10 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieProcesrecht; artt. 8:41 en art. 8:109 Awb; art. 267 VWEU; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de…
Hoge Raad|12 juni 2026|ECLI:NL:HR:2026:915Aangehaald in 55 uitspraken
beroepschrift tegemoet is gekomen, dan vergoedt het bestuursorgaan, zo is in artikel 8:41, lid 7, Awb bepaald, aan de indiener het door deze betaalde griffierecht. 3.2.5 Als de rechtzoekende – een natuurlijke
- BelastingrechtCassatieProceskosten; art. 8:75a Awb; intrekking beroep in cassatie; toekenning verzoek om veroordeling in de kosten…
Hoge Raad|13 maart 2026|ECLI:NL:HR:2026:399
Awb). Dat neemt niet weg dat het bestuursorgaan op grond van artikel 8:41, lid 7, Awb verplicht is aan de indiener van het beroepschrift het door deze betaalde griffierecht te vergoeden
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|13 februari 2026|ECLI:NL:HR:2026:253
Raad ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 27 oktober
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|20 februari 2026|ECLI:NL:HR:2026:258
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 17 september 2025. De griffier
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|5 juni 2026|ECLI:NL:HR:2026:865
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 8 januari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|27 maart 2026|ECLI:NL:HR:2026:543
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken. 1.2 De griffier van de Hoge Raad heeft op 9 februari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|7 augustus 2026|ECLI:NL:HR:2026:1343
Raad geplaatst. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 31 december
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|27 februari 2026|ECLI:NL:HR:2026:316
cassatie. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 22 juli 2025. De griffier
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|11 september 2026|ECLI:NL:HR:2026:1461
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 29 oktober
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting; art. 9.6 en 9.7 Wet IB 2001, art. 45aa Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, art…
Hoge Raad|25 juni 2026|ECLI:NL:HR:2026:907
redelijkheid zijn gesteld. De bezwaar- en beroepstermijn van zes weken als bedoeld in artikel 6:7 Awb kan in dit verband als zo’n redelijke termijn worden aangemerkt. 4.1.5 Evenmin staat
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.