Materieel strafrecht

Bezit, vervaardigen, openlijk tentoonstellen, aanbieden, verspreiden en toegang verschaffen tot…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 juni 2026

Zaakgegevens

Op 26 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
26 juni 2026
Datum publicatie
25 juni 2026
Zaaknummers
02.252302.25, 02.201704.22
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:5596
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bezit, vervaardigen, openlijk tentoonstellen, aanbieden, verspreiden en toegang verschaffen tot kinderpornografische foto’s en filmpjes. Vrijspraak beroep en/of gewoonte maken. Gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Omzetting TUL in taakstraf

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02.252302.25

Parketnummer TUL: 02.201704.22

Vonnis van de meervoudige kamer van 26 juni 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,

raadsvrouw mr. R.T.K. Davidse, advocaat te Middelburg.

1 Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 juni 2026, waarbij de officier van justitie mr. A. Verhoeven en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in een langere periode op meerdere momenten kinderporno in bezit heeft gehad en/of heeft vervaardigd en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft en dit heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en daarvan een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte en de overige bewijsmiddelen in het dossier. Zij stelt dat het ten aanzien van feit 1 gaat om het bezitten, verspreiden en openlijk tentoonstellen van kinderporno. Ten aanzien van feit 2 kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het openlijk tentoonstellen, aanbieden, verspreiden en het bezitten van kinderporno en in geval van feit 3 het zich de toegang verschaffen tot kinderporno. De feiten in samenhang gezien, de lange pleegperiode en de eerdere strafrechtelijke veroordeling voor een soortgelijk feit maakt dat verdachte daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Het relatief geringe aantal doet hier niet aan af.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank, behoudens de onderdelen beroep en gewoonte. Er is geen sprake van een duurzaam, stelselmatig en regelmatig patroon van het bezit of verspreiding van kinderporno.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

4.3.2.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Op grond van de bekennende verklaring van verdachte en de overige bewijsmiddelen in het dossier acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 8 augustus 2024 schuldig heeft gemaakt aan het bezitten, verspreiden en openlijk tentoonstellen van kinderporno door 5 kinderpornografische filmpjes op zijn Snapchat te plaatsen (feit 1). Daarnaast heeft verdachte zich in de periode van 19 september 2025 tot en met 19 oktober 2025 schuldig gemaakt aan het bezitten, verspreiden, openlijk tentoonstellen en aanbieden van kinderporno door op drie verschillende momenten in die periode – te weten op 19 september 2025, 20 september 2025 en 19 oktober 2025 – in totaal 12 kinderpornografische afbeeldingen op zijn Snapchat te plaatsen (feit 2). Ook acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 januari 2023 schuldig heeft gemaakt aan het in bezit hebben van en het zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen tot 40 kinderpornografische afbeeldingen (feit 3).

Beroep – feiten 1 en 2

De rechtbank is van oordeel dat het bestanddeel ‘beroep’ onder de ten laste gelegde feiten 1 en 2 niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Er is geen sprake van een zekere organisatie of professionaliteit bij het handelen van verdachte en ook ontbreekt een financieel of economisch motief. Dit betekent dat de rechtbank verdachte van dat deel van de tenlastelegging zal vrijspreken.

Gewoonte maken – feiten 1, 2 en 3

De rechtbank is van oordeel dat verdachte van het bezitten, verspreiden, openlijk tentoonstellen en het aanbieden van en het zich de toegang verschaffen tot kinderporno geen gewoonte heeft gemaakt als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Volgens vaste jurisprudentie is vereist dat sprake moet zijn van gedragingen die zich kenmerken door duurzaamheid, stelselmatigheid en regelmaat. Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan geen sprake. In haar oordeel betrekt de rechtbank dat het in totaal gaat om 52 kinderpornografische afbeeldingen en 5 kinderpornografische filmpjes in een periode van 1 maart 2022 tot en met 19 oktober 2025. De rechtbank stelt vast dat het weliswaar gaat om een langere pleegperiode, maar dat verdachte zich slechts op een beperkt aantal momenten in die periode bezighield met kinderporno. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte al die jaren langere perioden vrijwel onafgebroken bezig is geweest met kinderporno. Er is geen sprake van voortdurend zoekgedrag en/of systematische verzamelactiviteit. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat het gaat om een relatief beperkte collectie van kinderpornografisch materiaal. Dit samen bezien is onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘een gewoonte maken van’ en om die reden zal de rechtbank verdachte hiervan vrijspreken.

4.4.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 1

op 8 augustus 2024 te [geboorteplaats] , meer visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd

van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken

heeft verspreid en openlijk tentoongesteld en in bezit heeft gehad

te weten video’s waarop te zien is dat:

die persoon de eigen borsten met de hand aanraakt

(afbeeldingen 01 en 04 van de toonmap)

en

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en

- door het camerastandpunt nadrukkelijk de borsten van die persoon

in beeld worden gebracht

(afbeeldingen 01, 02, 03, 04 van de toonmap)

Feit 2

in de periode van 19 september 2025 tot en met 19 oktober 2025 te [geboorteplaats] , meermalen, visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken

heeft verspreid en aangeboden en openlijk tentoongesteld en in bezit heeft gehad

te weten foto's waarop te zien is dat:

die persoon het eigen geslachtsdeel en de eigen billen met een vibrator aanraakt

( [visuele weergave]

, vanaf blz 126 t/m 130 van het dossier)

en

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose en de uitsnede van de foto’s nadrukkelijk het geslachtsdeel en billen van die persoon in beeld worden gebracht

( [content]

)

Feit 3

in de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 januari 2023 te [geboorteplaats] , telkens 40 afbeeldingen, te weten foto's van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken,

in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met

gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met een penis oraal, vaginaal en anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(#03 collectiescan)

en

het met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met een vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(#01, #03, #04 van de collectiescan)

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is met sadomasochistische elementen (waarna) door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van deze persoon en de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

(#02, #03, #05 van de collectiescan)

en

het ejaculeren op lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het houden van een (stijve) penis bij/naast lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

(#05 van de collectiescan)

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest (welke is begroot op 188 dagen) en een proeftijd van 3 jaar en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering is geadviseerd. De officier van justitie heeft bij de strafreis rekening gehouden met de aard en ernst van de feiten, de eerdere veroordeling van verdachte en zijn proeftijd. Als strafverminderde omstandigheden houdt zij rekening met de problematiek van verdachte, zijn verminderde toerekenbaarheid, dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven en dat hij een behandel- en begeleidingstraject is aangegaan.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank rekening te houden met de persoon van verdachte, de duur en het verloop van het voorarrest en de verminderde toerekenbaarheid van verdachte. Verdachte heeft openheid van zaken gegeven en heeft verantwoordelijkheid voor zijn handelen genomen. Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft hij een gemotiveerde houding aangenomen. Verdachte wil aan zichzelf werken, staat open voor (langdurige) behandeling en begeleiding en is bereid om zich te houden aan alle door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Ook ziet verdachte meerwaarde in een proeftijd van meer dan 2 jaar, zodat hij lang van de bijzondere voorwaarden kan profiteren. De verdediging verzoekt de rechtbank om geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen dan de duur van zijn voorarrest. Detentie zal het huidige behandel- en begeleidingstraject doorkruisen en ertoe leiden dat verdachte zijn stabiele woon- en begeleidingssituatie verliest, hetgeen juist perspectief biedt op het terugdringen van recidive.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft op verschillende momenten in een periode van ruim 3,5 jaar in totaal

