Burgerlijk procesrecht

Mondeling vonnis in incident (kort geding). Een forumkeuze kan in kort geding alleen tot gevolg hebben dat de…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 3 oktober 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
3 oktober 2023
Datum publicatie
5 oktober 2023
Zaaknummer
C/02/413487/KG ZA 23-427 (E)
Procedure
Kort geding
Advocaat
mr. C.M Borman te Rotterdam, mr. A.J.H.W.M. Versteeg te Amsterdam
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:6894
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mondeling vonnis in incident (kort geding). Een forumkeuze kan in kort geding alleen tot gevolg hebben dat de daarin aangewezen voorzieningenrechter aanvullend bevoegd is. Het is niet mogelijk middels een forumkeuze een exclusief bevoegde voorzieningenrechter aan te wijzen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II handelszaken

Breda

zaak/rolnr.: C/02/413487 / KG ZA 23-427

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 3 oktober 2023

in de zaak van:

DE ZORGHEIMER B.V.,

te Ouwerkerk,

eisende partij,

hierna te noemen: De Zorgheimer,

advocaat: mr. C.M. Borman te Rotterdam,

tegen

CZ ZORGKANTOOR B.V.,

te Tilburg,

gedaagde partij,

hierna te noemen: CZ Zorgkantoor,

advocaat: mr. A.J.H.W.M. Versteeg te Amsterdam.

De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank.

Aanwezig zijn mr. P.H.J.G. Römers, voorzieningenrechter, en mr. M. Veuger-Hakze, griffier.

Na uitroeping van de zaak zijn verschenen:

  • Namens De Zorgheimer: de heer [directeur01] , bijgestaan door mr. Borman, met als toehoorders mevrouw [verpleegkundige01] en de heer [fiscalist01] ,

  • Namens CZ Zorgkantoor: mevrouw [naam01] , bijgestaan door mr. Versteeg.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding met producties 1 tot en met 5;

  • de exceptie van onbevoegdheid, opgeworpen door CZ Zorgkantoor;

  • de akte overlegging producties 6 en 7 van De Zorgheimer;

  • de conclusie van antwoord in het onbevoegdheidsincident;

  • de nagezonden productie 8 van De Zorgheimer;

  • de pleitnotities van mr. Versteeg.

1.2.

In deze zaak heeft vandaag een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De aantekeningen van de zitting bevinden zich in het dossier. Tijdens de mondelinge behandeling is eerst ingegaan op het door CZ Zorgkantoor opgeworpen bevoegdheidsincident. Beide partijen zijn in de gelegenheid gesteld op dat punt een nadere toelichting te geven. De voorzieningenrechter heeft daarna de zitting voor korte tijd geschorst. Na hervatting van de zitting heeft de voorzieningenrechter in aanwezigheid van beide partijen mondeling uitspraak gedaan in het incident. Daarvan is op grond van artikel 29a lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (“Rv”) dit proces-verbaal opgemaakt.

2 Waar gaat deze zaak over?

2.1.

De vraag die in het incident voorligt is of de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevoegd is om van de vorderingen van De Zorgheimer kennis te nemen. CZ Zorgkantoor vindt van niet, en meent dat de zaak verwezen moet worden naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag. De Zorgheimer is van mening dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant wel bevoegd is.

3 Mondeling vonnis

3.1.

Ik verklaar mij bevoegd om van het verdere geschil kennis te nemen. Ik leg uit waarom.

3.2.

