Bestuursrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - meervoudig · Bestuursrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 maart 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:1386 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 2 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbzwb-2023-1386
Zaakgegevens
Op 2 maart 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 maart 2023
- Datum publicatie
- 6 maart 2023
- Zaaknummer
- AWB- 22_602 en 22_603 en 22_604
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:1386
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
NOW
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 22/602 NOW
BRE 22/603 NOW
BRE 22/604 NOW
uitspraak van 2 maart 2023 van de meervoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen
[naam verzoekster 1] , te [plaatsnaam] , verzoekster 1
[naam verzoekster 2] , te [plaatsnaam] , verzoekster 2
[naam verzoekster 3] ., te [plaatsnaam] , verzoekster 3
gemachtigde: mr. W.A.A. van Kuijk
en
de minister van sociale zaken en werkgelegenheid, verweerder.
Procesverloop
Verzoeksters hebben beroep ingesteld tegen de besluiten van 20 december 2021 inzake hun aanspraken op een tegemoetkoming ingevolge de eerste Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (Now-1).
De rechtbank heeft partijen uitgenodigd voor de behandeling van de beroepen op de zitting van 2 maart 2023.
Bij besluiten van 1 februari 2023 respectievelijk 3 februari 2023 heeft de minister zijn standpunt gewijzigd en is de tegemoetkoming op grond van de Now-1 hoger vastgesteld.
Vervolgens hebben verzoeksters hun beroep ingetrokken, met het verzoek de minister te veroordelen in de proceskosten. De minister heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen een veroordeling in de proceskosten, mits daarbij rekening wordt gehouden met het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de besluiten van 1 en 3 februari 2023 dat de minister aan verzoeksters is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding de minister te veroordelen in de door verzoeksters gemaakte proceskosten.
Omdat er sprake is van samenhangende zaken stelt de rechtbank deze kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.255,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,00 en een wegingsfactor 1,5). Gelet op het Besluit proceskosten bestuursrecht zou wegingsfactor 1 moeten worden toegepast. Omdat er in de beroepschriften per verzoekster een aparte loonberekening is gemaakt, ziet de rechtbank aanleiding om deze factor op 1,5 te stellen.
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat de minister op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van drie maal € 365,-- aan verzoeksters dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeksters tot een bedrag van € 1.255,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzitter, en mr. L.P. Hertsig, mr. V.M. Schotanus, leden, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 2 maart 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.