Socialezekerheidsrecht
Worden naar Turks recht erkende kinderen aangemerkt als eigen kinderen in de zin van de AKW? Is er recht op…
Centrale Raad van Beroep, 16 september 2005
ECLI:NL:CRVB:2005:AU2769 · Centrale Raad van Beroep · 16 september 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2005-au2769
Zaakgegevens
Op 16 september 2005 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 september 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 03/2313 AKW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2005:AU2769
Samenvatting
Worden naar Turks recht erkende kinderen aangemerkt als eigen kinderen in de zin van de AKW? Is er recht op kinderbijslag?
Uitspraak
03/2313 AKW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Met ingang van 1 januari 2003 zijn de artikelen 3, 4 en 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voorzover het betreft de Sociale verzekerings-bank in werking getreden. Thans oefent de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank de taken en bevoegdheden uit die tot genoemde datum werden uitgeoefend door de Sociale Verzekeringsbank. In deze uitspraak wordt onder gedaagde mede verstaan de Sociale Verzekeringsbank.
Namens appellant heeft drs. M.A. Spaans op daartoe bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 april 2003, nr. AKW 02/1762-KRD, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Naar aanleiding van vragen van de Raad heeft gedaagde laten weten, nader van mening te zijn dat het bestreden besluit niet wordt gedragen door een toereikende motivering.
Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven het onderzoek ter zitting van de Raad achterwege te laten.
II. MOTIVERING
Gelet op de vanwege partijen gegeven toestemming daartoe heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft hij het onderzoek gesloten.
Gedaagde heeft bij primair besluit van 27 februari 2002 aan appellant kinderbijslag geweigerd onder de overweging dat de door hem naar Turks recht erkende kinderen Hüseyin en Kevser niet kunnen worden aangemerkt als eigen kinderen van appellant in de zin van artikel 7, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Bij het bestreden besluit van 7 juni 2002 heeft gedaagde zijn primaire besluit gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard.
Naar aanleiding van vragen van de Raad heeft gedaagde onder verwijzing naar ’s Raads uitspraak van 15 april 2005, RSV 2005/224 en USZ 2005/205, nader het standpunt ingenomen dat deze kinderen alsnog dienen te worden aangemerkt als eigen kinderen van appellant. Appellant kan volgens gedaagde voor genoemde kinderen aanspraak op kinderbijslag maken, mits aan de overige voorwaarden hiervoor is voldaan. Gedaagde zal hiernaar een nader onderzoek instellen.
De Raad onderschrijft het nadere standpunt van gedaagde en constateert dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering. De Raad zal daarom, onder vernietiging van de aangevallen uitspraak, het inleidend beroep gegrond verklaren wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 966,= voor verleende rechtsbijstand.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;
Bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant in eerste aanleg en in hoger beroep tot een bedrag groot € 966,=, te betalen door de Sociale verzekeringsbank;
Bepaalt dat de Sociale verzekeringsbank aan appellant het betaalde griffierecht van € 116,= vergoedt.
Aldus gegeven door mr. H. van Leeuwen in tegenwoordigheid van J.J.B. van der Putten als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 september 2005.
(get.) H. van Leeuwen.
(get.) J.J.B. van der Putten.
MH