Rechtbank Noord-Nederland, eerste aanleg - meervoudig materieel strafrecht

ECLI:NL:RBNNE:2026:888

Op 24 March 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van materieel strafrecht, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 18.118798.25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBNNE:2026:888. De plaats van zitting was Assen.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
18.118798.25
Datum uitspraak:
24 March 2026
Datum publicatie:
24 March 2026
Verwijzingen:
Wetboek van Strafrecht 57

Indicatie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het bezit en verspreiden van kinderporno en aan het bezit van pornografisch materiaal met betrekking tot dieren. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Als bijzondere voorwaarde legt de rechtbank onder meer een behandelverplichting op.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18.118798.25

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 maart 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 maart 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. I.D. van Wijnen, advocaat te Assen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. Potijk.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. ?

hij in of omstreeks 1 januari 2020 tot en met 5 september 2023 te [plaats] , in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) 7304, althans een aantal afbeelding(en), te weten 6570 fotos en/of 403 films en/of (een) gegevensdrager(s), te weten een telefoon (goednummer 1639301) bevattende (een) afbeelding(en) in bezit heeft gehad en/of heeft verspreid door het versturen van de afbeeldingen via een communicatiedienst, te weten Kik en/of Wickr, en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen zakelijk weergegeven bestonden uit:

- het met de/een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand en/of oraal en/of vaginaal en/of anaal

penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingen 1, 2, 3 & 16 in de toonmap, pagina 29, 40, 41 & 47 van het procesdossier)

- en/of het met de/een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken

van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingen 4, 5,6, 15 & 20 in de toonmap, pagina 29 t/m 31, 41, 42, 47 & 49 van het procesdossier

- en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van

18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp, te weten een danspaal, en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (afbeelding 7, 8 & 9 in de toonmap, pagina 30, 43 & 44 van het procesdossier)

- en/of het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (afbeelding 10, 11 & 12 in de toonmap, pagina 30, 44 & 45 van het procesdossier)

- en/of het vastbinden en/of martelen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had

bereikt, waarbij deze persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt gepenetreerd wordt in de vagina door een penetratieapparaat (afbeelding 13 & 14 in de toonmap, pagina 30/31 & 46 van het procesdossier)

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

?

hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 5 september 2023 te Groningen, in elk geval in Nederland, op een of meer momenten meermalen, althans eenmaal telkens

afbeeldingen, te weten foto's en/of video's, en/of

gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon, in bezit heeft gehad, terwijl op die

afbeeldingen ontuchtige handelingen zichtbaar zijn, waarbij een mens en een dier zijn betrokken en/of schijnbaar zijn betrokken, welke voornoemde ontuchtige handelingen zakelijk weergegeven - bestonden

uit (onder meer):

- het door een dier, te weten een hond, likken van de geslachtsdelen van een vrouw (afbeelding 22 in de

toonmap, pagina 32 & 50 van het procesdossier),

- het door een dier, te weten een hond en/of paard, vaginaal en/of oraal penetreren van een vrouw,

waarbij te zien is dat het dier klaarkomt (afbeelding 21 & 23 in de toonmap, pagina 32, 50 & 51 van het procesdossier).

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen kan worden, in een beperktere pleegperiode en met uitzondering van het onderdeel verspreiden in feit 1.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2026;

een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal d.d. 6 januari 2025, opgenomen op pagina 26 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2022230178 d.d. 10 april 2025, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] ;

een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (met bijlage) d.d. 3 februari 2025, opgenomen op pagina 61 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

en ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2026;

een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal d.d. 6 januari 2025, opgenomen op pagina 26 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2022230178 d.d. 10 april 2025, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] .

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde genoemde aantal films merkt de rechtbank het tenlastegelegde aantal 403 aan als een kennelijke verschrijving, nu de som van fotos en films 7.304 is en het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal ook 734 films vermeldt. De rechtbank zal daarom de tenlastelegging verbeterd lezen en in de bewezenverklaring uitgaan van 734 films.

Met betrekking tot het standpunt van de verdediging omtrent de aanvang van de pleegperiode overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte op 22 maart 2019 in ieder geval één van de kinderpornografische afbeeldingen die op zijn telefoon zijn aangetroffen heeft geopend of anderszins het betreffende bestand heeft geopend. Nu die datum ligt vóór de tenlastegelegde periode, acht de rechtbank de tenlastegelegde periode bewezen.

Over de onder 1 ten laste gelegde verspreiding overweegt de rechtbank dat dit wettig en overtuigend kan worden bewezen door de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting en de in bewijsmiddel 3 opgenomen chatgesprekken, waaruit blijkt dat verdachte in de bewezenverklaarde periode kinderpornografisch materiaal heeft gedeeld via de dienst Wickr.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. ?

hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 5 september 2023 te [plaats] , 7304 afbeeldingen, te weten 6570 fotos en 734 films op een gegevensdrager, te weten een telefoon (goednummer 1639301) in bezit heeft gehad en heeft verspreid door het versturen van de afbeeldingen via een communicatiedienst, te weten Wickr, en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen zakelijk weergegeven bestonden uit:

- het met een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand en/of oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren

van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingen 1, 2, 3 & 16 in de toonmap, pagina 29, 40, 41 & 47 van het procesdossier)

- en het telkens met een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand en/of mond/tong aanraken van het

geslachtsdeel en/of de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand en/of mond/tong aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingen 4, 5,6, 15 & 20 in de toonmap, pagina 29 t/m 31,

41, 42, 47 & 49 van het procesdossier

- en het telkens geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van

18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp, te weten een danspaal, en/of in een erotisch getinte houding die niet bij haar leeftijd passen en/of waarbij deze persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en/of door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose en/of de wijze van kleden van deze persoon in beeld gebracht wordt waarbij de afbeelding telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (afbeelding 7, 8 & 9 in de toonmap, pagina 30, 43 & 44 van het procesdossier)

- en het telkens masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een penis bij/naast het gezicht of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is waarbij de afbeelding telkens een onmiskenbaar seksuele

strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (afbeelding 10, 11 & 12 in de toonmap, pagina 30, 44 & 45 van het procesdossier)

- en het vastbinden en/of martelen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had

bereikt, waarbij deze persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt gepenetreerd wordt in de vagina door een penetratieapparaat (afbeelding 13 & 14 in de toonmap, pagina 30/31 & 46 van het procesdossier)

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

?

hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 5 september 2023 in Nederland, afbeeldingen, te weten foto's en video's, op een gegevensdrager, te weten een telefoon, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen ontuchtige handelingen zichtbaar zijn, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, welke voornoemde ontuchtige handelingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit (onder meer):

- het door een dier, te weten een hond, likken van de geslachtsdelen van een vrouw (afbeelding 22 in de

toonmap, pagina 32 & 50 van het procesdossier),

- het door een dier, te weten een hond en/of paard, vaginaal en/of oraal penetreren van een vrouw,

waarbij te zien is dat het dier klaarkomt (afbeelding 21 & 23 in de toonmap, pagina 32, 50 & 51 van het procesdossier).

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, verspreiden en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf gewoonte wordt gemaakt;

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Overwegingen

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Het lange tijdsverloop sinds de doorzoeking en inbeslagneming van gegevensdragers op 5 september 2023 leidt tot een lagere strafeis dan de richtlijn van het Openbaar Ministerie.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de redelijke termijn is overschreden en gepleit voor oplegging van een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Rekening houdend met het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht, verzoekt de raadsvrouw om één dag gevangenisstraf onvoorwaardelijk op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportage van de reclassering d.d. 10 oktober 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich jarenlang schuldig gemaakt aan het bezit van een grote hoeveelheid kinder- en dierpornografisch materiaal, en op kleinere schaal de verspreiding van kinderpornografisch materiaal.

De strafbaarstelling van dit soort feiten heeft als achtergrond de bescherming van minderjarigen en dieren tegen seksueel misbruik en tegen de nadelige gevolgen die het maken en verspreiden van opnames van seksueel gedrag waarbij kinderen en dieren betrokken zijn, met zich brengen.

De jonge slachtoffers zijn gedwongen tot het poseren en ondergaan van handelingen die op ernstige wijze inbreuk maken op hun lichamelijke integriteit. Bij een aantal afbeeldingen die verdachte in zijn bezit had was sprake van extreem en schokkend seksueel misbruik, onder andere in de vorm van marteling.

Het nadeel voor de betrokken kinderen bestaat enerzijds uit de directe ernstige gevolgen van het seksueel misbruik zelf, en anderzijds uit de omstandigheid dat eenmaal op internet of via communicatiediensten gepubliceerde fotos of films daar oneindig lang en veelvuldig op blijven circuleren. De kinderen kunnen daardoor nog op latere leeftijd met deze fotos of films worden geconfronteerd.

Door het bezit ervan heeft verdachte indirect een bijdrage geleverd aan het seksueel misbruik van dieren en kinderen en instandhouding van het aanbod van het materiaal. Verdachte is ook overgegaan tot het

delen van kinderpornografisch materiaal, waarmee hij nog in hogere mate verantwoordelijkheid draagt voor het in omloop brengen en houden van dit materiaal.

Verdachte heeft geen enkel oog gehad voor de kwetsbare positie en het leed van de jonge slachtoffers, die nog jarenlang, zo niet hun hele leven, niet alleen psychische maar vaak ook lichamelijke gevolgen ondervinden van het seksueel misbruik dat zij hebben moeten doorstaan. Zijn eigen gerief en behoefte aan seksuele opwinding in voor hem spanningsvolle periodes stonden voorop.

Strafoplegging

Als uitgangspunt voor het verspreiden van kinderporno hanteert het LOVS volgens de landelijke oriëntatiepunten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een jaar. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als uitgangspunt is mede ingegeven door de beslissing van de wetgever om het met artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht onmogelijk te maken voor bezit en verspreiding van dit materiaal alleen een taakstraf op te leggen. Daarmee heeft de wetgever de ernst van het delict en de maatschappelijke verontwaardiging daarover tot uitdrukking willen brengen.

Gelet op de aard en ernst van de door verdachte gepleegde feiten, de straffen die rechtbanken en gerechtshoven in vergelijkbare zaken opleggen, en het bepaalde in de LOVS-oriëntatiepunten, acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf aangewezen.

Een werkstraf, zoals door de raadsvrouw bepleit, doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van de feiten en het kennelijke gebrek aan inzicht daarvan bij verdachte. De door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf doet dat evenmin. Daarom zal de rechtbank een hogere gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Van overschrijding van de redelijke termijn, waar de rechtbank in strafmatigende zin rekening mee zou moeten houden, is geen sprake. Niet de doorzoeking en inbeslagneming in september 2023, maar de aanhouding van verdachte op 4 februari 2025 kan gelden als moment waarop de Nederlandse Staat jegens verdachte een handeling heeft verricht waaraan hij in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat het openbaar ministerie een strafvervolging tegen hem zou instellen.1 De na de aanhouding verstreken termijn tot het moment van wijzen van vonnis is naar het oordeel van de rechtbank niet onredelijk lang.

Hoewel verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, heeft de rechtbank op basis van zijn verklaring ter zitting en de inhoud van het reclasseringsrapport voor de toekomst grote zorgen over de houding van verdachte tegenover kinder- en dierenporno en daarmee het herhalingsgevaar. Hij heeft weinig besef en berouw getoond. Enkel door ingrijpen van de politie is verdachte een halt toegeroepen met betrekking tot het verzamelen en verspreiden van kinder- en dierpornografisch materiaal. De schadelijke gevolgen voor kinderen en dieren hebben verdachte hier in ieder geval niet van kunnen weerhouden, evenmin als de wekelijkse zorg voor zijn kleinkind. Dit gebrek aan inzicht brengt de rechtbank tot het oordeel dat een forse onvoorwaardelijke straf noodzakelijk is ter vergelding en normstelling.

De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, passend en geboden. Bij het voorwaardelijk

strafdeel zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden opleggen. Met de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel heeft de rechtbank tot doel verdachte te motiveren mee te werken aan eventueel langdurige, speciale behandeling en reclasseringstoezicht, om de kans op herhaling te verkleinen. Ook zal hij digitale omgevingen met (gesprekken over) kinderporno moeten vermijden en moeten meewerken aan controle daarop door de reclassering.

Beslag

Onder verdachte is een Apple iPhone 10 in beslag genomen waarop nog beslag rust.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de genoemde smartphone wordt onttrokken aan het verkeer.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich niet verzet tegen onttrekking aan het verkeer van de smartphone. Wel heeft zij verzocht te gelasten dat aan verdachte een kopie wordt verstrekt van de fotos van het gezin en de familieleden van verdachte.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de smartphone onttrekken aan het verkeer nu het bewezen verklaarde met behulp van dit voorwerp is begaan en het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet.

Met betrekking tot het verzoek van de verdediging om verstrekking van privéfotos is de rechtbank van oordeel dat dit verzoek gelet op het grote aantal fotos op de smartphone te weinig concreet is voor een last aan de officier van justitie. Het staat de verdediging uiteraard vrij om voordat de onttrekking aan het verkeer wordt uitgevoerd de officier van justitie te verzoeken specifieke fotos aan verdachte te doen verstrekken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 57, 240b (oud) en 254a (oud) van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak
De rechtbank

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot zes maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich binnen vijf werkdagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland aan [adres] en zich blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Hier kunnen ook huisbezoeken onder vallen. Veroordeelde houdt zich aan de gestelde doelen in de toezichtsovereenkomst en zet zich hier actief voor in.

2. zich laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.

3. gedurende de gehele proeftijd:

4. digitale omgevingen vermijdt waarin veroordeelde in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;

5. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;

6. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogrammas (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);

7. inzicht geeft in de wijze waarop veroordeelde de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.

Het toezicht op de naleving van de onderdelen a tot en met c beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die veroordeelde in gebruik heeft.

Veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past veroordeelde de instellingen zodanig aan

dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.

De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.

De controles mogen gedurende de gehele proeftijd maximaal drie keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van veroordeelde.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Verklaart onttrokken aan het verkeer het in beslag genomen voorwerp:

1. STK GSM G1639301 (Omschrijving: 2022230178, zwart, merk: Apple iPhone).

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van den Oever, voorzitter, mr. J. van Bruggen en

mr. J. Faber, rechters, bijgestaan door mr. R. de Boer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 maart 2026.

1. HR 17-06-2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578