Bestuursprocesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Voorlopige voorziening · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 februari 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:1220 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 26 februari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2024-1220
Zaakgegevens
Op 26 februari 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 februari 2024
- Datum publicatie
- 27 februari 2024
- Zaaknummer
- AWB- 24_1801 VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:1220
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet-Ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/1801
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 november 2024 in de zaak tussen
[naam verzoekster], uit [vestigingsplaats verzoekster], verzoeker
(gemachtigde: mr. S. Schilder),
en
de burgemeester van de gemeente Breda, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker van 23 februari 2024 tegen de intrekking van de Alcoholwetvergunning ten behoeve van [naam verzoekster] aan [adres verzoekster] te [vestigingsplaats verzoekster].
2. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Verzoeker heeft al eerder een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Dit is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer BRE 24/1304 VV.
Naar aanleiding van dat verzoek om voorlopige voorziening heeft een voorzieningenrechter van deze rechtbank op 30 januari 2024 bij wijze van ordemaatregel het bestreden besluit geschorst tot uiterlijk een week na de zitting waarop het verzoek zal worden behandeld.
Het verzoek in zaaknummer BRE 24/1304 VV is vervolgens inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 februari 2024. De voorzieningenrechter in die procedure heeft geen aanleiding gezien om de getroffen ordemaatregel verder te verlengen. Dat betekent dat de laatste dag van de werking van de ordemaatregel 27 februari 2024 is, en dat daarna het intrekkingsbesluit herleeft.
4. Op het verzoek in zaaknummer BRE 24/1304 VV is nog geen uitspraak gedaan. Verzoeker zal die uitspraak moeten afwachten. Omdat het onderzoek in die procedure ter zitting is gesloten, heeft de voorzieningenrechter de brief van 23 februari 2024 aangemerkt als een nieuw verzoek om voorlopige voorziening.
5. De Awb biedt de mogelijkheid om, hangende een lopende beroepsprocedure, een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen, maar het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening terwijl er nog een voorzieningenprocedure loopt, is niet mogelijk.
Conclusie en gevolgen
6. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, op 26 november 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: