Omgevingsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Voorlopige voorziening · Omgevingsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 mei 2024

Zaakgegevens

Op 30 mei 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
30 mei 2024
Datum publicatie
30 mei 2024
Zaaknummer
24/4265
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:3552
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ordemaatregel

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/4265


uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 mei 2024 in de zaak tussen


[eiser ] , uit [plaats] , verzoeker,

(gemachtigde: mr. D.A. Souisa),

en

De burgemeester van de gemeente Oosterhout.

Inleiding

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de burgemeester van 23 april 2024 (bestreden besluit) over sluiting van een woning aan de [adres] te [plaats] voor een periode van 2 maanden. Hij heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Verzoeker heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 29 mei 2024 ingediend bij de rechtbank. In het bestreden besluit staat dat de sluiting van de woning op 3 juni 2024 plaats zal vinden. De rechtbank heeft na ontvangst van het verzoek contact opgenomen met de burgemeester met de vraag of de burgemeester bereid is om de uitspraak van de voorzieningenrechter af te wachten. De burgemeester was daar niet toe bereid.

3. Onder deze omstandigheden is de voorzieningenrechter op deze korte termijn niet in staat om – voorafgaand aan de sluiting van de woning – een weloverwogen oordeel te geven over het verzoek om een voorlopige voorziening. Gelet daarop zal de voorzieningenrechter de werking van het bestreden besluit bij ordemaatregel schorsen tot uiterlijk één week na de zitting waarop het verzoek zal worden behandeld. Dat betekent dat de burgemeester de woning tot die tijd niet mag sluiten. Het verzoek zal zo spoedig als mogelijk op zitting worden behandeld. Deze ordemaatregel heeft een voorlopig karakter en de voorzieningenrechter is daar in de verdere procedure niet aan gebonden.

Beslissing


De voorzieningenrechter schorst de werking van het besluit van 23 april 2024 tot uiterlijk één week na de zitting waarop het verzoek om een voorlopige voorziening zal worden behandeld.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 30 mei 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.