Socialezekerheidsrecht

Mondelinge uitspraak. Bijdragebesluit zorg.

Centrale Raad van Beroep, 27 september 2006

Zaakgegevens

Op 27 september 2006 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27 september 2006
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
05/6067 AWBZ
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0566
E-mail

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Bijdragebesluit zorg.

Uitspraak

P R O C E S - V E R B A A L

van de mondelinge uitspraak op 27 september 2006

CENTRALE RAAD VAN BEROEP

meervoudige kamer

Zitting heeft: M.I. ’t Hooft, als voorzitter, R.M. van Male en G.M.T. Berkel-Kikkert, als leden

griffier: M. Renden

5e Zaak, reg.nr: 05/6067 AWBZ, inzake:

[appellante], wonende te [woonplaats] appellante in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 26 augustus 2005, 04/3341 (hierna: aangevallen uitspraak),

en

het dagelijks bestuur van het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland, gevestigd te Nieuwegein (hierna: IZ)

__________________________________________________________________________________

Partijen - IZA met kennisgeving - zijn ter zitting niet verschenen.

Na de sluiting van het onderzoek heeft de Raad de navolgende uitspraak gedaan.

De aangevallen uitspraak wordt bevestigd voor zover aangevochten.

De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank op bladzijde 3 en 4, eerste zin, van de aangevallen uitspraak en maakt deze tot de zijne. Daaraan wordt het volgende toegevoegd.

De Raad stelt vast dat in hoger beroep namens appellante is aangevoerd dat geen stelling is genomen tegen de inhoud van het Bijdragebesluit zorg zelf, zodat aan een beoordeling van de rechtmatigheid van dat besluit kan worden voorbij gegaan, evenals aan de daaraan gewijde overwegingen van de rechtbank. Met betrekking tot de motivering van het primaire besluit van 20 februari 2004 stelt de Raad vast dat het gestelde gebrek is hersteld in de beslissing op bezwaar van 8 november 2004.

Hetgeen overigens in hoger beroep is aangevoerd kan niet tot aantasting van het bestreden besluit van 8 november 2004 leiden.

Waarvan proces-verbaal.

Utrecht, 27 september 2006

De plv. griffier. De fungerend voorzitter.

M. Renden M.I. ’t Hooft

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep.