Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten die verband houden met een door appellants echtgenote…
Centrale Raad van Beroep, 20 maart 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5808 · Centrale Raad van Beroep · 20 maart 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2013-bz5808
Zaakgegevens
Op 20 maart 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 maart 2013
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 12-33 WWB-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5808
Samenvatting
Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten die verband houden met een door appellants echtgenote gevoerde procedure over het verlenen van een verblijfsvergunning. Vaststaat dat de echtgenote ten tijde van belang vanwege haar Surinaamse nationaliteit en haar verblijfstatus niet behoorde tot de kring van rechthebbenden als bedoeld in artikel 11 van de Wet werk en bijstand (WWB). Zij heeft geen recht op bijstand op grond van de WWB.
Uitspraak
12/33 WWB-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 23 november 2011, 11/4477 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A te B] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)
Datum uitspraak: 20 maart 2013
Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte als voorzitter van de enkelvoudige kamer
Griffier: V.C. Hartkamp
Ter zitting is verschenen: D.L. Swart, namens het college
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij besluit van 5 januari 2011, gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 27 april 2011 (bestreden besluit) is de aanvraag van appellant om bijzondere bijstand afgewezen voor zover deze betrekking heeft op door zijn echtgenote [naam echtgenote] (echtgenote) gemaakte kosten van rechtsbijstand. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Vaststaat dat de echtgenote ten tijde van belang vanwege haar Surinaamse nationaliteit en haar verblijfstatus niet behoorde tot de kring van rechthebbenden als bedoeld in artikel 11 van de Wet werk en bijstand (WWB). Zij heeft geen recht op bijstand op grond van de WWB.
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten die verband houden met een door zijn echtgenote gevoerde procedure over het verlenen van een verblijfsvergunning. Deze kosten hebben betrekking op de echtgenote, moeten aan haar worden toegerekend en behoren niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan van appellant, als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB. Zie de uitspraak van de Raad van 15 december 2009, LJN BK9128.
Het beroep op artikel 16, eerste lid, van de WWB slaagt niet. Op grond van deze bepaling kan het college aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, in afwijking van paragraaf 2.2 van de WWB, bijstand verlenen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Appellant is niet een persoon als hiervoor bedoeld. Ten aanzien van hem is de aanvraag niet afgewezen op de grond dat hij in verband met het bepaalde in genoemde paragraaf geen recht op bijstand heeft, maar op de grond dat de aanvraag geen voor hem noodzakelijke kosten betreffen als bedoeld in artikel 35 van de WWB.
Het feit dat, zoals ter zitting is gebleken, het college naar aanleiding van een latere aanvraag van de echtgenote abusievelijk aan haar bijzondere bijstand heeft toegekend, die ook op dat moment niet behoorde tot de kring der rechthebbenden, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat het hier een aanvraag van appellant betreft en niet van de echtgenote. Overigens hoeft het college een gemaakte fout niet te herhalen.
Het hoger beroep slaagt daarom niet.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) V.C. Hartkamp (getekend) O.L.H.W.I. Korte
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep