Socialezekerheidsrecht
Rectificatie. Verwezen wordt hierbij naar de uitspraak van 04-06-2010, LJN BM6813. Verzuimd is te bepalen dat…
Centrale Raad van Beroep, 11 augustus 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BN3816 · Centrale Raad van Beroep · 11 augustus 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2010-bn3816
Zaakgegevens
Op 11 augustus 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 11 augustus 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-3998 WAO-R + 09-4840 WAO-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BN3816
Samenvatting
Rectificatie. Verwezen wordt hierbij naar de uitspraak van 04-06-2010, LJN BM6813. Verzuimd is te bepalen dat het door het Uwv verschuldigde bedrag van de proceskosten dient te worden voldaan aan de griffier van de Raad.
Anticumulatie. Inkomsten uit arbeid. Vriendendienst. Schatting inkomsten. 1) Anticumulatie. Inkomsten uit arbeid. Terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering. 2) Bij een nieuw besluit is het tijdvak van verlaging van de uitkering en de hoogte van het terugvorderingsbedrag gewijzigd. 1) Gezien het nieuwe besluit wordt het eerste besluit vernietigd. 2) Op geld waardeerbare werkzaamheden? Vriendendienst? Schatting inkomsten. Het Uwv heeft op ontoereikende gronden tot één van de uitgangspunten van zijn schatting van de door appellant met niet opgegeven arbeid genoten inkomsten genomen dat appellant in 12 weken per jaar gedurende 19 uren heeft gewerkt. Bij die berekening mag ervan worden uitgegaan dat appellant, als de werkgever hem zou hebben betaald, per uur ten minste een bedrag gelijk aan het wettelijk minimumuurloon zou hebben ontvangen. Toepassing art. 44 WAO is toegestaan met terugwerkende kracht. Vernietiging tweede besluit.
Uitspraak
09/3998 WAO-R
09/4840 WAO-R
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 4 juni 2010, 09/3998 WAO + 09/4840 WAO
Partijen:
1. [appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant);
2. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 11 augustus 2010
I. PROCESVERLOOP
De Raad heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 4 juni 2010 een kennelijke fout in de beslissing of in de dragende overwegingen bevat.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak.
Partijen hebben de Raad bericht geen bezwaar te hebben tegen de rectificatie van de uitspraak.
II. OVERWEGINGEN
1.1. De Raad heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 4 juni 2010 ten onrechte is verzuimd te bepalen dat het door het Uwv verschuldigde bedrag van de proceskosten dient te worden voldaan aan de griffier van de Raad.
1.2. Het in 1.1 bedoelde verzuim wordt in een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak hersteld.
1.3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het LJN-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep:
rectificeert zijn uitspraak van 4 juni 2010, 09/3998 WAO + 09/4840 WAO, als volgt:
In rubriek “Beslissing” wordt in plaats van “Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag van € 1.288,-- gelezen “Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag van € 1.288,--, te betalen aan de griffier van de Raad;”.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en M. Greebe en N.J.E.G. Cremers als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2010.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) R.L. Rijnen.
EV