Omgevingsrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Voorlopige voorziening · Omgevingsrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 september 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:6389 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/omgevingsrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2023-6389
Zaakgegevens
Op 4 september 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 4 september 2023
- Datum publicatie
- 11 september 2023
- Zaaknummer
- AWB- 23_9455 VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:6389
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
WABO
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/9455 WABO VV
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 4 september 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,
gemachtigde: mr. drs. C.R. Jansen,
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge
gemachtigde: mr. E.P. Euverman.
Als vergunninghoudster heeft deelgenomen:
De gemeente Halderberge, gevestigd te Oudenbosch.
Procesverloop
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 12 juni 2023 (bestreden besluit) over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het aanpassen van de gevels van het gemeentelijk monument ( [gebouw] ) aan het [straatnaam] in [woonplaats] .
Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 augustus 2023 op zitting behandeld. Bij uitspraak van 30 augustus 2023 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om schorsing van de omgevingsvergunning afgewezen omdat het college het bezwaar van verzoeker niet-ontvankelijk zal (dienen te) verklaren.
Bij brief van 1 september 2023 heeft verzoeker wederom verzocht een voorlopige voorziening te treffen met betrekking tot het bestreden besluit.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 4 september 2023. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Het college en vergunninghoudster hebben zich laten vertegenwoordigen door mr. E.P. Euverman en mr. R. Timmerman.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.
2. Voorts stelt de voorzieningenrechter voorop dat voor toewijzing van herhaald verzoek om voorlopige voorziening het aan verzoeker is om nieuwe feiten en omstandigheden aan te dragen, welke een andere uitkomst rechtvaardigen dan de afwijzing bij de uitspraak van 30 augustus 2023.
Verzoeker is hier niet in geslaagd. In de uitspraak van 30 augustus 2023 heeft de voorzieningenrechter vastgesteld dat de omgevingsvergunning alleen betrekking heeft op het dichtmaken van de gevels en het herstellen van de gevels van het [gebouw] , waar verzoeker geen zicht op heeft, en dat de omgevingsvergunning geen betrekking heeft op het slopen van de [vleugel] . Verzoeker heeft in zijn herhaald verzoek betoogd dat voorzieningenrechter het bestreden besluit onjuist heeft gelezen, althans onjuist heeft beoordeeld omdat de omgevingsvergunning wel ziet op de sloop van de [vleugel] . Dit is echter geen nieuw feit.
Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dat hij tijdens de zitting op 4 september 2023 heeft vastgesteld dat de voorzieningenrechter in de uitspraak van 30 augustus 2023 het bestreden besluit niet verkeerd heeft gelezen of beoordeeld. Voor het slopen van de [vleugel] is een sloopmelding gedaan omdat het geen monument betreft. Voor het slopen van een niet-monumentaal gebouw is geen omgevingsvergunning vereist, ook niet indien daar asbest aanwezig is.
3. Dit betekent dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 4 september 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.