Verbintenissenrecht
Kort geding. Verstek. Toewijzing ontruiming garage. Vordering niet ongegrond of onrechtmatig. Verhuurder…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:1468 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 6 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rbzwb-2026-1468
Zaakgegevens
Op 6 maart 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Tilburg
- Datum uitspraak
- 6 maart 2026
- Datum publicatie
- 6 maart 2026
- Zaaknummer
- 12058053 VV EXPL 26-4 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1468
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Verstek. Toewijzing ontruiming garage. Vordering niet ongegrond of onrechtmatig. Verhuurder heeft de huurovereenkomst voor een garage opgezegd, waardoor huurder momenteel zonder recht of titel gebruik maakt van de garage.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12058053 \ VV EXPL 26-4
Vonnis in kort geding van 6 maart 2026
in de zaak van
STICHTING TBV,
te Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: TBV,
gemachtigde: mr. T. Stoutjesdijk,
tegen
[huurder] ,
zonder bekende woon- of verblijfsplaats binnen en buiten Nederland,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder],
niet verschenen.
De zaak in het kort
Verhuurder heeft de huurovereenkomst voor een garage opgezegd, waardoor huurder momenteel zonder recht of titel gebruik maakt van de garage. Huurder is niet verschenen en tegen hem is verstek verleend. De vordering tot ontruiming komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt toegewezen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding in kort geding van 20 januari 2026 met producties,
-
de mondelinge behandeling van 20 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2 De feiten
[huurder] huurde een garage van TBV aan [adres 1] tegen een maandelijkse huurprijs van € 67,16.
Per brief van 22 september 2025 heeft TBV de huurovereenkomst opgezegd tegen 3 november 2025.
3 Het geschil
TBV vordert samengevat - ontruiming van de garage aan [adres 2] met veroordeling van [huurder] in de proceskosten. TBV legt aan de vordering het volgende ten grondslag. TBV heeft de huurovereenkomst opgezegd, waardoor [huurder] momenteel zonder recht of titel gebruik maakt van de garage. Het spoedeisend belang is gelegen in het feit dat [huurder] inbreuk maakt op het eigendomsrecht van TBV en dat de huurachterstand van inmiddels dertien maanden alleen maar blijft oplopen.
[huurder] is niet verschenen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Verstek
Ondanks dat hij behoorlijk is gedagvaard volgens de bij wet bepaalde termijnen en formaliteiten is [huurder] niet ter zitting verschenen. Hij heeft ook niet om uitstel verzocht. Tegen [huurder] wordt verstek verleend.
Spoedeisend belang
De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als TBV daarbij een spoedeisend belang heeft. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is, omdat [huurder] momenteel zonder recht of titel gebruik maakt van de garage. TBV hoeft deze inbreuk op haar eigendomsrecht niet nog langer te accepteren. Daarnaast blijft ook de huurachterstand oplopen.
Ontruiming van de garage
Vast staat dat TBV de huurovereenkomst heeft opgezegd en dat [huurder] momenteel zonder recht of titel gebruik maakt van de garage. De vordering tot ontruiming komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad
TBV heeft verzocht om het vonnis gemotiveerd uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het niet uitvoerbaar verklaren van het vonnis verdraagt zich niet met de aard van de vordering. Daarnaast weegt het belang van TBV bij ontruiming zwaarder dan het belang van [huurder] bij behoud van de garage. TBV heeft aangegeven er belang bij te hebben dat haar vorderingen meteen ten uitvoer kunnen worden gelegd, omdat zij hiermee een onnodige benadeling van haar rechtspositie in een eventueel executiegeschil kan voorkomen. [huurder] weigert de garage te ontruimen en daarnaast is sprake van een forse betalingsachterstand die blijft oplopen. [huurder] heeft dit verder niet weersproken. De kantonrechter zal het vonnis dan ook uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
De proceskosten
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TBV worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
171,20 |
|
|
- griffierecht |
€ |
139,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
577,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
108,50 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
995,70 |
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [huurder] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de garage aan [adres 2] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van TBV zijn, en de sleutels af te geven aan TBV,
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 995,70, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Boeder en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.