Bestuursrecht overig
Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 oktober 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:6794 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbzwb-2024-6794
Zaakgegevens
Op 4 oktober 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2024
- Datum publicatie
- 7 oktober 2024
- Zaaknummer
- C/02/427053/HA RK/24-189 (E)
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:6794
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Wrakingskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/427053/HA RK/24-189
beslissing van 4 oktober 2024 op het wrakingsverzoek zoals bedoeld in artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht van:
[verzoeker] ,
verder te noemen: verzoeker.
1 Procesverloop
Het verloop van deze procedure blijkt onder meer uit:
? de processtukken zoals opgenomen in de procesdossiers van de hoofdzaken met nummers BRE 22-1437, BRE 23-9572 en BRE 23-9573,
? de processtukken zoals opgenomen in de wrakingsdossiers met nummers C/02/426713 HA RK 24-176 en C/02/426714 HA RK 24-177,
? het wrakingsverzoek van 24 september 2024,
? de berichten van de gewraakte rechters aan de wrakingskamer van 30 september 2024 waaruit blijkt dat zij niet in de wraking berusten.
2 Het verzoek
Het verzoek strekt tot wraking van mr. Peters, mr. Hertsig en mr. Tempel (hierna: de rechters) in hun hoedanigheid van rechters van de wrakingskamer die heeft beslist op de verzoeken van verzoeker in de bovengenoemde wrakingsdossiers.
De rechters berusten niet in het verzoek tot wraking.
3 De gronden van het wrakingsverzoek
Verzoeker heeft op 17 september 2024 in de bovengenoemde hoofdzaken een tweetal wrakingsverzoeken ingediend. De wrakingskamer heeft deze verzoeken in de beslissingen van 23 september 2024 in de bovengenoemde wrakingsdossiers kennelijk ongegrond verklaard, waarbij een mondelinge behandeling achterwege is gelaten. In deze zaak gaat het om het wrakingsverzoek dat verzoeker vervolgens tegen de wrakingskamer heeft ingediend. Volgens verzoeker is de schijn van partijdigheid gewekt doordat zijn verzoek om te worden gehoord is genegeerd. Overigens heeft verzoeker ook opnieuw de rechters in de hoofdzaken gewraakt, maar het verzoek is in zoverre al door de rechters in de hoofdzaken gepasseerd op grond van de in de beslissingen van 23 september 2024 opgelegde wrakingsverboden.
4. De beoordeling
Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Hieruit vloeit voort dat wraking alleen mogelijk is zolang een zaak nog door de betreffende rechters wordt behandeld. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om een rechter te wraken wanneer de behandeling van een zaak al is geëindigd door het geven van een beslissing. Aangezien het verzoek is ingediend nadat de wrakingskamer een beslissing heeft gegeven, is het verzoek te laat gedaan.
Dit leidt tot de conclusie dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en dat de wrakingskamer afziet van een mondelinge behandeling van het verzoek, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, sub d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).
Zoals hiervoor al is aangehaald, zijn er in de beslissingen van de wrakingskamer van 23 september 2024 verboden aan verzoeker opgelegd om de rechters in de hoofdzaken opnieuw te wraken. Daarbij is uiteengezet dat verzoeker misbruik heeft gemaakt van het middel van wraking. In deze zaak gaat het om een verzoek tot wraking van de wrakingsrechters. De gronden van het verzoek betreffen bedenkingen van verzoeker bij de beslissingen op zijn vorige wrakingsverzoeken. Het middel van wraking is echter niet bedoeld als een verkapt rechtsmiddel tegen eerdere beslissingen van de wrakingskamer. Verzoeker heeft aldus opnieuw misbruik gemaakt van het middel van wraking. Daarom ziet de wrakingskamer aanleiding om, in aanvulling op de eerdere wrakingsverboden, te bepalen dat een eventueel volgend verzoek tot wraking van de wrakingskamer in het kader van de hoofdzaken niet meer in behandeling zal worden genomen.
5 De beslissing
De wrakingskamer:
? verklaart het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;
? bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van de wrakingskamer in het kader van de hoofdzaken niet meer in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is genomen op 4 oktober 2024 door mr. Holierhoek, rechter en voorzitter, en mr. Römers en mr. Leppens, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzitter |
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.