Socialezekerheidsrecht
Overschrijding termijn betaling griffierecht in hoger beroep. Verzet.
Centrale Raad van Beroep, 18 augustus 2004
ECLI:NL:CRVB:2004:AQ9870 · Centrale Raad van Beroep · 18 augustus 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2004-aq9870
Zaakgegevens
Op 18 augustus 2004 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 augustus 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 03/3539 WW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2004:AQ9870
Samenvatting
Overschrijding termijn betaling griffierecht in hoger beroep. Verzet.
Uitspraak
03/3539 WW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
de erven van [betrokkene], laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats], opposanten
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van de Raad van 29 oktober 2003 is het namens opposanten ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 juni 2003, nummer AWB 02/895 WW, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn is betaald.
Tegen deze uitspraak heeft mr. A.D. Sunter, advocaat te Amsterdam, als gemachtigde van opposanten bij brief van
4 december 2003 een verzetschrift (met bijlagen) ingediend.
II. MOTIVERING
De Raad heeft uit de inmiddels beschikbaar gekomen gegevens afgeleid dat het verschuldigde griffierecht op 4 september 2003, derhalve tijdig, is betaald.
Uit het vorenstaande volgt dat het namens opposanten gedane verzet gegrond dient te worden verklaard. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb vervalt de uitspraak waartegen verzet is gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Aldus gegeven door mr. H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2004.
(get.) H.G. Rottier.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.