Strafrecht overig

Rechtbank Zutphen · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

Rechtbank Zutphen, 22 april 2003

Zaakgegevens

Op 22 april 2003 heeft de Rechtbank Zutphen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
22 april 2003
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
06/060395-02
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZUT:2003:AF8461
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/060395-02

Uitspraak d.d.: 22 april 2003

tegenspraak / dip / oip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [maand] 1946,

wonende te [woonplaats], [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 april 2003.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting van 8 april 2003 heeft de rechtbank gelet op artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering de opheffing bevolen van het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

De tenlastelegging

Aan verdachte is het volgende tenlastegelegd:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2002

tot en met 30 september 2002 te Apeldoorn en/of te Herkenbosch en/of (elders)

in Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer A] heeft

gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige

handeling(en), (telkens) bestaande uit

- het betasten en/of strelen van de bil(len) en/of de (boven)benen van die

[slachtoffer A] en/of

- het (stevig) tegen zich aan drukken van die [slachtoffer A] en/of

- het likken aan de tepel van die [slachtoffer A] en/of

- het geven van een (zuig)zoen aan die [slachtoffer A] en/of

- het pakken/grijpen/betasten van/naar/in de penis en/of het kruis van die

[slachtoffer A]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit het onverhoeds

handelen van verdachte en/of het vasthouden en/of vastgrijpen van die [slachtoffer A]

en/of het bovenop die [slachtoffer A] gaan zitten/liggen en/of (aldus) het in bedwang

houden van die [slachtoffer A] en/of (daarbij) het misbruik maken van zijn, verdachtes,

fysieke overwicht op die [slachtoffer A];

art 246 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus

2000 tot en met 19 oktober 2002 te Hoenderloo, althans in de gemeente

Apeldoorn en/of (elders) in Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer B] heeft gedwongen tot het plegen en/of

dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het tikken

tegen/het aanraken van de penis van die [slachtoffer B] en bestaande dat geweld of

die andere feiteklijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) (telekens) uit het onverhoeds handelen van verdachte en/of

het vasthouden en/of vastgrijpen van die [slachtoffer B] en/of het misbruik maken

van het uit feitelijke en/of fysieke verhoudingen ontstaan overwicht

(verschil in leeftijd);

art 246 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstippen tijdens de periode van 19 augustus 1986 tot 19

augustus 1992 te Hoenderloo, althans in de gemeente Apeldoorn, ontucht heeft

gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde

minderjarige [slachtofer C], geboren op [geboortedatum], immers heeft

hij opzettelijk ontuchtig deze [adres] bij/aan zijn penis en/of zijn

ballen gegrepen/vastgepakt en/of betast;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 19 augustus 1986 tot 19

augustus 1990 te Hoenderloo, althans in de gemeente Apeldoorn met [slachtoffer C], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van zestien jaren

nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft

gepleegd en/of genoemde [slachtoffer C] tot het plegen en/of dulden van (een)

zodanige handeling(en) heeft verleid, bestaande die ontuchtige handeling(en)

hierin dat verdachte deze [adres] bij/aan zijn penis en/of zijn ballen

heeft gegrepen en/of vastgepakt en/of betast;

art 247 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op een of meer tijdstippen tijdens de periode van 19 augustus 1986 tot en

met 19 augustus 1994 te Hoenderloo, althans in de gemeente Apeldoorn, door

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtofer C] heeft gedwongen tot het

plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hieruit

bestaande dat verdachte deze [adres] bij/aan zijn penis en/of zijn ballen

heeft gegrepen en/of vastgepakt en/of betast en bestaande dat geweld of die

andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) hieruit dat verdachte (telkens) onverhoeds heeft gehandeld

en/of deze [adres] heeft vastgehouden en/of vastgegrepen en/of misbruik

heeft gemaakt van het uit feitelijke en/of fysieke verhoudingen ontstaan

overwicht (verschil in leeftijd)

art 246 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 juli 2002 tot en met 30 september 2002 te Apeldoorn en te Herkenbosch (telkens) door geweld [slachtoffer A] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit

- het betasten en/of strelen van de bil(len) en/of de (boven)benen van die

[slachtoffer A] en/of

- het (stevig) tegen zich aan drukken van die [slachtoffer A] en/of

- het likken aan de tepel van die [slachtoffer A] en/of

- het geven van een (zuig)zoen aan die [slachtoffer A] en/of

- het pakken/grijpen/betasten van/naar/in de penis en/of het kruis van die

[slachtoffer A]

en bestaande dat geweld (telkens) uit het het bovenop die [slachtoffer A] gaan zitten/liggen en aldus het in bedwang houden van die [slachtoffer A];

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2000 tot en met 19 oktober 2002 te Hoenderloo, (telkens) door geweld [slachtoffer B] heeft gedwongen tot het

dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het tikken

tegen/het aanraken van de penis van die [slachtoffer B] en bestaande dat geweld of

(telkens) uit het onverhoeds handelen van verdachte en/of het vasthouden en/of vastgrijpen van die [slachtoffer B] en/of het misbruik makenvan het uit feitelijke verhoudingen ontstaan overwicht (verschil in leeftijd);

3.

hij op tijdstippen tijdens de periode van 19 augustus 1986 tot 19 augustus 1992 te Hoenderloo, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [slachtofer C], geboren op [geboortedatum], immers heeft hij opzettelijk ontuchtig deze [adres] bij/aan zijn penis en/of zijn ballen gegrepen/vastgepakt en/of betast.

Wat meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte be-hoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feit 1: feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;

feit 2: feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;

feit 3: ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aanne-melijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen-verklaarde en de omstandigheden waar-onder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte zich onder het mom van stoeipartijen heeft schuldig gemaakt aan ontuchtige handelingen met jongens. Ook ter zitting heeft verdachte niet of nauwelijks blijk gegeven de ernst van zijn gedragingen in te zien. De impact van handelingen als deze openbaart zich vaak pas in een latere leeftijdsfase en kunnen jongeren uit hun seksueel evenwicht brengen en tot (aanzienlijke) psychische problemen leiden.

De rechtbank heeft verder in ogenschouw genomen dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Gezien het vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank thans worden volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de tijd in voorarrest doorgebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 246 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt ver-dachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven

feit 1: feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;

feit 2: feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;

feit 3: ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde straf-baar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van driehonderdvijfenvijftig (355) dagen.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot honderdtachtig (180) dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelas-ten, op grond dat veroor-deelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerleg-ging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht ( te weten honderdvijfenzeventig -175 -

dagen ), bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Van Hoorn, voorzitter, Knoop en Vaandrager, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier en uitge-sproken op de openbare terechtzitting van 22 april 2003.