Socialezekerheidsrecht

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad 3-1-2022, zie ECLI:NL:CRVB:2021:3363 voor de…

Centrale Raad van Beroep, 3 januari 2022

Zaakgegevens

Op 3 januari 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
3 januari 2022
Datum publicatie
1 februari 2022
Zaaknummer
17/8249 WIA-R
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:209
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad 3-1-2022, zie ECLI:NL:CRVB:2021:3363 voor de gerectificeerde tekst.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 28 oktober 2021, 17/8249 WIA

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 3 januari 2022

PROCESVERLOOP

Bij brief van 3 november 2021 heeft het Uwv verzocht de uitspraak van 28 oktober 2021 te rectificeren omdat daarin een onjuist bedrag aan te vergoeden bezwaarkosten staat. In de uitspraak stond te vermeld dat de te vergoeden bezwaarkosten € 748,- per procespunt zijn terwijl dit een bedrag moet zijn van € 534,- per procespunt.

De Raad heeft partijen bij brief van 23 november 2021 meegedeeld voornemens te zijn de uitspraak te rectificeren. In de genoemde brief is aan partijen meegedeeld dat zij binnen vier weken schriftelijk kunnen reageren op het voornemen van de Raad tot rectificatie van de uitspraak.

Beide partijen hebben de Raad schriftelijk laten weten geen bezwaar te hebben tegen de voorgenomen rectificatie.

OVERWEGINGEN

De Raad wijzigt de uitspraak van 28 oktober 2021, 17/8249 WIA als volgt.

Overweging 5 gaat luiden:

5. Aanleiding bestaat om het Uwv te veroordelen in de kosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 1.068,- in bezwaar, € 1.496,- in beroep en € 1.496,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, in totaal € 4.060,-.

De nieuwe beslissing zal gaan luiden:

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 3 oktober 2016;
- herroept het besluit van 29 maart 2016 en stelt de mate van arbeidsongeschiktheid en de resterende verdiencapaciteit vast op 73,84% en € 1.037,04 per maand en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 3 oktober 2016;
- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de kosten van appellant tot een bedrag van
€ 4.060,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 170,- vergoedt.

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 28 oktober 2021 als in de overwegingen is weergegeven.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van
L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 januari 2022.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) L.R. Scherpenzeel-Carlier

GdJ