Civiel recht overig

"verschoning, toegewezen"

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 april 2022

Zaakgegevens

Op 13 april 2022 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
13 april 2022
Datum publicatie
13 april 2022
Zaaknummer
C/02/396511/HA-RK 22-74
Procedure
Verschoning
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:1978
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

"verschoning, toegewezen"

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/ 396511 / HA RK 22-74

Beslissing van 13 april 2022

in de zaak van

mr. [voorletters] Boersma,

rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant,

hierna: de rechter,

belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk BRE 20/8338 WOZ BO van:

de heer [belanghebbende], belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van SaBeWa, verweerder.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 8 april 2022.

1.2

Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter zitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.

2 Het verschoningsverzoek

2.1

De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd.

De rechter heeft aangegeven dat hij om persoonlijke redenen - te weten persoonlijke betrokkenheid bij een van de vakantiewoningen - geen zaken wil behandelen van vakantiewoningen op Bungalowpark [naam park] te [plaats park]. Onderwerp van het beroep in de hoofdzaak betreft de WOZ-waarde van een vakantiewoning die zich op voornoemd bungalowpark bevindt. Om iedere schijn van partijdigheid te vermijden, verzoekt de rechter om verschoning.

3 Het wettelijk kader

3.1

Op grond van artikel 8:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15.

3.2

Op grond van artikel 8:15 van de Awb kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

3.3

In artikel 8:20 van de Awb is bepaald dat de meervoudige kamer zo spoedig mogelijk beslist op het verschoningsverzoek. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld meegedeeld aan partijen en de rechter die het verzoek heeft gedaan.

4 De beoordeling

4.1

Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.

4.2

Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.

4.3

Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter zich niet meer voldoende vrij voelt om in deze zaak een beslissing te nemen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

5 De beslissing

De verschoningskamer:

5.1

wijst het verzoek tot verschoning toe;

5.2

bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;

5.3

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:

? de rechter;

? de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;

? de partijen in de hoofdzaak.

Deze beslissing is genomen in raadkamer op 13 april 2022 door mr. M.J.L. Holierhoek, rechter en voorzitter, mr. B.J. Duinhof en mr. E. van Noort, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Holtgrefe, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.