Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van 31 januari 2018, zie ECLI:NL:CRVB:2018:314 voor de…
Centrale Raad van Beroep, 31 januari 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:315 · Centrale Raad van Beroep · 31 januari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-315
Zaakgegevens
Op 31 januari 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 januari 2018
- Datum publicatie
- 31 januari 2018
- Zaaknummer
- 14/947 ZW-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:315
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van 31 januari 2018, zie ECLI:NL:CRVB:2018:314 voor de gerectificeerde tekst.
Uitspraak
14/947 ZW-R
Datum uitspraak: 31 januari 2018
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 27 december 2017, 14/947 ZW
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid)
PROCESVERLOOP
Na daar door een fax-bericht van 11 januari 2018 door de gemachtigde van appellante,
mr. V.M.C. Verhaegen, op te zijn gewezen heeft de Raad vastgesteld dat in overweging 6 en in de beslissing van de uitspraak van 27 december 2017, 14/947 ZW, een onjuist bedrag aan proceskosten staat vermeld.
Partijen hebben de Raad meegedeeld geen bezwaren te hebben tegen een rectificatie van de uitspraak.
OVERWEGINGEN
In overweging 6 van de uitspraak stond:
6. Er bestaat aanleiding om het Uwv te veroordelen in de door appellante gemaakte kosten van rechtsbijstand in bezwaar (2 punten), in beroep (2 punten) en in hoger beroep (3,5 punten) met een totaal van 5,5 punt à € 495,- per punt, in totaal € 2.722,50. Voorts bestaat aanleiding voor vergoeding van de reiskosten van appellante voor het bijwonen van de zittingen bij de rechtbank en de Raad ter hoogte van de tarieven van het openbaar vervoer tweede klas, te weten € 112,97.
Deze overweging dient te luiden.
6. Er bestaat aanleiding om het Uwv te veroordelen in de door appellante gemaakte kosten van rechtsbijstand in bezwaar (2 punten), in beroep (2 punten) en in hoger beroep (3,5 punten) met een totaal van 7,5 punt à € 495,- per punt, in totaal € 3.712,50. Voorts bestaat aanleiding voor vergoeding van de reiskosten van appellante voor het bijwonen van de zittingen bij de rechtbank en de Raad ter hoogte van de tarieven van het openbaar vervoer tweede klas, te weten € 112,97.
De zesde bepaling van de beslissing dient te luiden:
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.825,47;
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert de uitspraak 14/947 ZW van 27 december 2017 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk als voorzitter en A.I. van der Kris en
F.M.S. Requisizione als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2018.
(getekend) J.S. van der Kolk
(getekend) R.L. Rijnen