Strafrecht overig

Klaagschrift beslag: gegrond

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 september 2023

Zaakgegevens

Op 22 september 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
22 september 2023
Datum publicatie
10 oktober 2023
Zaaknummer
23-010074
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:7000
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Klaagschrift beslag: gegrond

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

raadkamernummer : 23-010074

datum : 08 september 2023

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager],

geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats],

wonende op het [woonadres], (België),

hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.

1 De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

  • het klaagschrift, dat - ondertekend door of namens klager - tijdig is ingediend ter griffie van het op grond van artikel 552a Sv bevoegde gerecht;

  • de kennisgeving inbeslagneming;

  • de conclusie van het openbaar ministerie d.d. 3 mei 2023;

  • de overige stukken.

Op 8 september 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn klager en de officier van justitie, mr. R.C.P. Rammeloo gehoord.

2 De beoordeling

Klager heeft aangevoerd dat op 13 april 2023 twee kentekenplaten onder hem in beslag zijn genomen. Klager was in Nederland met een voertuig waarop Belgische handelaarskentekenplaten waren bevestigd. Klager wist niet dat hij daarmee niet in Nederland mocht rijden. Klager heeft belang bij teruggave van deze kentekenplaten. Klager is woonachtig in België en zijn bedrijf bevindt zich eveneens in België. Klager verzoekt om teruggave van zijn kentekenplaten.

De officier van justitie heeft ter zitting aangevoerd dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. Het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later oordelend de kentekenplaten verbeurd zal verklaren. De officier van justitie verzoekt het klaagschrift ongegrond te verklaren.

De rechtbank overweegt als volgt.

Het beslag op de goederen is gelegd op grond van artikel 94 Sv.

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.

De rechtbank dient na te gaan of het belang van strafvordering verlangt dat het beslag wordt voortgezet. Hiervan is sprake wanneer het in beslag houden van het voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk voordeel aan te tonen dan wel wanneer niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.

De geringe ernst van het strafbare feit waarvan klager verdacht wordt afgezet tegen het belang van klager tot teruggave van de handelaarskentekenplaten, alsmede zijn blanco justitiële documentatie maken dat de rechtbank van oordeel is dat dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de kentekenplaten zal bevelen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat bij het ontbreken van strafvorderlijk belang het beslag dient te worden opgeheven, zodat de rechtbank het klaagschrift gegrond zal verklaren en de teruggave van de kentekenplaten aan klager zal gelasten.

3 De beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van:

-goednummer: PL2000-2023091844-2581740: 2 kentekenplaten nr. [kenteken],

aan klager.

Deze beslissing is op 22 september 2023 gegeven door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2023.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering