Strafrecht overig

De rechtbank heropent het onderzoek. (Uitspraak medeverdachte LJN BN4848)

Rechtbank Zutphen, 24 augustus 2010

Zaakgegevens

Op 24 augustus 2010 heeft de Rechtbank Zutphen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24 augustus 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
06/460422-09
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZUT:2010:BN4844
E-mail

Samenvatting

De rechtbank heropent het onderzoek. (Uitspraak medeverdachte LJN BN4848)

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460422-09

Uitspraak d.d.: 24 augustus 2010

tegenspraak / oip

TUSSENVONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren te [plaats, op 1987],

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring Doetinchem te Doetinchem.

raadsvrouw: mr. Kiliç-Sahin, advocaat te Lent

Onderzoek van de zaak

Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 maart 2010, 21 mei 2010 en 10 augustus 2010.

Beoordeling door de rechtbank

Tijdens de beraadslaging is de rechtbank gebleken dat het onderzoek ter terechtzitting niet volledig is geweest. Daartoe is onder meer van belang dat het onderzoek in de zaak van de medeverdachte [medeverdachte A] zal worden heropend in verband met het horen van [verdachte B] als getuige in de zaak van medeverdachte [medeverdachte A]. Gelet op de verregaande samenhang tussen de onderhavige strafzaak en de zaak van medeverdachte [medeverdachte A] acht de rechtbank het wenselijk dat in deze beide zaken gelijktijdig (eind)uitspraak wordt gedaan.

De rechtbank zal daarom het onderzoek heropenen en vervolgens schorsen voor onbepaalde tijd, doch maximaal drie maanden, met bevel tot oproeping van de verdachte tegen een nader te bepalen terechtzitting en kennisgeving daarvan aan zijn raadsvrouw. In het zittingsrooster van de rechtbank ziet de rechtbank klemmende redenen, als bedoeld in artikel 282 van het Wetboek van Strafvordering, om het onderzoek langer te schorsen dan één maand.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 9 maart 2010 de gevangenneming van de verdachte gevorderd ten aanzien van (ook) het onder 2 en 3 ten laste gelegde. Ter terechtzitting van 10 augustus 2010 heeft zij die vordering beperkt tot het onder 2 ten laste gelegde. De raadsman heeft afwijzing van de vordering bepleit. De rechtbank ziet aanleiding de beslissing op de vordering van de officier van justitie aan te houden tot de nader te bepalen terechtzitting.

Beslissing

De rechtbank:

* heropent het onderzoek en schorst dit voor onbepaalde tijd, doch maximaal voor drie maanden;

* beveelt de oproeping van verdachte tegen de nader te bepalen terechtzitting, met kennisgeving daarvan aan zijn raadsvrouw.

Aldus gewezen door mrs. Boerwinkel, voorzitter, Kleinrensink en Van der Mei, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 augustus 2010.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.