Strafrecht overig

Twee jaar gevangenisstraf voor het voorhanden hebben van een gevaarlijke stof (BMK) die gebruikt wordt bij…

Rechtbank Zutphen, 22 augustus 2006

Zaakgegevens

Op 22 augustus 2006 heeft de Rechtbank Zutphen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
22 augustus 2006
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
06/580060-05
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZUT:2006:AY6652
E-mail

Samenvatting

Twee jaar gevangenisstraf voor het voorhanden hebben van een gevaarlijke stof (BMK) die gebruikt wordt bij het produceren van harddrugs.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580060-05

Uitspraak d.d.: 22 augustus 2006

tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (China) op [1978],

wonende te [woonplaats]

thans verblijvende in het Huis van Bewaring Zwolle

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

08 augustus 2006.

Geldigheid van de dagvaarding

De raadsman van verdachte voert de partiële nietigheid van de dagvaarding aan met betrekking tot de niet-concrete plaatsaanduiding ‘elders in de wereld’.

De rechtbank verwerpt dit verweer, en overweegt daartoe het volgende.

Naar het oordeel van de rechtbank is het tenlastegelegde voldoende duidelijk voor verdachte. Uit verklaringen van verdachte omtrent zijn verblijf in China en Maleisië blijkt dat hij precies weet waar de dagvaarding op doelde.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2004

tot en met 8 februari 2005 in de gemeente Kampen en/of (elders) in Nederland

en/of (elders) in de wereld tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, teneinde voor te bereiden en/of te bevorderen dat (telkens)

opzettelijk (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine

en/of methamfetamine en/of een ander middel vermeld op de bij de Opiumwet

behorende lijst I, wordt bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht

en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, (telkens)

één of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen

en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij

behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of

inlichtingen te verschaffen en/of (telkens) zich en/of een ander of anderen

gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die

feit(en) heeft getracht te verschaffen (telkens) voorwerpen en/of

vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen

voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden

dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

opzettelijk daartoe:

- één of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een mengsel/materiaal bevattende

Benzylmethylketon (BMK; 1-fenyl-2-propanon) aangeschaft en/of binnen het

grondgebied van Nederland gebracht en/of ter beschikking gesteld aan één of

meer nog onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of bevorderd dat deze

handeling(en) hebben plaatsgevonden en/of

- overleg(gen) over die levering(en) BMK gevoerd;

art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2004

tot en met 8 februari 2005 in de gemeente Kampen en/of (elders) in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- (telkens) opzettelijk één of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een

mengsel/materiaal bevattende Benzylmethylketon (BMK), onder het synoniem

1-fenyl-2-propanon, vermeld onder categorie 1 van de bijlage van de richtlijn

inzake de vervaardiging en het in de handel brengen van bepaalde stoffen die

worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en

psychotrope stoffen (richtlijn 2001/8/EG), in de handel heeft gebracht zonder

vergunning van onze Minister;

en/of

- (telkens) opzettelijk anders dan als houder(s) van een vergunning als

bedoeld in artikel 3 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën en anders dan

als perso(o)n(en) of instelling(en) als bedoeld in artikel 4 van die wet één

of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een mengsel/materiaal bevattende

Benzylmethylketon (BMK), onder het synoniem 1-fenyl-2-propanon vermeld onder

categorie 1 van de bijlage van de richtlijn inzake de vervaardiging en het in

de handel brengen van bepaalde stoffen die worden gebruikt voor de illegale

vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (richtlijn

2001/8/EG) voorhanden heeft gehad;

art 5 Wet voorkoming misbruik chemicaliën

art 3 Wet voorkoming misbruik chemicaliën

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 8 februari 2005 in de gemeente Kampen en/of elders in Nederland en/of elders in de wereld tezamen en in vereniging met anderen, teneinde voor te bereiden en te bevorderen dat telkens

opzettelijk hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine en/of methamfetamine en/of een ander middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, worden bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, telkens één of meer anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken om daarbij

behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of

inlichtingen te verschaffen en/of telkens zich en/of een ander of anderen

gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die

feiten heeft getracht te verschaffen en/of telkens voorwerpen en/of

vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen

voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden

dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten,

immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders telkens

opzettelijk daartoe:

- hoeveelheden van een mengsel/materiaal bevattende

Benzylmethylketon (BMK; 1-fenyl-2-propanon) aangeschaft en/of binnen het

grondgebied van Nederland gebracht en/of ter beschikking gesteld aan één of

meer nog onbekend gebleven personen en/of bevorderd dat deze

handelingen hebben plaatsgevonden en

- overleggen over die leveringen van BMK gevoerd;

2.

hij op één tijdstip in de periode van 1 oktober 2004

tot en met 8 februari 2005 in de gemeente Kampen tezamen en in vereniging met anderen,

- telkens opzettelijk anders dan als houders van een vergunning als

bedoeld in artikel 3 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën en anders dan

als personen of instellingen als bedoeld in artikel 4 van die wet één

hoeveelheid van een mengsel/materiaal bevattende

Benzylmethylketon (BMK), onder het synoniem 1-fenyl-2-propanon vermeld onder

categorie 1 van de bijlage van de richtlijn inzake de vervaardiging en het in

de handel brengen van bepaalde stoffen die worden gebruikt voor de illegale

vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (richtlijn

2001/8/EG) voorhanden heeft gehad;

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven

feit 1:

- medeplegen van een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- medeplegen van een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het feit trachten te verschaffen en/of

- medeplegen van een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of te bevorderen door voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

feit 2: medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, opzettelijk begaan.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden dat

- de productie van BMK, een gevaarlijke stof die gebruikt wordt bij het produceren van harddrugs, een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid vormt en bijdraagt aan verslaving, en de instandhouding daarvan;

- de productie van harddrugs dikwijls, naar de ervaring leert, gepaard gaat met het plegen van andere strafbare feiten;

- verdachte eerder veroordeeld is voor het handelen in strijd met de Opiumwet.

Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel, dat een passende bestraffing slechts gevonden kan worden in het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur, te weten voor de duur van twee jaren. Deze straf is naar het oordeel van de rechtbank in overeenstemming met de aard en de ernst van de hiervoor bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Deze straf is lager dan door de officier van justitie is geëist, omdat naar het oordeel van de rechtbank verdachte geen leidinggevende of initiërende rol heeft vervuld. Ook is er onvoldoende bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de opslag in de loods aan de [straatnaam].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op artikel 1, 10, 27, 47, 57, 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 10a van de Opiumwet, artikel 1 (oud), 2, 6 (oud) van de Wet op de economische delicten en de artikelen 2 en 3 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in overleveringsdetentie, in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Borgerhoff-Mulder, voorzitter, Van Beuge en Vaandrager, rechters, in tegenwoordigheid van Rodewijk, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 augustus 2006.

Mr. Borgerhoff Mulder is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.