Bestuursprocesrecht

vovo proceskosten na intrekking

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 4 augustus 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
4 augustus 2026
Datum publicatie
4 augustus 2026
Zaaknummer
BRE 26/2793
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:7185
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vovo proceskosten na intrekking

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/2793


uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 augustus 2026 in de zaak tussen


[verzoeker] , verzoeker

(gemachtigde: mr. C.E. van Diepen),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten.

1.1

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen omdat het college geweigerd heeft hem toe te laten tot een opvanglocatie. Hij heeft het verzoek ingetrokken omdat het college alsnog aan hem een opvangplek heeft aangeboden. Bij de intrekking van zijn verzoek heeft hij verzocht om het college te veroordelen in de proceskosten.

1.2

De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek. Het college heeft hierop niet gereageerd.

1.3

De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?

4. Het college heeft een opvangplek aan verzoeker aangeboden. Hiermee is het college aan verzoeker tegemoetgekomen. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe.

Welke kosten dient het college te vergoeden?

5. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoeker heeft zich laten bijstaan door zijn gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 934,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het college moet vergoeden € 934,- bedragen.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. De voorzieningenrechter wijst erop dat verzoeker geen griffierecht heeft betaald. Het college hoeft daarom het griffierecht niet te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 934,- aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 4 augustus 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.