Bestuursrecht overig
VV - Oekrainer wijziging opvanglocatie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 augustus 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7212 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2026-7212
Zaakgegevens
Op 4 augustus 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2026
- Datum publicatie
- 4 augustus 2026
- Zaaknummer
- BRE 26/3942
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:7212
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
VV - Oekrainer wijziging opvanglocatie
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/3942 BESLU VV
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 augustus 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats], verzoeker,
(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (het college), verweerder.
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de verhuizing van verzoeker naar een andere opvanglocatie binnen de gemeente Tilburg. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
2. Met het besluit van 8 juli 2026 (bestreden besluit) heeft het college aan verzoeker medegedeeld dat hij moet verhuizen naar een andere opvanglocatie binnen de gemeente Tilburg. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Het college heeft met een e-mail van 15 juli 2026 aangegeven het bestreden besluit te zullen opschorten tot het moment van de uitspraak in de voorlopige voorziening procedure.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, mr. W.G. Fischer (kantoorgenoot van de gemachtigde van verzoeker), [tolk] als tolk en F[persoon] namens het college.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Verzoeker is afkomstig uit Oekraïne. Verzoeker verblijft in een eenpersoonskamer aan de [adres] in de gemeente Tilburg.
In december 2025 is aan de bewoners van de [straat 1] medegedeeld dat deze locatie zou worden gesloten. Tijdens een bewonersavond op 17 juni 2026 is dit nogmaals medegedeeld en aangegeven dat de bewoners hun ideeën en wensen konden aangeven.
Verzoeker heeft op 24 juni 2026 aangegeven dat hij lijdt aan psychische problemen en epilepsie. Hij heeft op zijn huidige locatie een eenpersoonskamer toegewezen gekregen, maar zou na de verhuizing een kamer moeten delen. Verzoeker geeft aan dat hij zich moet kunnen terugtrekken. Andere locaties in [plaats] zijn volgens verzoeker onrustig. Hij staat niet negatief tegenover een overplaatsing naar een andere gemeente. De locatie moet wel in de buurt zijn van een treinstation, omdat zijn familie verspreid door Nederland woont.
4. Met het bestreden besluit heeft het college aan verzoeker medegedeeld dat hij uiterlijk 17 juli 2026 zal verhuizen van een kamer aan de [straat 1] naar een kamer aan [straat 2] in de gemeente Tilburg. Ter zitting is toegelicht dat verzoeker moet verhuizen omdat aan de [straat 1] een AZC komt.
Standpunt verzoeker
5. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij in [straat 2] een kamer moet delen met een
man die wacht op gezinshereniging met diens vrouw. Verzoeker heeft epilepsie. Vrijwel dagelijks heeft hij een aanval. Verzoeker staat daarnaast op een wachtlijst voor behandeling van zijn PTSS. Na een epileptische aanval heeft verzoeker last van hevige hoofdpijn. Hij wil zich dan kunnen terugtrekken. Op zijn huidige locatie heeft hij om die reden een eenpersoonskamer toegewezen gekregen.
Verzoeker heeft verder aangevoerd dat locatie [straat 2] niet geschikt is voor hem, omdat hij afhankelijk is van het openbaar vervoer. Vanwege zijn medische omstandigheden kan verzoeker namelijk niet autorijden en fietsen. Vanaf de locatie rijdt eens per uur een bus naar het station. De andere lijnen vertrekken van een bushalte op anderhalve kilometer lopen. Verzoeker zal langs een autoweg moeten lopen. Hij is bang dat hij niet wordt gevonden als hij na een epileptische aanval in de berm terechtkomt. De broer en moeder van verzoeker verblijven in andere steden. Verzoeker reist veel met de trein. De reistijd wordt een stuk langer, niet alleen vanwege de afstand maar ook omdat de bus maar eens per uur rijdt. In de praktijk zal het niet haalbaar zijn om regelmatig naar familie te gaan. Verzoeker zal ook niet weer aan het werk kunnen gaan. Hij is bang dat hij op de nieuwe locatie in een isolement terecht komt.
Niet is gebleken dat en hoe de behoeften van verzoeker zijn meegewogen. Er is geen reden waarom de verhuizing niet nog even kan worden uitgesteld, zodat onder artikel 15 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO) kan worden bepaald of er bijzondere opvangbehoeften zijn waaraan de plaatsing onder artikel 9 van de RooO moet beantwoorden.
