Strafrecht overig

Veroordeling wegens bedreiging met zware mishandeling en vernieling, meermalen gepleegd tot een…

Rechtbank Zutphen, 22 augustus 2006

Zaakgegevens

Op 22 augustus 2006 heeft de Rechtbank Zutphen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
22 augustus 2006
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
06/460250-06
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZUT:2006:AY6654
E-mail

Samenvatting

Veroordeling wegens bedreiging met zware mishandeling en vernieling, meermalen gepleegd tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden waarvan (drie) maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 80 uren.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460250-06

Uitspraak d.d.: 22 augustus 2006

Tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [1968],

wonende te [woonplaats], [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 08 augustus 2006.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 27 april 2006 tot en met 9 mei 2006 in de

gemeente Doetinchem, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig

opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk

geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees

aan te jagen, immers heeft verdachte:

- één of meermalen een brief bij (de woning van) [slachtoffer] afgeleverd/af laten

leveren met (onder andere) de tekst(en):

- "Smeek het je. Als je mij kunt helpen doe het snel Ik kan het niet meer

volhouden Moet wel stoppen anders. Sorry" en/of

- "Jij wilt me dus niet helpen van de straat te komen, oké prima. Ga ik

ervoor zorgen dt jij je huis ook kwijt raakt + extra problemen" en/of

- "Tot morgenochtend heb je de tijd om contact met me op te nemen, na 10

uur heb ik gebeld met soc. zaken afd soc. recherche. Denk niet dat ik het

niet doe" en/of

- "Het spijt me ook te gaan in jou nabijheid. Want mijn gaan is enkel en

alleen voor jou uit liefde",

althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- veelvuldig, althans meermalen, een SMS-bericht gezonden naar de (mobiele)

telefoon van die [slachtoffer] met (onder andere) de tekst(en) (van dreigende aard of

strekking):

- "mij nu nog BEZEIKEN!!! denk je dat je hiermee wegkom? Dacht het niet.

Ga je net als je met mij gedaan hebt, helemaal kapot maken. Da's een

belofte" en/of

- "lekker geneukt" en/of

- "T'is my niet gelukt en zal me daarom op jou ribhten om te weten waar

je zit Eens een hoer altyd een hoer. Je krijgt wat je verdient HOER!!!!!"

- "Jy vindt verf op de muur met leugens erger dan de zoveeltste litteken,

door jou op myn ziel!! Verf gaat voor,myn leven.Dat noem jy liefde??? Jy

bent een MONSTER!!"

- "afspraakje??? geniet er nog maar FF van zolang het duurt. Je tegen komen

doe ik toch wel. kutwijf" en/of

- "ik krijg je toch wel" en/of

- "of je belt me of blijf uit [woonplaats] weg maar daar zit 1 nadeel aan. Als je

niet belt laat ik je opsporen en sta ik binnenkort voor je neus en maak

een eind aan alles" en/of

- "denk je werkelijk dat ik niet weet waar je zit? Vies wijf ben je

eigenlijk he?" en/of

- "bel me anders zijn de gevolgen niet te overzien",

althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- (meermalen) (door middel van braak) de woning

van die [slachtoffer] betreden en/of (vervolgens)

- in de woning van die [slachtoffer] op een (aantal) mu(u)r(en) met verf en/of inkt de

volgende teksten aangebracht:

- "Ik heb [naam] kapot gemaakt" en/of

- "van alles beloofd, maar niet nagekomen" en/of

- "ik ben een leugen die [naam] kapot heeft gemaakt",

althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- diverse goederen (waaronder een bank en/of een stoel en/of (een) kussen(s)

en/of kleding) (met een mes) kapot gesneden en/of

- diverse papieren over de grond gegooid en/of

- de ruit van de voordeur van die [slachtoffer] ingegooid en/of

- de televisie van die [slachtoffer] vernield;

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 april 2006

tot en met 9 mei 2006 in de gemeente Doetinchem [slachtoffer] heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend

veelvuldig, althans meermalen, een SMS-bericht gezonden naar de (mobiele)

telefoon van die [slachtoffer] met (onder andere) de tekst(en) (van dreigende aard of

strekking):

- "mij nu nog BEZEIKEN!!! denk je dat je hiermee wegkom? Dacht het niet.

