Socialezekerheidsrecht

Herziening WAO-uitkering. Door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts is voldoende diepgaand en…

Centrale Raad van Beroep, 10 september 2010

Zaakgegevens

Op 10 september 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
10 september 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09-6915 WAO
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2010:BN6712
E-mail

Samenvatting

Herziening WAO-uitkering. Door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts is voldoende diepgaand en zorgvuldig onderzoek verricht. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Uitspraak

09/6915 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 november 2009, 09/670 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 10 september 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R. de Vries, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juli 2010. Voor appellant is verschenen mr. De Vries. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.L.J. Weltevrede.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellant tegen het besluit van 26 januari 2009, waarbij het Uwv, beslissend op bezwaar, het besluit tot herziening van de WAO-uitkering van appellant naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35% met ingang van 5 november 2008 heeft gehandhaafd.

1.2. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts voldoende diepgaand en zorgvuldig onderzoek is verricht, en dat de uit dat onderzoek getrokken conclusies op overtuigende wijze zijn onderbouwd. De rechtbank ziet dan ook geen reden om de medische grondslag, zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst van 16 mei 2008, voor onjuist te houden.

1.3. Voorts heeft de rechtbank overwogen het Uwv te kunnen volgen in zijn toelichting en nadere motivering van de geschiktheid van appellant voor de geduide functies.

2.1. In hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd – een herhaling van hetgeen hij in eerste aanleg heeft aangevoerd – heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen. De Raad kan zich verenigen met de door de rechtbank gebezigde overwegingen.

2.2. De in hoger beroep ingebrachte informatie van medische aard werpt geen ander licht op de zaak nu deze deels al bekend was en deels niet ziet op de situatie van appellant op en rond de datum in geding. De Raad kan zich vinden in hetgeen daaromtrent door de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapportages van 5 en 26 juli 2010 is opgemerkt.

2.3. Uit de overwegingen 2.1 en 2.2 volgt dan ook dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3. Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van M.R. van der Vos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 september 2010.

(get.) G. van der Wiel

(get.) M.R. van der Vos

RH