6. De voor de beoordeling van de voorlopige voorziening belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
7. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij het nemen van een beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol speelt.
Gelet op de gestelde gezondheidsproblematiek in samenhang bezien met de aangezegde verhuisdatum ziet de voorzieningenrechter voldoende aanleiding om spoedeisend belang aan te nemen in deze zaak.
8. Niet in geschil is dat het college op grond van artikel 9, eerste lid, van de RooO bevoegd is tot het overplaatsen van verzoeker naar een nieuwe opvanglocatie. De vraag is of het college in dit geval gebruik mocht maken van die bevoegdheid. De voorzieningenrechter stelt vast dat door het college in het bestreden besluit geen aandacht is besteed aan de eerder door verzoeker genoemde gezondheidsproblematiek en zijn stelling dat hij daarom op de huidige locatie een eenpersoonskamer toegewezen heeft gekregen. Evenmin is ingegaan op zijn verzoek voor een locatie in de buurt van een treinstation. Het bestreden besluit bevat als motivering enkel de vermelding “Onderhoud of sluiting van locaties: soms wordt een locatie gerenoveerd of gesloten”. In het bestreden besluit is geen sprake van een op verzoeker toegespitste motivering. Uit overgelegde WhatsApp berichten leidt de voorzieningenrechter af dat verzoeker op de huidige locatie een kamer voor zichzelf heeft vanwege zijn epilepsie (zie bericht van 25 november 2025, 12:14 uur). Gelet daarop mag van het college verwacht worden dat gemotiveerd wordt waarom daarvan wordt afgeweken op de beoogde locatie [straat 2]. Een medisch advies ter zake ontbreekt.
De voorzieningenrechter acht het noodzakelijk dat het college in de bezwaarfase nader onderzoek verricht naar de geschiktheid van de beoogde opvanglocatie (gedeelde kamer) voor verzoeker vanwege zijn gezondheidsproblematiek en dat het college voorziet in een aanvullende motivering die is toegespitst op verzoeker. Het college moet daarbij ook ingaan op verzoekers stelling dat [straat 2] niet geschikt is, omdat hij afhankelijk is van het openbaar vervoer.
Hoewel niet is uitgesloten dat het college de geconstateerde gebreken in bezwaar kan herstellen, ziet de voorzieningenrechter in het voorgaande voldoende aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Conclusie en gevolgen
9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en schorst het bestreden besluit. Dit betekent dat verzoeker vooralsnog niet hoeft te verhuizen. Deze voorziening vervalt zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet het college het griffierecht aan verzoeker vergoeden. De voorzieningenrechter veroordeelt het college ook in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
-
schorst het bestreden besluit tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
-
bepaalt dat het college het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden;
-
veroordeelt het college in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier, op 4 augustus 2026 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55 EG, de Richtlijn)
Artikel 13
1. De lidstaten zorgen ervoor dat de begunstigden van tijdelijke bescherming een fatsoenlijk onderkomen krijgen of, in voorkomend geval, middelen te hunner beschikking krijgen om huisvesting te vinden.
(…)
Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO)
Artikel 2
1. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de opvang van ontheemden. (…)
Artikel 5
1. De opvangvoorziening voldoet aan een toereikend huisvestingsniveau, waaronder ten minste wordt begrepen de aanwezigheid van een adequate bescherming tegen weersinvloeden, van verwarming, sanitaire voorzieningen en zit- en slaapgelegenheid.
2. Indien mogelijk wordt voorzien in de gelegenheid tot het bereiden van maaltijden.
3. Van de in het eerste lid genoemde criteria kan worden afgeweken gedurende de eerste acute opvang.
Artikel 9
1. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt in welke opvangvoorziening binnen de gemeente een ontheemde wordt geplaatst en is bevoegd een ontheemde naar een andere voorziening binnen de gemeente over te plaatsen.
Artikel 15
1. Het college van burgemeester en wethouders houdt bij uitvoering van deze regeling rekening met de specifieke situatie van kwetsbare ontheemden zoals minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, personen met ernstige ziekten en personen met mentale stoornissen.
2. Ten uitvoering van het eerste lid bepaalt het college van burgemeester en wethouders of de ontheemde bijzondere opvangbehoeften heeft.
(…)