Ga je net als je met mij gedaan hebt, helemaal kapot maken. Da's een

belofte" en/of

- "afspraakje??? geniet er nog maar FF van zolang het duurt. Je tegen komen

doe ik toch wel. kutwijf" en/of

- "ik krijg je toch wel" en/of

- "of je belt me of blijf uit [woonplaats] weg maar daar zit 1 nadeel aan. Als je

niet belt laat ik je opsporen en sta ik binnenkort voor je neus en maak

een eind aan alles" en/of

- "bel me anders zijn de gevolgen niet te overzien" en/of

althans woorden van gelijke aard of strekking;

artikel 285 lid 1 wetboek van Strafrecht

en/of

hij -verdachte- in of omstreeks de periode van 27 april 2006 tot en met 9 mei

2006 in de gemeente Doetinchem opzettelijk en wederrechtelijk een (aantal)

mu(u)r(en) in een woning gelegen aan de [adres] en/of een televisie

en/of een stoel en/of een bank en/of (een) kussen(s) en/of (een) kledingstuk

(ken) en/of een (voordeur)ruit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], althans aan een ander dan aan verdachte, heeft

vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

artikel 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat;

hij op tijdstippen in de periode van 27 april 2006

tot en met 9 mei 2006 in de gemeente Doetinchem [slachtoffer] heeft

bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte telkens opzettelijk dreigend

veelvuldig, een SMS-bericht gezonden naar de mobiele

telefoon van die [slachtoffer] met onder andere de teksten van dreigende aard of

strekking:

- "mij nu nog BEZEIKEN!!! denk je dat je hiermee wegkom? Dacht het niet.

Ga je net als je met mij gedaan hebt, helemaal kapot maken. Da's een

belofte" en

- "afspraakje??? geniet er nog maar FF van zolang het duurt. Je tegen komen

doe ik toch wel. kutwijf" en

- "ik krijg je toch wel" en

- "of je belt me of blijf uit [woonplaats] weg maar daar zit 1 nadeel aan. Als je

niet belt laat ik je opsporen en sta ik binnenkort voor je neus en maak

een eind aan alles" en

- "bel me anders zijn de gevolgen niet te overzien" en

woorden van gelijke aard of strekking;

en

hij -verdachte- in of omstreeks de periode van 27 april 2006 tot en met 9 mei

2006 in de gemeente Doetinchem opzettelijk en wederrechtelijk een aantal

muren in een woning gelegen aan de [adres] en een televisie

en een stoel en een bank en kussens en kledingstukken en een voordeurruit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], heeft

vernield en/of beschadigd;

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Bedreiging met zware mishandeling

en

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen en beschadigen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf met daarnaast een taakstraf van na te melden duur leiden. Verdachte heeft door de bewezen verklaarde gedraging veel overlast en angst veroorzaakt bij het directe slachtoffer en heeft bijgedragen tot maatschappelijke onrust die als gevolg van agressiedelicten ontstaat

Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenis-straf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarden stellen, dat veroordeelde verplicht contact onderhoudt met Reclassering Nederland en zich aan de regels houdt die door Reclassering Nederland worden gegeven. Verdachte zal daarnaast een contactverbod worden opgelegd alsmede een straatverbod voor de personen en de directe omgeving van [slachtoffer].

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer], [adres], [postcode] [woonplaats], bankrekeningnummer [cijfers] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1968,43 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot een bedrag van € 118,43 waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is en de rechtbank daarnaast een schade ten bedrage van € 1000,- aannemelijk vindt, dient de vordering tot een bedrag van € 1118,43 te worden toegewezen.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat dit deel van de vordering, mede gezien de rol van het slachtoffer, niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 18, 22c, 22d, 27, 36f, 57, 285, 350 van het wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart dat het onder 1 primair niet wettig en overtuigend is bewezen, en dat verdachte hiervan vrijgesproken dient te worden.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden niet zal worden tenuitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden;

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Zutphen, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt.

- dat veroordeelde geen contact zal zoeken met die [slachtoffer]

- dat veroordeelde zich niet in de [adres] te [woonplaats] of de directe omgeving daarvan zal ophouden.

Geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 80 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres], [postcode] te [woonplaats], van een bedrag van € 1118,43 met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] een bedrag te betalen van € 1118, 43 met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 22 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. De Bie, voorzitter, Borgerhoff Mulder en Van Beuge, rechters, in tegenwoordigheid van Rodewijk, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 augustus 2006.

Mr. Borgerhoff-Mulder is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.