Bestuursprocesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Voorlopige voorziening · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 februari 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:1013 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20 februari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2024-1013
Zaakgegevens
Op 20 februari 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 februari 2024
- Datum publicatie
- 20 februari 2024
- Zaaknummer
- AWB- 24_1667 VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:1013
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet-Ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/1667 BRP VV
uitspraak van 20 februari 2024 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker] , verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een emailbericht van 15 februari 2024 van de Afdeling Adresonderzoek van verweerder. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen inzake een bestreden besluit indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Gelet op bovengenoemd artikel moet er sprake zijn van een besluit en een bezwaar tegen dat besluit voordat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening inhoudelijk kan worden behandeld. Dit is het zogenaamde connexiteitsvereiste.
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat het emailbericht van 15 februari 2024 niet kan worden aangemerkt als een besluit of de weigering een besluit te nemen. In dit emailbericht wordt immers alleen meegedeeld op welke wijze verzoeker een briefadres kan aanvragen. Dit betekent dat het verzoek niet connex is aan een besluit zodat het verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 20 februari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.