Socialezekerheidsrecht
Afgewezen aanvraag om bijstand omdat niet kan worden vastgesteld of appellant hoofdverblijf had op uitkeringsadres.
Centrale Raad van Beroep, 29 september 2020
ECLI:NL:CRVB:2020:2358 · Centrale Raad van Beroep · 29 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2020-2358
Zaakgegevens
Op 29 september 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 september 2020
- Datum publicatie
- 6 oktober 2020
- Zaaknummer
- 18/577 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2020:2358
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afgewezen aanvraag om bijstand omdat niet kan worden vastgesteld of appellant hoofdverblijf had op uitkeringsadres.
Uitspraak
18 577 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 15 december 2017, 17/1737 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland (college)
Datum uitspraak: 29 september 2020
Zitting heeft: J.N.A. Bootsma
Griffier: T. Ali
Ter zitting zijn verschenen: mr. K.A. Faber, advocaat, namens appellant, en mr. A. Everts namens het college.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Dit betekent dat de aanvragen om bijstand van 11 november 2016 en om een bijdrage op grond van het gemeentelijk minimabeleid van 5 januari 2017 terecht zijn afgewezen en dat het verstrekte voorschot van € 556,- terecht is teruggevorderd omdat de woonsituatie van appellant onduidelijk was.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Waar iemand zijn woonadres heeft is daar waar hij zijn hoofdverblijf heeft. Het hoofdverblijf van iemand ligt daar waar het zwaartepunt van zijn persoonlijk leven is. Dit moet worden bepaald aan de hand van concrete feiten en omstandigheden.
Omdat het gaat om een aanvraag om bijstand moet appellant hierover de nodige duidelijkheid geven. Hij is hier niet in geslaagd. Op grond van de beschikbare gegevens kan niet worden vastgesteld of appellant zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres in de gemeente Steenwijk en dus ook niet of hij recht had op bijstand.
In de te beoordelen periode, die loopt van 11 november 2016 tot en met 30 januari 2017, heeft appellant veel buiten [woonplaats] gepind. De verklaring van appellant voorafgaand aan het huisbezoek over vers eten in de koelkast klopte niet met wat is gezien bij het huisbezoek. Ook de verklaring van appellant dat het zo koud was in de woning omdat de verwarming kapot was bleek niet te kloppen. Dat appellant op het opgegeven adres stond ingeschreven, huur en andere vaste lasten betaalde en dat de woning was ingericht, betekent nog niet dat hij daar zijn hoofdverblijf had. Anders dan hij heeft gesteld blijkt uit de foto’s niet dat appellant in de woning sliep en at. Het ontbreken van recente administratie, sokken en ondergoed duidt eerder op het tegendeel. Net als de droge WC, de wasmachine die niet was aangesloten en het waterverbruik, dat ongeveer de helft was van het gemiddelde.
Het hoger beroep slaagt niet. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) T. Ali (getekend) J.N.A. Bootsma