CZ zorgkantoor doet een beroep op het forumkeuzebeding dat in paragraaf 7.4 van het zorginkoopdocument is opgenomen. Dit beding bepaalt dat een kort geding aanhangig moet worden gemaakt bij de voorzieningenrechter van de rechtbank te Den Haag, zodat ik volgens CZ Zorgkantoor niet bevoegd ben. De Zorgheimer is het daar om meerdere redenen niet mee eens. De Zorgheimer is in de eerste plaats van mening dat het forumkeuzebeding alleen van toepassing is in zaken waar de inhoud van het zorginkoopdocument in geschil is. In deze zaak gaat het om een beschikking van CZ Zorgkantoor, met daarin de uitkomst van de door De Zorgheimer doorlopen inkoopprocedure. Voor zover het de bedoeling zou zijn dat ook die zaken onder het forumkeuzebeding zouden vallen, dan had CZ Zorgkantoor dat volgens De Zorgheimer duidelijker moeten opschrijven. Bovendien stelt De Zorgheimer dat volgens vaste rechtspraak altijd de voorzieningenrechter bevoegd is van de plaats waar een voorziening moet worden getroffen. Tot slot doet De Zorgheimer een beroep op misbruik van bevoegdheid van CZ Zorgkantoor om zich te beroepen op de onbevoegdheid.

3.3.

Bij de beoordeling van dit incident zijn er drie uitgangspunten van belang, waarvan twee zijn te vinden in het arrest ECLI:NL:HR:2016:1087. Daarin heeft de Hoge Raad in de eerste plaats overwogen dat naar de letter van de wet de tweede titel van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) ook van toepassing is op het kort geding. Toegepast op deze zaak: daaronder valt ook artikel 108 Rv over de forumkeuze. Naar de letter van de wet is een forumkeuze ook in kort geding mogelijk.

Het tweede uitgangspunt geeft de Hoge Raad in hetzelfde arrest. Het kort geding heeft als spoedprocedure een eigen karakter. Het wordt gekenmerkt door een flexibele procesvoering en is gericht op een spoedige en efficiënte afdoening van het geschil tussen partijen. Dit eigen karakter brengt mee dat het kort geding in eerste aanleg wordt beheerst door eigen processuele regels die kunnen afwijken van de gewone regels.

Een voorbeeld van afwijking van de gewone regels is, dat de Hoge Raad heeft aangenomen dat steeds bevoegd is de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de voorlopige voorziening moet worden getroffen. Dat is het derde uitgangspunt. Deze bevoegdheidsregel wordt in elk geval vanaf 1917 in de rechtspraktijk toegepast (ECLI:NL:HR:1917:126, NJ 1918, 6). Het is een bijzondere bevoegdheidsregel die voorrang heeft boven de algemene bevoegdheidsregels voor een bodemprocedure die in kort geding wel aanvullend kunnen worden toegepast.

Dit betekent dat een forumkeuze in kort geding alleen tot gevolg kan hebben dat de daarin aangewezen voorzieningenrechter aanvullend bevoegd is. Het is dus niet mogelijk door middel van een forumkeuze een exclusief bevoegde voorzieningenrechter aan te wijzen (zie ook Asser Procesrecht / Boonekamp 6 Het kort geding, 2020 / 53).

3.4.

Niet in geschil is dat de voorziening moet worden getroffen binnen het arrondissement van deze rechtbank. Uit de genoemde bijzondere bevoegdheidsregel volgt dat ik bevoegd ben om inhoudelijk van de zaak kennis te nemen. De andere stellingen van De Zorgheimer en CZ Zorgkantoor hoeven niet meer te worden besproken. De incidentele vordering van CZ Zorgkantoor wordt daarom afgewezen.

3.5.

CZ Zorgkantoor wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident veroordeeld. Die kosten stel ik aan de kant van De Zorgheimer vast op een bedrag van € 598,- (tarief II). De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen.

3.6.

In de hoofdzaak wordt de mondelinge behandeling aansluitend voortgezet.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

in het incident

4.1.

wijst de vordering af,

4.2.

veroordeelt CZ Zorgkantoor in de proceskosten van € 598,- te betalen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis.

4.3.

veroordeelt CZ Zorgkantoor tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen 14 dagen na de datum van deze uitspraak zijn voldaan,

4.4.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

4.5.

bepaalt dat de mondelinge behandeling aansluitend wordt voortgezet.

Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. Römers, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in de aanwezigheid van de griffier, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op 5 oktober 2023.

Waarvan proces-verbaal,

de voorzieningenrechter