslag/restanten hydrokorrels, strijkbout

? Een proces-verbaal van stelselmatige observatie d.d. 29/10/2010 houdt in dat die dag gezien is dat [medeverdachte 1] de groene kanteldeur van garagebox [adres] [woonplaats] dichtdoet.

? Een proces-verbaal bevindingen houdt in dat [I] verklaard hebben dat [verdachte] reparaties aan zijn autos door hun bedrijf liet uitvoeren, waarbij zij onder meer een rekening t.a.v. [bedrijf] tonen d.d. 15 februari 2010 betrekking hebbend op de auto met kenteken [kenteken].

De rechtbank spreekt vrij voor zover ten laste is gelegd dat er ook een organisatie bestond waarvan ook “de growshop [growshop]” deel uitmaakte (de in de tenlastelegging genoemde [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] ).

Er is in zoverre niet komen vast te staan dat sprake was van een duurzame en structurele samenwerking.

Het feit dat enkele klanten van [verdachte] (en [medeverdachte 1]) hebben verklaard dat zij het telefoonnummer van [verdachte] kregen van enige persoon aanwezig in die growshop en/of dat hun nummer zou zijn doorgegeven aan [verdachte] door iemand van de growshop en het feit dat in een jas in die growshop (waarvan de eigenaar niet is komen vast te staan) een briefje is aangetroffen met aantallen “p” en telefoonnummers en namen van personen die contact hebben gehad met [verdachte] is daartoe onvoldoende.

Het geregelde bezoek van [verdachte] aan de growshop en telefonische contacten van [verdachte] met [medeverdachte 5] maken dit niet anders. De inhoud van de contacten is niet bekend en het is goed mogelijk dat die, zoals [medeverdachte 2] verklaart, zien op afname van - op zichzelf - legale goederen, zoals dozen om stekken in te vervoeren, zoals ook zou kunnen blijken uit verschillende sms berichten waarin om “dzn” wordt gevraagd.

4.3.4 Het onder 3 ten laste gelegde: witwassen

De rechtbank is van mening dat het feit gewoonte-witwassen wettig en overtuigend bewezen is. De rechtbank acht de verklaring van verdachte (zoals weergegeven onder 4.2) niet aannemelijk. Het is een feit van algemene bekendheid dat met de handel in hennep veel geld wordt verdiend en dat er veel contant geld in omgaat. Zo is bij verdachte in huis 16.470 euro aan contanten in beslag genomen, waarvan 10.000 euro werd aangetroffen onder een tafel. Verder zijn er stortingsbewijzen van contante betalingen voor een bedrag van 23.127,87 euro . Verdachte blijkt aan het CJIB 5.250 (betaling in termijnen van 750 euro van een ontneming) en 5.000 euro (geldboete) te hebben betaald. Alleen al deze bedragen staan niet in verhouding tot de inkomsten van verdachte. Deze bedragen, zo blijkt uit de gegevens afkomstig van de boekhouder van het bedrijf van [verdachte] zijn in de jaren 2007, 2008 en 2009 resp. 34.000, 19.000 en 13.000 euro.

Het bezit (en verzekering) van de volgende goederen laat zich helemaal niet verklaren uit de inkomsten uit het bedrijf van verdachte: een Suzuki (waarde minimaal 17.500 euro), een Peugeot Expert , een Opel Combo , een Peugeot 806 , een BMW X5 (aanschafprijs 24.500 euro = verkoop Audi A6 + 14.500 euro ), een stacaravan (verzekerde waarde van caravan 80420 euro en van inboedel 21250 euro , staanplaatskosten 1379 euro per jaar + vaste kosten ) en een speedboot Invader (verzekerd voor 18.500 euro) . De reparatiekosten van die auto’s bedroeg alleen al 10.893 euro .

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 2 november 2010 te Nieuwegein, althans in het arrondissement

Utrecht, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander althans alleen,

telkens opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of verwerkt en verkocht

en afgeleverd en verstrekt en vervoerd en opzettelijk aanwezig

heeft gehad,

(telkens) een grote hoeveelheid (als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van

de Opiumwet) hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,

zijnde hennep telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die

wet;

2.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari

2010 tot en met 2 november 2010 te Nieuwegein, althans in het arrondissement

Utrecht, heeft deelgenomen aan een organisatie, die bestond uit een duurzaam

samenwerkingsverband van twee personen, te weten hij, verdachte en [medeverdachte 1], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als

bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid, te weten

het (telkens) (in de uitoefening van beroep of bedrijf) opzettelijk

telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken,

vervoeren en/of opzettelijk aanwezig hebben van (grote) hoeveelheden hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2008

tot en met 2 november 2010, te [woonplaats], in elk geval in Nederland,

(telkens) van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeftverdachte (telkens)

- van onderstaande voorwerpen (telkens) de werkelijke aard en/of herkomst

verborgen en/of verhuld, en/of

dat/die voorwerp(en) voorhanden gehad en/of

- onderstaand(e) voorwerp(en) verworven en/of voorhanden gehad en/of

overgedragen en/of omgezet en/of van genoemd(e) voorwerp(en) gebruik gemaakt,

te weten

- meer geldbedragen, te weten een bedrag van Euro 16.470,- in contanten en

een contante betaling van (ongeveer) Euro 10.000,- aan Vakgarage De Liesbosch en

contante stortingen van (ongeveer) in totaal Euro 10.250,- op de bankrekening van het CJIB en (ongeveer) in totaal Euro 23.127,87 op rekening van diverse instellingen

voor onder meer vaste lasten en

- meer voertuigen, te weten een Suzuki, type Grand Vitara en een

Peugeot, type Expert en een Nissan, type Serena en een Opel, type Combo

en een Peugeot, type 806 en een BMW, type X5 en een Audi, type A6

en

- een speedboot, merk Invader, type V265 Elan,

terwijl verdachte telkens wist, dat die voorwerpen - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1: Eendaadse samenloop van medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd terwijl eenmaal het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel

Feit 2: Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet,

Feit 3: Van het plegen van witwassen een gewoonte maken

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht en rekening houdend met het strafblad van verdachte- gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat bij de strafmaat rekening gehouden dient te worden met een vormverzuim dat heeft plaatsgevonden in het voorbereidend onderzoek. Daarnaast verzoekt de verdediging bij het opleggen van een straf rekening te houden met het feit dat verdachte een eigen onderneming heeft, voorzitter is van de hondenclub, met de ziekte van zijn vrouw en verdachtes eigen verslechterde gezondheid.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft samen met anderen zich bezig gehouden met de productie en handel in hennep. Voorts heeft verdachte deelgenomen aan een criminele organisatie die bedrijfsmatige productie van en handel in hennep tot doel had. Verdachte heeft duizenden hennepstekken aangeleverd.

Softdrugs zijn stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Dit is de reden dat de verstrekking van softdrugs aan banden is gelegd. Door de handelwijze van verdachte wordt dit restrictieve beleid doorkruist.

Verdachte is vele malen (in 1998, 2005, 2006 en 2008) veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet. De rechtbank is, gelet op de ernst van de feiten en gelet op genoemde justitiele documentatie, van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van geruime duur geboden is. Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden noodzakelijk is.

7 Het beslag

7.1 De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat de voorwerpen tot het begaan van de feiten 1 en 2 zijn vervaardigd of bestemd. Verder zijn de voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.

7.2 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 47, 55, 57, 420ter van het Wetboek van Strafrecht en artikel 11 en 11a van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

-verklaart het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk voorzover de tenlastelegging zou zien op aanwezig hebben van 2,8 kilo hennep op 28 januari 2008;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: Eendaadse samenloop van medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd terwijl eenmaal het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel

Feit 2: Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet,

Feit 3: Van het plegen van witwassen een gewoonte maken

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verstaat dat het conservatoir beslag gehandhaafd wordt ten aanzien van de op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd: 1-3;

-verklaart onttrokken aan het verkeer de op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd: 4 en 4a;

- gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 5, 6, 7, 8a, 9-20 ;

-verstaat dat gevoegd wordt bij het voorwerp genummerd 1 het op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 8.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mr. A. Wassing en mr. P.W.G. de Beer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Scheffer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 15 juni 2011.

Mr. de Beer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.