Socialezekerheidsrecht
Afgewezen aanvraag gehandicaptenparkeerkaart type passagier (GPK). Ook uit de in hoger beroep overgelegde…
Centrale Raad van Beroep, 13 februari 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:468 · Centrale Raad van Beroep · 13 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-468
Zaakgegevens
Op 13 februari 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 februari 2019
- Datum publicatie
- 13 februari 2019
- Zaaknummer
- 17/5666 BABW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:468
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afgewezen aanvraag gehandicaptenparkeerkaart type passagier (GPK). Ook uit de in hoger beroep overgelegde medische stukken blijkt niet dat appellante van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van een ander.
Uitspraak
17 5666 BABW
Datum uitspraak: 13 februari 2019
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
18 juli 2017, 17/1149 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college) als rechtsopvolger van het algemeen bestuur van de bestuurscommissie stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam (algemeen bestuur)
PROCESVERLOOP
Waar hierna over “college” wordt gesproken, wordt tevens het “algemeen bestuur” bedoeld.
Appellante heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 januari 2019. Appellante is verschenen, bijgestaan door F.J.H. Huisman. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Diderich.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Bij besluit van 18 augustus 2016, gehandhaafd na bezwaar bij besluit van 8 februari 2017 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellante voor een gehandicaptenparkeerkaart type passagier (GPK) afgewezen. Het college heeft daarbij verwezen naar de medische adviezen van de GGD van 7 juli 2016, 4 augustus 2016 en
31 januari 2017. Het standpunt van het college komt erop neer dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor toekenning van de GPK, omdat appellante niet van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. De rechtbank heeft bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven en het college opgedragen het door appellante betaalde griffierecht aan haar te vergoeden. Hiertoe heeft de rechtbank – kort gezegd – het volgende overwogen. Het college heeft zijn besluit mogen baseren op de medische adviezen van de GGD. Deze adviezen voldoen aan de daaraan te stellen eisen en appellante heeft geen medische informatie overgelegd waaruit blijkt dat de adviezen onjuist zijn. Het beroep van appellante op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Appellante heeft haar stelling dat de medewerker van de gemeente haar verkeerd heeft voorgelicht niet onderbouwd met objectief bewijs. Wat betreft de kosten van € 180,- die appellante heeft moeten maken om de GPK aan te vragen, heeft de rechtbank overwogen dat deze kosten duidelijk staan vermeld op het aanvraagformulier. Appellante heeft dit aanvraagformulier ingevuld en ondertekend en het komt voor haar rekening en risico dat zij niet heeft gelezen wat de kosten van de aanvraag zijn.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de overwegingen waarop dat oordeel berust. In wat appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht, ziet de Raad geen reden om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen. Ook uit de in hoger beroep overgelegde medische stukken blijkt niet dat appellante van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van een ander. Dit betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor verkrijging van de GPK. De omstandigheid dat het moeilijk is voor appellante om het graf van haar zoon te bereiken, maakt niet dat het college haar in weerwil van de regelgeving toch een GPK had moeten verstrekken.
Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door N.R. Docter, in tegenwoordigheid van M.A.A. Traousis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2019.
(getekend) N.R. Docter
(getekend) M.A.A. Traousis