Socialezekerheidsrecht

Hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 18 maart 2022 volledig aan…

Centrale Raad van Beroep, 24 augustus 2022

Zaakgegevens

Op 24 augustus 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24 augustus 2022
Datum publicatie
29 augustus 2022
Zaaknummer
21/3476 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:1895
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 18 maart 2022 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Uwv wordt veroordeeld in de kosten van appellant in beroep en hoger beroep.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 24 augustus 2021

    ECLI:NL:RBZWB:2021:4301
  2. Centrale Raad van Beroep · 24 augustus 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:CRVB:2022:1895

    (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen

Uitspraak

Datum uitspraak: 24 augustus 2022

21/3476 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 augustus 2021, 20/7319 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.W. van de Wege, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft op 18 maart 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Op 22 april 2022 heeft mr. van de Wege namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft op 23 juni 2022 laten weten geen bezwaar te hebben tegen een proceskostenvergoeding zoals verzocht namens appellant.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 18 maart 2022 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.

De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op

€ 1.518,- in beroep en € 759,- in hoger beroep. In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding

€ 2.277,-.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.277,-.

Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2022.

(getekend) F.M. Rijnbeek

(getekend) H. Alajai

GdJ