Bestuursrecht overig
Verzoek tot wraking in procedure met zaaknummer 274799 HA RK 13-275 is buiten behandeling gesteld.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 januari 2014
ECLI:NL:RBZWB:2014:202 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 8 januari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbzwb-2014-202
Zaakgegevens
Op 8 januari 2014 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 8 januari 2014
- Datum publicatie
- 17 januari 2014
- Zaaknummer
- 274799 HA RK 13-275
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2014:202
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek tot wraking in procedure met zaaknummer 274799 HA RK 13-275 is buiten behandeling gesteld.
Uitspraak
beslissing
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Wrakingskamer
zaaknummer 274799 HA RK 13-275
beslissing van 8 januari 2014
inzake
het wrakingsverzoek ex artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verder te noemen verzoeker.
De procedure
Dit blijkt uit het op 18 december 2013 ingekomen wrakingsverzoek.
Het verzoek
Het verzoek strekt tot wraking van mr. W. Toekoen, rechter in deze rechtbank en als voorzieningenrechter belast geweest met de behandeling van de door verzoeker verzochte voorlopige voorziening, betrekking hebbend op het door hem gemaakte bezwaar tegen het besluit van 27 november 2013 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, inzake de afwijzing van zijn aanvraag om een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand.
De ontvankelijkheid van verzoeker
De behandeling van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening door de rechter heeft plaatsgevonden ter zitting van 18 december 2013 te 11.00 uur, waarna de rechter, direct na sluiting van die behandeling, mondeling uitspraak heeft gedaan en daarbij het verzoek heeft afgewezen.
De omstandigheid dat verzoeker daarna zijn wrakingsverzoek via e-email (op 18 december 2013 om 17.15 uur) heeft ingediend, moet ertoe leiden dat verzoeker daarin niet kan worden ontvangen. De wetgever heeft immers niet voorzien in de mogelijkheid een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd door het wijzen van een einduitspraak. Met die einduitspraak heeft immers iedere bemoeienis van die rechter met de zaak opgehouden.
Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid van verzoeker bestaat er reden het wrakingsverzoek buiten behandeling te stellen.
274799 HA RK 13-275 pagina 2
.
Beslissing
De rechtbank stelt het wrakingsverzoek buiten behandeling.
Deze beslissing is gegeven op 8 januari 2014 door mrs. G.J.E. Poerink, M. Breeman en C. Kool, in tegenwoordigheid van A.C.L.M. de Jong, griffier, en in het openbaar uitgesproken.
--