Socialezekerheidsrecht
Afwijzing verzoek om herziening. Niet gebleken van enig nieuw feit of enige omstandigheid als bedoeld in…
Centrale Raad van Beroep, 9 juli 2021
ECLI:NL:CRVB:2021:1680 · Centrale Raad van Beroep · 9 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2021-1680
Zaakgegevens
Op 9 juli 2021 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juli 2021
- Datum publicatie
- 11 juli 2021
- Zaaknummer
- 20/2752 ANW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2021:1680
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing verzoek om herziening. Niet gebleken van enig nieuw feit of enige omstandigheid als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.
Uitspraak
20 2752 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 10 april 2020, 19/1417 ANW
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak: 9 juli 2021
PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 10 april 2020.
In deze uitspraak is het verzet gericht tegen de uitspraak van 15 november 2019 van de Raad ongegrond verklaard.
Het verzoek is aan de orde gesteld op de zitting van de Raad op 28 mei 2021. Partijen zijn daar niet verschenen.
OVERWEGINGEN
Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb, kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
-
hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
-
ij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
-
waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Verzoekster vermeldt in haar verzoek om herziening van 5 juni 2020 het griffierecht via een familielid in Nederland te hebben voldaan, maar niet binnen de wettelijke termijn.
Dit heeft verzoekster ook in de vorige procedure al aangevoerd. Er is dus niet gebleken van enig nieuw feit of enige omstandigheid als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Het verzoek om herziening zal worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van V.M. Candelaria als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2021.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) V.M. Candelaria