52 kinderpornografische afbeeldingen en 5 kinderpornografische filmpjes in zijn bezit gehad, verspreid, openlijk tentoongesteld en/of aangeboden dan wel door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst zich de toegang daartoe verschaft. Ook heeft verdachte seksueel geladen onlinecontacten met minderjarigen via Snapchat gehad. Fysieke seksuele contacten met minderjarigen heeft verdachte niet gehad. De rechtbank is van oordeel dat het om zeer ernstige feiten gaat. Kinderporno is verwerpelijk, omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en uitgebuit. De betrokken kinderen lopen vaak naast lichamelijke ook psychische schade op die gedurende lange tijd sporen nalaat. De misbruikte kinderen worden vaak nog jarenlang achtervolgd door deze beelden met alle nare gevolgen van dien. Verdachte heeft zich met de gevolgen voor deze kinderen niet beziggehouden en heeft door zijn handelingen bijgedragen aan het in stand houden van de verspreiding en productie van kinderporno.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 14 april 2026. Daaruit volgt dat hij eerder is veroordeeld wegens het bezitten van en zich de toegang verschaffen tot kinderporno. De rechtbank stelt dan ook vast dat sprake is van recidive.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de rapportage van het psychologisch onderzoek van 3 maart 2026, opgesteld door klinisch psycholoog [klinisch psycholoog] . Hieruit volgt dat bij verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking, ADHD, een sociale angststoornis en een stoornis in het gebruik van alcohol en dat meerdere factoren uit verschillende stoornissen een rol hebben gespeeld in de totstandkoming van de ten laste gelegde feiten. Verdachte geeft zelf aan dat hij, na de eerdere veroordeling, werd bedreigd en mishandeld. Als reactie hierop ging verdachte zichzelf steeds meer isoleren en heeft hij een sociale angststoornis ontwikkeld. Verdachte kwam uiteindelijk tot het tenlastegelegde met de motivatie dat hij zich maar met kinderporno bezig moest gaan houden, als iedereen toch al denkt dat hij daarmee bezig is. Het alcoholmisbruik en het op een ad-hoc basis innemen van de ADHD-medicatie brachten verdachte daarbij aanvullend tot de ten laste gelegde gedragingen. Niet is gebleken dat verdachte een pedofiele seksuele voorkeur of een parafiele stoornis heeft. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding om het tenlastegelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen, zoals de deskundige ook adviseert. Verder wordt het risico op recidive door de deskundige als matig ingeschat, waarbij het risico zou kunnen verhogen als verdachte opnieuw in een sociaal isolement terecht zou komen. Het recidiverisico kan aanzienlijk lager uitvallen als verdachte structureel in een beschermende en steunende omgeving woont en hij opnieuw een forensisch-psychiatrische behandeling ondergaat. Gebleken is dat verdachte hiertoe gemotiveerd is. De deskundige adviseert om een (deels) voorwaardelijk strafdeel op te leggen, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte een ambulante behandeling zal volgen bij de forensische psychiatrische afdeling of -polikliniek van een instelling in de nabijheid van zijn woonplaats.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringsrapport van 4 maart 2026. Hieruit volgt dat naast de vastgestelde stoornissen sprake is van een lage draagkracht bij verdachte en gebrekkige probleemoplossende vaardigheden. Verdachte toont zich bereidwillig en ontvankelijk voor behandeling en een traject bij beschermd of begeleid wonen. Dit om aan zichzelf te werken en herhaling van delictgedrag te voorkomen. De reclassering stelt verder dat een langdurig zorgtraject is geïndiceerd. Tijdens de zitting heeft verdachte aangegeven dat hij sinds zijn schorsing van de voorlopige hechtenis beschermd bij [zorginstelling] woont, dat het op die locatie goed gaat en hij positieve stappen aan het zetten is. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding, beheersing middelengebruik en het vermijden van digitale omgevingen waarin hij in aanraking kan komen met seksueel kindermisbruik.

Oplegging van de straf

De rechtbank stelt vast dat het taakstrafverbod (artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht) van toepassing is. Gelet op de aard en de ernst van de feiten, het feit dat verdachte in de periode voorafgaand en aansluitend aan het bewezenverklaarde eerder strafrechtelijk is veroordeeld voor het in het bezit hebben van kinderporno en het zich daartoe de toegang verschaffen en dat verdachte het bewezenverklaarde in zijn proeftijd heeft gepleegd, maakt dat de rechtbank van oordeel is dat in beginsel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende strafrechtelijke reactie zou zijn.

De rechtbank kent echter groot gewicht toe aan de hiervoor beschreven persoonlijke omstandigheden van verdachte en aan de opvatting van de deskundigen als het gaat over het voorkomen van recidive. Volgens de deskundigen is het recidiverisico het laagst als verdachte structureel in een beschermende en steunende omgeving woont en hij opnieuw een forensisch-psychiatrische behandeling ondergaat. Tijdens de zitting heeft verdachte zich hiertoe bereid verklaard en sinds zijn schorsing heeft verdachte zijn kansen gepakt en de eerste positieve stappen gezet. Verdachte woont op dit moment beschermd bij [zorginstelling] , waar er 24-uurs toezicht en begeleiding aanwezig is. Ook is hij gestart met de geadviseerde behandeling. De meewerkende houding van verdachte komt op de rechtbank authentiek over en zij acht dit van groot belang met het oog op het voorkomen van recidive. Voorts blijkt uit de rapporten dat verdachte een kwetsbare persoon is. De rechtbank houdt hiermee rekening, in die zin dat een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf het risico op herhaling zou kunnen vergroten. Ook weegt de rechtbank mee dat verdachte openheid heeft gegeven over zijn handelen en de feiten heeft bekend. Uit het dossier en het verhandelde tijdens de zitting blijkt dat verdachte een begin van inzicht toont in het laakbare van zijn handelen. Voor de rechtbank weegt in dit geval het belang van behandeling en begeleiding zwaar en zij is van oordeel dat het voor verdachte en voor de maatschappij van groot belang is dat verdachte zijn huidige woon- en begeleidingssituatie en zijn behandeltraject behoudt om het risico op recidive te beperken. Dit betekent dat de rechtbank niet zal beslissen dat verdachte terug naar de gevangenis moet. Een forse voorwaardelijke gevangenisstraf acht de rechtbank wel noodzakelijk om het opleggen van bijzondere voorwaarden mogelijk te maken en verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 3 jaar. Voor wat betreft de aan verdachte op te leggen voorwaarden volgt de rechtbank het advies van de reclassering. Zij zal aan verdachte reclasseringstoezicht opleggen en de verplichting om mee te werken aan een meldplicht, aan ambulante behandeling door GGZ [zorginstelling] of een soortgelijke zorgverlener, aan het verblijf in begeleid/beschermd wonen van [zorginstelling] of een soortgelijke instelling of maatschappelijke opvang, aan dagbesteding, aan de beheersing van middelengebruik en de daarbij behorende controles en aan de verplichting om kinderporno te vermijden, waarbij verdachte mee dient te werken aan controles op zijn gegevensdragers. De rechtbank zal de proeftijd op 3 jaar bepalen, nu een langdurig zorgtraject voor verdachte is geïndiceerd en de rechtbank het van groot belang vindt dat de noodzakelijk geachte behandeling en begeleiding voor een langere tijd voor verdachte zijn gewaarborgd.

Voorlopige hechtenis

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

7 De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 89 dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg van 26 juli 2023 ten uitvoer zal worden gelegd. Ter terechtzitting is de officier van justitie bij deze vordering gebleven.

De verdediging meent dat de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf onder de huidige omstandigheden niet wenselijk en proportioneel is. Er is sprake van een wezenlijk andere uitgangspositie dan ten tijde van de eerdere veroordeling en de tenuitvoerlegging zou betekenen dat het huidige behandel- en begeleidingstraject van verdachte wordt doorkruist en dat hij zijn stabiele woon- en begeleidingssituatie verliest. De verdediging verzoekt dan ook primair om de vordering af te wijzen en subsidiair om de vordering om te zetten in een taakstraf, indien de rechtbank aanleiding ziet om de vordering (gedeeltelijk) toe te wijzen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank zal hiertoe besluiten, maar zal daarbij gelasten dat in plaats van het tenuitvoerleggen van de 89 dagen opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf de verdachte een taakstraf dient te verrichten van 200 uren. Dit omdat verdachte moet begrijpen dat aan het overtreden van de voorwaarde gevolgen zijn verbonden, maar de rechtbank het ook van groot belang vindt dat verdachte de juiste zorg blijft krijgen en dat de tenuitvoerlegging zijn huidige woon- en begeleidingssituatie en behandeltraject niet doorkruist.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 240b en 252 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, openlijk tentoonstellen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

feit 2: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

feit 3: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen¸ meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 (drie) jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door GGZ [zorginstelling] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

* dat verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft bij het forensisch begeleid wonen van [zorginstelling] of een soortgelijke instelling voor beschermd/begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;

* dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

* dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol. Deze controles kunnen bestaan uit ademonderzoek en UC’s. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

* dat verdachte gedurende de proeftijd:

1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;

2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;

3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);

4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.

Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft. Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) 8 keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte;

- bepaalt dat van rechtswege gelden de bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 26 juli 2023 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02.201704.22 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 89 (achtennegentig) dagen;

- gelast dat deze ten uitvoer te leggen gevangenisstraf wordt vervangen door een taakstraf van 200 (tweehonderd) uren;

- bepaalt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 89 (achtennegentig) dagen;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.E. Verschoor-Bergsma, voorzitter, en mr. G.H. Nomes en mr. R. Combee, rechters, in tegenwoordigheid van A.G. Vork, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 juni 2026.

Mr. Verschoor-Bergsma en mr. Combee zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.