15.308 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtHoger beroep820 lid 1 Rv, tweede volzin. Betekening en publicatie (verstek)echtscheidingsbeschikking. Aanvang…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 november 2009|ECLI:NL:GHSHE:2009:BK3915
1 Rv, tweede volzin. Betekening en publicatie (verstek)echtscheidingsbeschikking. Aanvang appeltermijn. 3.4.2. Blijkens het door de vrouw ter zitting overgelegde betekeningsexploit is een in executoriale vorm uitgegeven grosse … sprake van een andere betekening dan een persoonlijke betekening zoals bedoeld in artikel 820 lid 1 Rv. Dit betekent dat ingevolge datzelfde artikel 820 lid 1 Rv, mede bezien in samenhang
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Nietigheid appeldagvaarding. Verhouding art. 66 en 122 Rv. Onredelijke benadeling in de zin van…
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2023|ECLI:NL:PHR:2023:484
Verhouding art. 66 en 122 Rv. Onredelijke benadeling in de zin van art. 122 lid 1 Rv. Valt daaronder vertraging in kennisneming van appel? 'Andere persoon'als bedoeld … 1 Rv. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 22/02723 Zitting 12 mei 2023 CONCLUSIE G. Snijders In de zaak 1. [eiser 1] 2. [eiseres 2] eisers tot cassatie, advocaat
- Civiel recht overigCassatieCassatieprocesrecht. Art. 397 lid 1 Rv; art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet…
Hoge Raad|21 november 2025|ECLI:NL:HR:2025:1725
Cassatieprocesrecht. Art. 397 lid 1 Rv; art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg; geen advocaat bij Hoge Raad aangewezen. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer … Beoordeling van de ontvankelijkheid Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 397 lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische
- Civiel recht overigCassatieCassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet…
Hoge Raad|21 oktober 2022|ECLI:NL:HR:2022:1540
Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg; geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER … ontvankelijkheid van het beroep Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische
- Personen- en familierechtPersonen- en familierecht. Is zoon belanghebbende in de zin van art 798 Rv. in procedure machtiging verkoop…
Parket bij de Hoge Raad|21 januari 2022|ECLI:NL:PHR:2022:45
over de beslissing van het hof dat hij niet als belanghebbende ex artikel 798 lid 1 Rv is aan te merken in de verzoekschriftprocedure waarin de curator machtiging is verleend voor … bespreking, omdat die in de kern klagen over het belanghebbende begrip van artikel 798 lid 1 Rv. 2.3 Subonderdeel 1.1 klaagt dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Bewijsrecht. Vereisten onderhandse akte. Is een meerdere bladzijde tellend geschrift dat…
Hoge Raad|19 april 2019|ECLI:NL:HR:2019:641Aangehaald in 35 uitspraken
uitsluitend aan het slot daarvan is ondertekend, akte in de zin van art. 156 lid 1 Rv? Bewijslast valsheid akte. Wijze waarop bewijs in beginsel geleverd kan worden. HR 15 januari … door Egelinck ingeroepen geschrift geen akte is in de zin art. 156 lid 1 Rv en daarom niet de daaraan verbonden bewijskracht heeft (rov. 11). Het heeft Egelinck daarom opgedragen de door
- Internationaal privaatrechtInternationaal Privaatrecht. Procesrecht. Rechtsmacht Nederlandse rechter. Overeenkomst van juridische…
Parket bij de Hoge Raad|3 december 2021|ECLI:NL:PHR:2021:1145
Privaatrecht. Procesrecht. Rechtsmacht Nederlandse rechter. Overeenkomst van juridische dienstverlening; Haviltexmaatstaf. Bevoegdheid ex art. 7 lid 1 Rv (pluraliteit van gedaagden); begrip samenhangende vorderingen; maatstaf. Bevoegdheid inzake onrechtmatige daad (art. 6 onder … vorderingen tegen de feitelijk bestuurder kennis te nemen op grond van art. 7 lid 1 Rv en deze vorderingen toegewezen. Het hof heeft het vonnis op dit punt vernietigd. Volgens
