Socialezekerheidsrecht
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. Artikel 9.3 van de Awb bepaalt dat tegen een besluit inzake de…
Centrale Raad van Beroep, 20 november 2009
ECLI:NL:CRVB:2009:BK6467 · Centrale Raad van Beroep · 20 november 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2009-bk6467
Zaakgegevens
Op 20 november 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 november 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/2897 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2009:BK6467
Samenvatting
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. Artikel 9.3 van de Awb bepaalt dat tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht over een gedraging van een bestuursorgaan geen beroep open staat.
Uitspraak
P R O C E S - V E R B A A L
van de openbare zitting van de
CENTRALE RAAD VAN BEROEP
enkelvoudige kamer
Datum: 20 november 2009
Aanvang: 12.00 uur
Zitting heeft: mr. R.C. Stam lid, van de enkelvoudige kamer
griffier: mr. M.A. van Amerongen
8ste Zaak, reg.nr.: 09/2897 WAO
Inzake: [Appellante],, wonende te [woonplaats], hierna: appellante verschenen bij
gemachtigde mr. A.H.M. van den Broek,
tegen
de Raad van bestuur van Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
hierna: Uwv, vertegenwoordigd door L. den Hartog.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante stelde mr. A.H.M. van den Broek, advocaat te Weert, hoger beroep in.
Het Uwv voerde verweer.
II. OVERWEGINGEN
1. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 22 juli 2008 waarbij het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het zich niet richt tegen een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
3.1. De Raad gaat uit van de volgende, tussen partijen niet betwiste, feiten.
3.2. Met zijn besluit van 22 augustus 2007 verhoogde het Uwv de arbeidsongeschiktheidsuitkering van appellante en deelde haar per 16 mei 2001 in de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse. Dit was het resultaat van een beroepsprocedure.
3.3. In de periode tussen 16 mei 2001 en 22 augustus 2008 zijn verschillende besluiten over de mate arbeidsongeschiktheid, onder meer met het besluit van 27 januari 2004 waarbij de arbeidsongeschiktheid per 12 december 2003 is bepaald op 25-35%. Dit besluit staat tussen partijen onherroepelijk vast.
3.4. Een medewerkster van het Uwv informeerde appellante telefonisch op 7 april 2008 dat de betaling van haar verhoogde uitkering tot het tijdvak van 16 mei 2001 tot
12 december 2003 zou worden beperkt. Appellante heeft mondeling geklaagd over deze telefonische mededeling.
3.5. Met de brief van 14 mei 2008 antwoordde het Uwv op deze klacht. Tegen deze klachtafhandeling richt zich het bezwaar van appellante.
4. Artikel 9.3 van de Awb bepaalt dat tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht over een gedraging van een bestuursorgaan geen beroep open staat. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
5. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
6. De Raad ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Het lid van de enkelvoudige kamer sluit het onderzoek.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 20 november 2009
De griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer.
M.A. van Amerongen R.C. Stam
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep.
EF