Bestuursprocesrecht
verzoek voorlopige voorziening niet ontvankelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 december 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:8584 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 8 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2025-8584
Zaakgegevens
Op 8 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 8 december 2025
- Datum publicatie
- 8 december 2025
- Zaaknummer
- 25/5963
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:8584
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verzoek voorlopige voorziening niet ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND- WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5963
uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 december 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
Inleiding
-
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
-
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen inzake een bestreden besluit indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4. Gelet op bovengenoemd artikel moet er sprake zijn van een besluit en een bezwaar tegen dat besluit voordat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening inhoudelijk kan worden behandeld. Dit is het zogenaamde connexiteitsvereiste.
5. Bij het verzoek was geen besluit of bezwaarschrift gevoegd. Met de brief van 20 november 2025 is aan verzoeker gevraagd om een kopie toe te sturen van het besluit waar hij het niet mee eens is en een kopie van het bezwaarschrift. In reactie op deze brief heeft verzoeker op 2 december 2025 drie e-mails met bijlagen toegestuurd. Daarbij heeft hij opgemerkt dat zijn Zivver-machtiging voor de conversatie met Veilig Thuis West-Brabant is ingetrokken, waardoor hij geen toegang meer heeft tot zijn eigen dossier. Hierdoor kan hij niet alle gevraagde stukken overleggen.
6. Uit de bijlagen in de e-mails kan worden opgemaakt dat er mogelijk in mei 2023 en/of juni 2025 een besluit is afgegeven. Uit de bijlagen blijkt echter niet dat verzoeker bezwaar heeft gemaakt en/of dat er nog een bezwaarprocedure loopt op dit moment. Dat verzoeker mogelijk niet meer bij zijn dossier kan, maakt niet dat hij geen kopie van zijn bezwaarschrift zou kunnen overleggen. Dat bezwaar zal immers door hem zelf zijn opgesteld. Los van de vraag of er sprake is geweest van een besluit, is in ieder geval niet gebleken dat bezwaar is gemaakt. Dit betekent dat het verzoek niet connex is aan een bezwaarprocedure, zoals hiervoor onder 4 genoemd, zodat het verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 8 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: