Strafrecht overig

Rechtbank Zutphen · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

Rechtbank Zutphen, 19 november 2002

Zaakgegevens

Op 19 november 2002 heeft de Rechtbank Zutphen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
19 november 2002
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
06/080313-02
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZUT:2002:AF1274
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/080313-02

Uitspraak d.d.: 19 november 2002

Tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring Demersluis te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

5 november 2002.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 27 juli 2002 in de gemeente Apeldoorn

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer] en/of een of meer (andere) medewerker(s) van

het/een Shell-tankstation (gelegen aan de [adres] aldaar) te dwingen tot

de afgifte van een of meer goed(eren) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het/een Shell-tankstation

en/of aan Van Woudenberg, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

tezamen en in vereniging met zijn mededader(s) en/of alleen als volgt heeft

gehandeld:

- zijnde verdachte en/of zijn mededader(s) met een (scream)masker (soort

doodskopmasker) op en/of met (een) zonnebril(len) en/of pet(ten) en/of

muts(en) op en/of met een pistool/vuurwapen, althans een op een

pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, de/een winkel van het/een

Shell-tankstation binnengegaan en/of hebbende verdachte en/of zijn

mededader(s) zich in die winkel en/of in de deuropening daarvan (verspreid)

opgesteld en/of zijnde verdachte en/of zijn mededader(s) naar de kassaruimte

van die winkel gelopen en/of

- hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) dat/een pistool/vuurwapen,

althans dat/een op een pistool/vuurwapen gelijkend(e) voorwerp, op [slachtoffer]

en/of een of meer andere medewerker(s) van dat Shell-station gericht en/of

gericht gehouden en/of

- hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (daarbij) meermalen, althans

eenmaal, tegen die [slachtoffer] en/of een of meer andere medewerker(s) van dat

Shell-station gezegd: "Geef me je geld" en/of "Dit is geen geintje, geef mij

je geld" en/of "Kankerhoer geef geld, want dit is geen geintje", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 27 juli 2002 in de gemeente Apeldoorn

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een of meer goed(eren) en/of een

hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan het/een

Shell-tankstation en/of aan Van Woudenberg, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen

diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] en/of een of meer (andere)

medewerker(s) van het/een Shell-tankstation (gelegen aan de [adres]

aldaar), te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren,

tezamen en in vereniging met zijn mededader(s) en/of alleen als volgt heeft

gehandeld:

- zijnde verdachte en/of zijn mededader(s) met een (scream)masker (soort

doodskopmasker) op en/of met (een) zonnebril(len) en/of pet(ten) en/of

muts(en) op en/of met een pistool/vuurwapen, althans een op een

pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, de/een winkel van het/een

Shell-tankstation (gelegen aan de [adres] aldaar) binnengegaan en/of

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) zich in die winkel en/of in de

deuropening (verspreid) opgesteld en/of zijnde verdachte en/of zijn

mededader(s) naar de kassaruimte van die winkel gelopen en/of

- hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) dat/een pistool/vuurwapen,

althans dat/een op een pistool/vuurwapen gelijkend(e) voorwerp, op [slachtoffer]

en/of een of meer andere medewerker(s) van dat Shell-station gericht en/of

gericht gehouden en/of

- hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (daarbij) meermalen, althans

eenmaal, tegen die [slachtoffer] en/of een of meer andere medewerker(s) van

dat/een Shell-tankstation gezegd: "Geef me je geld" en/of "Dit is geen

geintje, geef mij je geld" en/of "Kankerhoer geef geld, want dit is geen

geintje", althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 27 juli 2002 in de gemeente Apeldoorn

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met anderen, met het oogmerk om zich

en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] van

het Shell-tankstation (gelegen aan de [adres] aldaar) te dwingen tot

de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan het Shell-tankstation

en/of aan Van Woudenberg,

tezamen en in vereniging met zijn mededaders als volgt heeft

gehandeld:

- zijnde verdachte en zijn mededaders met een screammasker (soort

doodskopmasker) op en met zonnebrillen en petten en

op en met een pistool , de winkel van het Shell-tankstation binnengegaan en hebbende verdachte en zijn

mededaders zich in die winkel en in de deuropening daarvan verspreid

opgesteld en zijnde verdachte en zijn mededaders naar de kassaruimte

van die winkel gelopen en

- hebbende verdachte en zijn mededaders dat pistool,

op [slachtoffer] van dat Shell-station gericht en gericht gehouden en

- hebbende verdachte en/of zijn mededaders daarbij tegen die [slachtoffer] van dat

Shell-station gezegd: "Geef me je geld" en/of "Dit is geen geintje, geef mij

je geld" en/of "Kankerhoer geef geld, want dit is geen geintje", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Bewezenverklaring

Wat meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte be-hoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

- poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aanne-melijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen is bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdach-te zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf als na te melden - met welke strafmodaliteit verdachte heeft ingestemd - op zijn plaats. Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich met zijn mededaders heeft schuldig gemaakt aan een van de ernstigste vormen van vermogenscriminaliteit. Daarbij hebben zij zich niet alleen laten leiden door de zucht naar snel en illegaal gewin, maar ook door hun streven naar aanzien bij elkaar en bij een jongerengroep, waarbinnen druk werd gesproken over een recent en soortgelijk afpersingsgeval.

Extra kwalijk en zorgelijk acht de rechtbank in dit verband dat zelfs de aanwezigheid van klanten en van jonge kinderen in het benzinestation verdachte en de zijnen niet heeft kunnen weerhouden van hun daad, nu toch algemeen bekend is welke traumatiserende invloed kan uitgaan van het dreigende gebruik van een pistool of iets dergelijks door vermomde personen.

Delicten als de onderhavige dragen ook daarom in hoge mate bij tot de in de maatschappij levende gevoelens van onveiligheid.

De rechtbank neemt tevens in aanmerking dat verdachte, zij het beperkt, reeds eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Om voldoende recht te doen aan de aard en ernst van het bewezen verklaarde, acht de rechtbank oplegging van een langere gevangenisstraf dan de door de officier van justitie gevorderde passend en geboden.

De rechtbank zal aan de op te leggen voorwaardelijke gevangenisstraf bijzondere voorwaarden verbinden, teneinde het risico van herhaling zoveel mogelijk te beperken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 45, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt ver-dachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

- poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde straf-baar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot zes maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelas-ten, op grond dat veroor-deelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel indien veroordeelde (één van) de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat veroordeelde zich geduren-de de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voor-schriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Zutphen, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

2. dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet zal begeven op de [adres] te Apeldoorn.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerleg-ging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

- een werkstraf gedurende 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar

behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van

120 dagen.

Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, De Bie en Welbergen, rech-ters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitge-sproken op de openbare terechtzitting van

19 november 2002.