Socialezekerheidsrecht

Niet-ontvankelijk verklaring van het hoger beroep. Bij besluit van 23 maart 2010 heeft de Svb appellants…

Centrale Raad van Beroep, 15 september 2010

Zaakgegevens

Op 15 september 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
15 september 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09-4682 AOW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2010:BN7150
E-mail

Samenvatting

Niet-ontvankelijk verklaring van het hoger beroep. Bij besluit van 23 maart 2010 heeft de Svb appellants bezwaar tegen het besluit van 29 augustus 2008 alsnog gegrond verklaard en aan appellant met ingang van september 2005 een ouderdomspensioen ter hoogte van 4% van het maximum en een toeslag toegekend. De Svb heeft daarbij overwogen dat appellant van 1 maart 1966 tot 11 september 1967 in Nederland werkzaam is geweest.

De Raad stelt vast dat met het besluit van 23 maart 2010 geheel aan appellants bezwaren is tegemoet gekomen, zodat appellant geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn hoger beroep.

Uitspraak

09/4682 AOW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats], Turkije (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 juli 2009, 08/4564 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 15 september 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een besluit van 23 maart 2010 aan de Raad doen toekomen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2010. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd. Hij heeft daarbij aangegeven in 1966 en 1967 in Nederland werkzaam te zijn geweest. Deze aanvraag is afgewezen.

1.2. Bij besluit van 29 augustus 2008 heeft de Svb naar aanleiding van een verzoek van appellant geweigerd om terug te komen van de eerdere weigering van een ouderdomspensioen. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak appellants beroep tegen de onder 1.2 genoemde beslissing op bezwaar ongegrond verklaard. Appellant is tegen deze uitspraak in hoger beroep gekomen.

3.1. Bij besluit van 23 maart 2010 heeft de Svb appellants bezwaar tegen het besluit van 29 augustus 2008 alsnog gegrond verklaard en aan appellant met ingang van september 2005 een ouderdomspensioen ter hoogte van 4% van het maximum en een toeslag toegekend. De Svb heeft daarbij overwogen dat appellant van 1 maart 1966 tot 11 september 1967 in Nederland werkzaam is geweest.

3.2. De Raad stelt vast dat met het besluit van 23 maart 2010 geheel aan appellants bezwaren is tegemoet gekomen, zodat appellant geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn hoger beroep. De Raad zal dit hoger beroep daarom

niet-ontvankelijk verklaren.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Bepaalt dat de Svb aan appellant het in eerste aanleg en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 149,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van R. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2010.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) R. Venneman.

NK