Bestuursprocesrecht
Toepassen spoedeisende bestuursdwang; illegaal storten afval
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 juni 2020
ECLI:NL:RBZWB:2020:2962 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 5 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2020-2962
Zaakgegevens
Op 5 juni 2020 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 juni 2020
- Datum publicatie
- 8 juli 2020
- Zaaknummer
- 20/6249
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2020:2962
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toepassen spoedeisende bestuursdwang; illegaal storten afval
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: 20/6249 WET VV
uitspraak van 5 juni 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak van
[naam verzoeker], te Breda, verzoeker.
1 Procesverloop
Verzoeker heeft bij brief van 21 april 2020, door de rechtbank ontvangen op 23 april 2020, verzocht om een voorlopige voorziening met betrekking tot een betalingsverplichting.
De voorzieningenrechter heeft met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) behandeling ter zitting achterwege gelaten.
2 Beoordeling
In de Awb is de verplichting opgenomen dat de verzoeker tezamen met het verzoek om voorlopige voorziening ook een kopie moet meesturen van het besluit waar hij het niet mee eens is.
Bij brief van 30 april 2020 heeft de griffier van de rechtbank verzoeker gewezen op deze verplichting en hem een termijn van één week gegund om dit verzuim te herstellen. Daarbij is aangegeven dat het verzoekschrift niet-ontvankelijk verklaard kan worden als het verzuim niet hersteld wordt.
Omdat verzoeker tot op heden niet heeft voldaan aan de verplichting om een kopie van het besluit toe te sturen, is het verzoek niet-ontvankelijk.
Daarnaast heeft verzoeker ook niet voldaan aan de eveneens in de Awb opgenomen verplichting om griffierecht te betalen.
Daarom zal de voorzieningenrechter de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen als hierna vermeld.
3 Beslissing
De voorzieningenrechter:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.M.J. Kok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier op 5 juni 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
P.H.M. Verdonschot, griffier G.M.J. Kok, voorzieningenrechter
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Afschrift verzonden op: