Insolventierecht
Toelating WSNP, verzoek toegewezen met verkorte termijn.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 september 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:9752 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 28 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/insolventierecht/beschikking/ecli-nl-rbzwb-2026-9752
Zaakgegevens
Op 28 september 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 28 september 2026
- Datum publicatie
- 8 oktober 2026
- Zaaknummer
- R.02/26/1194
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:9752
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toelating WSNP, verzoek toegewezen met verkorte termijn.
Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Team Insolventie
Zittingsplaats Breda
Rekestnummer: NL:TZ:2615796:R-RK
Vonnis van maandag 28 september 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] , Irak,
wonende te [woonadres] ,
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] ,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst de verzoeken toe.
1 De procedure
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van maandag 7 september 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker] ;
- mevrouw [persoon 1] , beschermingsbewindvoerder;
- mevrouw [persoon 2] namens Kredietbank Nederland
- de aanvullende stukken die op 17 september 2026 per e-mail zijn verstrekt.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2 Het verzoek
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.
3 De beoordeling
De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 van de herziene verordening (VERORDENING (EU) 2015/848 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD) bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op
1 juni 2022, omdat dit de aanvangsdatum is van het minnelijk traject van 36 maanden. Het minnelijk traject is mislukt, omdat na afloop van het traject er sprake was van een nagekomen vordering en deze schuldeiser weigerde mee te werken. [verzoeker] heeft tijdens het minnelijk traject wel afdrachten verricht. Uit de overgelegde stukken is echter onvoldoende gebleken of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject volledig aan de inspanningsverplichting heeft voldaan. Gezien de bijzondere omstandigheden zal de rechtbank het verzoek om de regeling eerder te laten ingaan honoreren, maar dan in die zin dat de reguliere looptijd van de regeling, te rekenen vanaf heden, nog 6 maanden bedraagt.
4 De beslissing
De rechtbank:
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] , Irak,
wonende te [woonadres] ;
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf zondag 28 september 2025;
benoemt tot rechter-commissaris mr. M.N.A. Ebben;
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder] , [adres] ;
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Dit is de beslissing van mr. Ebben, rechter, in samenwerking met Buijs-van Domburg, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op maandag 28 september 2026.