Burgerlijk procesrecht
Kort geding. Niet-ontvankelijk verklaring.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 augustus 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7505 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 10 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/kort-geding/ecli-nl-rbzwb-2026-7505
Zaakgegevens
Op 10 augustus 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Tilburg
- Datum uitspraak
- 10 augustus 2026
- Datum publicatie
- 10 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12262832 VV EXPL 26-62 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:7505
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Niet-ontvankelijk verklaring.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12262832 VV EXPL 26-62
Vonnis in kort geding van 10 augustus 2026
in de zaak van
STICHTING WOONVESTE,
gevestigd in Drunen,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonveste,
gemachtigde: mr. S.A. den Engelsen,
tegen
[bewindvoerder] , IN DE HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN DE HEER [huurder],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [bewindvoerder] ,
gemachtigde: mr. P.A. Schippers.
1 De procedure
1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
a. de dagvaarding met 13 producties;
b. de bij brief van 23 juli 2026 toegezonden producties;
c. de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 27 juli 2026;
d. de pleitaantekeningen van [bewindvoerder] .
Hierna is vonnis bepaald op vandaag.
2 De feiten
[huurder] huurt sinds 28 mei 2015 van Woonveste de woning aan [adres] . Het gehuurde betref een twee-onder-een-kapwoning.
3 Het geschil
Woonveste vordert ontruiming van de woning met veroordeling van [huurder] in de proceskosten. Zij legt aan haar vordering ten grondslag dat [huurder] ernstige overlast voor omwonenden veroorzaakt.
[bewindvoerder] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
[bewindvoerder] heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat Woonveste de verkeerde persoon heeft gedagvaard. De kantonrechter volgt [bewindvoerder] hierin. Uit de overgelegde beschikking van 17 december 2025 volgt dat Verder Bewind Zuid B.V. tot bewindvoerder
over de goederen van [huurder] is benoemd. In de wet is bepaald dat de bewindvoerder tijdens het bewind bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende in en buiten rechte vertegenwoordigt. Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid geldt alleen met betrekking tot handelingen die de onder bewind staande goederen betreffen. Uit voornoemde beschikking volgt dat alle goederen (en dus alle zaken en vermogensrechten) van rechthebbende ( [huurder] ) onder bewind zijn gesteld. Dit betekent dat ook de rechten die rechthebbende kan ontlenen aan de huurovereenkomst met Woonveste onder het bereik van de wet vallen. De vordering tot ontruiming dient dan ook te worden ingesteld tegen de bewindvoerder. Woonveste had dan ook Verder Bewind Zuid B.V moeten dagvaarden. Dat heeft Woonveste echter niet gedaan. Verder Bewind Zuid B.V. is ook niet verschenen in deze procedure. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Schippers namelijk gesteld dat hij enkel de belangen van [bewindvoerder] vertegenwoordigt.
Gelet op het voorgaande zal Woonveste niet-ontvankelijk in haar vordering worden verklaard. Dat betekent dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
Woonveste is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [bewindvoerder] worden begroot op:
|
- salaris gemachtigde |
€ |
577,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
721,00 |
5 De beslissing
De kantonrechter:
verklaart Woonveste niet-ontvankelijk in haar vordering;
veroordeelt Woonveste in de proceskosten van € 721,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als
Woonveste niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2026.