Socialezekerheidsrecht

Intrekking hoger beroep omdat het Uwv geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen…

Centrale Raad van Beroep, 13 februari 2013

Zaakgegevens

Op 13 februari 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13 februari 2013
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
12-793 ZW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1191
E-mail

Samenvatting

Intrekking hoger beroep omdat het Uwv geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Proceskostenveroordeling.

Uitspraak

12/793 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 22 december 2011, 11/1019 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 13 februari 2013

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. K.U.J. Hopman, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft op 14 september 2012 een nieuw besluit op bezwaar genomen.

Bij brief van 15 november 2012 heeft mr. Hopman namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft bericht zich te refereren aan het oordeel van de Raad.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Gelet hierop bestaat aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante.

De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 944,-- in beroep en € 944,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand en € 31,41 aan reiskosten in totaal € 1.919,41.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.919,41, waarvan € 1.888,-- te betalen aan de griffier van de Raad.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2013.

(getekend) C.P.J. Goorden

(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen