Socialezekerheidsrecht
Intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan betrokkene is tegemoetgekomen…
Centrale Raad van Beroep, 10 juli 2009
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2794 · Centrale Raad van Beroep · 10 juli 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2009-bj2794
Zaakgegevens
Op 10 juli 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 10 juli 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07-71 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2794
Samenvatting
Intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan betrokkene is tegemoetgekomen.
Nu appellant niet heeft betwist dat aldus aan betrokkene is tegemoet gekomen, ziet de Raad aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
Uitspraak
07/71 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 23 november 2006, 06/2311(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)
en
appellant.
Datum uitspraak: 10 juli 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Namens betrokkene is een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft op 18 januari 2008 een nieuwe beslissing genomen met betrekking tot de arbeidsongeschiktheid van betrokkene en heeft tegelijkertijd het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 24 januari 2008 heeft mr. I.H.M. Hest namens betrokkene verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan betrokkene is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van betrokkene bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat met de beslissing op bezwaar van 18 januari 2008 geheel aan de bezwaren van betrokkene is tegemoet gekomen.
Nu appellant niet heeft betwist dat aldus aan betrokkene is tegemoet gekomen, ziet de Raad aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 322,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.R.H. van Roekel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2009.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) T.R.H. van Roekel.
JL