- Internationaal privaatrechtProcesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de WAMCA. Bevoegdheid Nederlandse rechter…
Parket bij de Hoge Raad|6 maart 2026|ECLI:NL:PHR:2026:225
Bevoegdheid Nederlandse rechter o.g.v. art. 8 sub 1 Brussel I-bis en art. 7 lid 1 Rv om kennis te nemen van collectieve actie (mede) tegen buitenlandse gedaagden. Overgangsrecht WAMCA. Samenhang … rechter op grond van art. 8 sub 1 Brussel I-bis en art. 7 lid 1 Rv als forum van de Nederlandse ankergedaagde (FCA NL of Stellantis) internationaal bevoegd is om kennis
- Civiel recht overigCassatieCassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat…
Hoge Raad|14 december 2018|ECLI:NL:HR:2018:2311Aangehaald in 5 uitspraken
Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Houdt art. 46 lid 4 Wet bescherming persoonsgegevens uitzondering in op art. 426a lid 1 … verzoekschrift is ingediend door [verzoeker] zelf en is niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Verstekverlening. "Corona-betekening" aan natuurlijke persoon, waarbij niet wordt aangebeld…
Hoge Raad|19 juni 2020|ECLI:NL:HR:2020:1088Aangehaald in 6 uitspraken
brievenbus van het woonadres wordt gedaan. Feitelijke onmogelijkheid als bedoeld in art. 47 lid 1 Rv? RIVM-richtlijnen; wetsvoorstel "Verzamelspoedwet COVID-19". HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 20/01147 Datum … COVID-19-virus, waarbij in gevallen waarin betekening op de voet van art. 46 lid 1 Rv, gelet op het risico van besmetting, niet verantwoord wordt geacht, direct op de voet
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. In ogenschouw genomen het roljournaal en het door partijen ingevulde H10-formulier kan de op het…
Hoge Raad|10 juni 2011|ECLI:NL:HR:2011:BP9038Aangehaald in 7 uitspraken
voor dagbepaling arrest, mede gelet op art. 209 Rv. in verbinding met art. 353 lid 1 Rv., niet anders worden uitgelegd dan als een verwijzing van de zaak voor dagbepaling … voor partijen uit art. 134 Rv. in verbinding met art. 353 lid 1 Rv. voortvloeiende recht geschonden zich uit te laten over de vraag of zij pleidooi wensen. 10 juni 2011 Eerste
- Civiel recht overigPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Procesrecht. Art. 384 lid 1 Rv. Ondanks appelverbod wordt hoger beroep…
Hoge Raad|5 december 2014|ECLI:NL:HR:2014:3536Aangehaald in 9 uitspraken
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Procesrecht. Art. 384 lid 1 Rv. Ondanks appelverbod wordt hoger beroep ingesteld met een beroep op een doorbrekingsgrond. Het hof wijst dit beroep af, waarna de eiser … herroeping vordert wegens bedrog (art. 382 Rv). Wie is de in art. 384 lid 1 Rv bedoelde rechter die in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld? 5 december 2014 Eerste
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Exhibitievordering (art. 843a Rv). Bedrijfsgeheimen. Bewijsbeslag. Maatstaf voor aannemen van…
Hoge Raad|28 september 2018|ECLI:NL:HR:2018:1775Aangehaald in 29 uitspraken
laten opstellen van een gedetailleerde beschrijving van productieprocessen van vermeende inbreukmaker? Art. 1019b lid 1 Rv en 1019d lid 1 Rv; voorontwerp van wet tot aanpassing van het bewijsrecht. 28 september
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Dwangsom. Vervolg van HR 14 september 2001, LJN ZC3637. Van “onmogelijkheid” als bedoeld in art…
Hoge Raad|26 maart 2010|ECLI:NL:HR:2010:BL0004Aangehaald in 13 uitspraken
september 2001, LJN ZC3637. Van “onmogelijkheid” als bedoeld in art. 611d lid 1 Rv. is sprake indien zich een situatie voordoet waarin de dwangsom als dwangmiddel zijn zin verliest. Of het onmogelijk … feiten en omstandigheden van na die hoofdveroordeling. Discretionaire bevoegdheid rechter van art. 611d lid 1 Rv. In bijzondere omstandigheden rekening te houden met eigen gebrek aan zorgvuldigheid veroordeelde vóór hoofdveroordeling (vgl. BenGH
- Personen- en familierechtHoger beroepArt 820 lid 1 en lid 2 Rv; art 358 lid 2 Rv; niet verschijnen in eerste aanleg als bedoeld in art 820 lid 1…
Gerechtshof Arnhem|3 februari 2009|ECLI:NL:GHARN:2009:BH5748
Rv; niet verschijnen in eerste aanleg als bedoeld in art 820 lid 1 Rv; berusting in echtscheiding betekent dat die echtscheiding niet langer in geschil is tussen partijen en dit brengt … niet de in art 820 lid 1 Rv bepaalde appeltermijn maar de in art 358 lid 1 Rv bepaalde appeltermijn van toepassing is voor het beroep tegen nevenvoorzieningen in de echtscheidingsbeschikking. GERECHTSHOF
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Nederlandse eiseres in hoofdzaak verkoopt en gebruikt…
Rechtbank Rotterdam|14 december 2022|ECLI:NL:RBROT:2022:11082
rechtsmacht. Nederlands commuun internationaal bevoegdheidsrecht (art. 1 e.v. Rv). Pluraliteit van gedaagden (art. 7 lid 1 Rv). Litispendentie (art. 12 Rv). vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/632146
- Civiel recht overigCassatieKort geding. Schietincident Alphen aan den Rijn. Hebben slachtoffers en nabestaanden recht op afgifte van…
Hoge Raad|10 juli 2015|ECLI:NL:HR:2015:1834Aangehaald in 68 uitspraken
onvoldoende gemotiveerd betwist. (rov. 3.3) Aan de voorwaarden voor toepassing van art. 843a lid 1 Rv is niet voldaan. [eiser] c.s. vorderen afgifte van de Staat, maar dat en waarom tussen … niet is voldaan aan de voorwaarde van art. 843a lid 1 Rv dat tussen [eiser] c.s. en de Staat een rechtsbetrekking in de zin van die bepaling bestaat. Onderdeel 3.1 klaagt
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. IPR. Rechtsmacht Nederlandse rechter; art. 7 lid 1 Rv. Voldoende samenhang tussen…
Parket bij de Hoge Raad|31 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:96
1 RO. IPR. Rechtsmacht Nederlandse rechter; art. 7 lid 1 Rv. Voldoende samenhang tussen vorderingen tegen verweerders? Samenhang met zaak 18/04764. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 18/04794 Zitting … oordeel dat de Nederlandse rechter bevoegd is om op de voet van art. 7 lid 1 Rv kennis te nemen van de ingestelde vorderingen. Tegen dit oordeel worden in het principale
- Burgerlijk procesrechtCassatieCassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Cassatieberoep te laat ingesteld; art. 426 lid 1 Rv…
Hoge Raad|14 juni 2019|ECLI:NL:HR:2019:936
Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Cassatieberoep te laat ingesteld; art. 426 lid 1 Rv. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad; art. 426a lid 1 Rv. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER … Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Ingevolge art. 426 lid 1 Rv kon tegen de onder 1 vermelde beschikking beroep in cassatie worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen
- Personen- en familierechtPrejudiciële beslissingPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798…
Hoge Raad|30 maart 2018|ECLI:NL:HR:2018:463Aangehaald in 66 uitspraken
procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid … begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv heeft blijkens die wetsgeschiedenis dezelfde betekenis (Kamerstukken
Alleen de eerste 10.000 resultaten zijn te bladeren. Verfijn met filters of sorteer op datum om verder te kijken.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.