Socialezekerheidsrecht
Weigering WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
Centrale Raad van Beroep, 22 juli 2011
ECLI:NL:CRVB:2011:BR2769 · Centrale Raad van Beroep · 22 juli 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2011-br2769
Zaakgegevens
Op 22 juli 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 22 juli 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10-3418 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2011:BR2769
Samenvatting
Weigering WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
Uitspraak
10/3418 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 mei 2010, 09/3714 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 22 juli 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juni 2011. Appellant is niet verschenen. Voor het Uwv is verschenen mr. M. Sluijs.
II. OVERWEGINGEN
1. De rechtbank is op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv van 22 juli 2009, waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn weigering om terug te komen van de besluiten van 12 april 1990 en 22 oktober 1991. Bij deze besluiten is appellant niet in aanmerking gebracht voor een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid.
2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt in essentie een herhaling van hetgeen hij reeds in bezwaar en beroep heeft aangevoerd. Ook in hoger beroep stelt appellant dat hij tijdens zijn werk destijds in Nederland ziek is geworden en dat nog steeds is. Vanwege zijn thans verslechterde gezondheid, meent hij in aanmerking te komen voor een WAO-uitkering. Voorts geeft appellant aan dat, zo begrijpt de Raad, het besluit van 22 juli 2009 onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat bezwaarverzekeringsarts W.M. Koek appellant niet heeft gesproken er niet heeft onderzocht.
3. De Raad kan zich in dit standpunt niet vinden, zulks in navolging van de rechtbank die de bij haar ingediende gronden afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom die gronden, in het licht van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht, niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en maakt die tot de zijne.
4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2011.
(get.) J. Brand.
(get.) M.A. van Amerongen.
TM