Insolventierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - meervoudig · Insolventierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 april 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:3459 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-3459
Zaakgegevens
Op 20 april 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 20 april 2026
- Datum publicatie
- 28 april 2026
- Zaaknummer
- C/02/446779 /HO RK 26-119 (H)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.R.G. Gäbler.
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:3459
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herstelbeschikking.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster III Insolventie en kanton beheerszaken – meervoudige kamer
Zittingsplaats Breda
Herstelbeschikking van 20 april 2026
rekestnummer: C/02/446779 /HO RK 26-119
beschikking in het kader van het ingekomen verzoekschrift ex artikel 376 Faillissementswet (Fw) in de besloten akkoordprocedure van:
[B.V.]
statutair gevestigd te [plaats 1] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,
hierna te noemen: [B.V.] ,
advocaat: mr. C.R.G. Gäbler.
1 Het verloop na de beschikking van 20 april 2026
De rechtbank heeft ambtshalve geconstateerd dat in de beschikking van 20 april 2026 onder ‘5. De beslissing’ foutief staat dat de afkoelingsperiode ingaat op 24 april 2026, waar dit 20 april 2026 moet zijn (de datum van de beschikking).
[B.V.] en belanghebbende [belanghebbende] B.V. zijn op 20 april 2026 om 11:39 uur in de gelegenheid gesteld om uiterlijk om 16:00 uur te reageren op het voornemen van de rechtbank om over te gaan tot herstel. Hun advocaten hebben laten weten dat zij geen bezwaar hebben tegen een herstelbeschikking.
2 De beoordeling
Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
De rechtbank oordeelt dat in de beschikking van 20 april 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. In overweging 4.9 van de beschikking staat dat de rechtbank in één en ander aanleiding ziet om een afkoelingsperiode van vier maanden te gelasten, ingaande op de datum van de beschikking. Aangezien de beschikking op 20 april 2026 is gewezen, had in ‘5. De beslissing’ moeten staan dat de afkoelingsperiode ingaat op 20 april 2026. Er staat echter ‘24 april 2026’. De rechtbank zal de beschikking dan ook verbeteren als volgt.
3 De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat in ‘5. De beslissing’ van de op 20 april 2026 gegeven beschikking, waar staat
“24 april 2026”
wordt gewijzigd in
“20 april 2026”,
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 20 april 2026 wordt vermeld op de minuut van de beschikking van 20 april 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. Prenger, voorzitter, mr. Leppens en mr. Ebben rechters, en in aanwezigheid van mr. Martens, griffier, in het openbaar uitgesproken door mr. Ebben op 20 april 2026.