Bestuursprocesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Voorlopige voorziening · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 oktober 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:6957 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 14 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2024-6957
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2024
- Datum publicatie
- 14 oktober 2024
- Zaaknummer
- 24/5717
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:6957
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
geen spoedeisend belang
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/5717
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 september 2024 in de zaak tussen
[verzoeker], uit [plaats], verzoeker
(gemachtigde: mr. R.P. Kuijper),
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college.
Inleiding
-
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van 4 juli 2024 tot het intrekken van zijn Kwaliteitstaxi Breda vergunning (KTB-vergunning).
-
Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
5. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van de bezwaarprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.
6. De griffier heeft aan verzoeker gevraagd om het spoedeisend belang nader toe te lichten. Verzoeker heeft eerst op 5 augustus 2024 een schriftelijke onderbouwing gegeven waarom hij van mening is dat er sprake is van spoed. Hij heeft gesteld dat de spoedeisendheid is gelegen in een financieel belang, omdat een groot deel van zijn inkomsten bestaan uit het rijden als KTB-chauffeur en hij hierdoor direct wordt getroffen in de middelen om te kunnen voorzien in de primaire levensbehoeften van zijn gezin. Het gevolg van het intrekken van de KTB-vergunning is dat verzoeker volgens de Taxiverordening Breda niet langer gebruik mag maken van de KTB-standplaatsen (opstapmarkt). Verzoeker kan nog wel taxi rijden voor personen die een taxi per telefoon of ander communicatiemiddel bestellen en daaruit kunnen ook inkomsten worden gegenereerd. Bij brief van 14 augustus 2024 heeft de griffier verzoeker daarom gevraagd om een nadere onderbouwing van de financiële nood, gelet op de mogelijkheden die verzoeker nog wel heeft om taxi te rijden. Op dit verzoek tot nadere onderbouwing heeft verzoeker niet binnen de daarvoor gegeven termijn gereageerd.
7. Met deze gegeven toelichting is onvoldoende gebleken dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter. Verzoeker heeft immers geen nadere onderbouwing gegeven van de financiële noodsituatie. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Jonkers, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: