Socialezekerheidsrecht
Verzet gegrond. Het griffierecht is alsnog tijdig voldaan.
Centrale Raad van Beroep, 23 november 2022
ECLI:NL:CRVB:2022:2513 · Centrale Raad van Beroep · 23 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2022-2513
Zaakgegevens
Op 23 november 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 november 2022
- Datum publicatie
- 25 november 2022
- Zaaknummer
- 21 / 1303 WLZ-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2022:2513
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet gegrond. Het griffierecht is alsnog tijdig voldaan.
Uitspraak
Datum uitspraak: 23 november 2022
21/1303 WLZ-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 8 maart 2021, 20/1373 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak op 30 september 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het hoger beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellant is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring en heeft verzet ingediend.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 23 juni 2022, waar partijen niet zijn verschenen.
Het onderzoek is heropend na de zitting.
OVERWEGINGEN
In de uitspraak van de Raad van 30 september 2022 is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In verzet geeft appellant aan dat hij de aangetekende betalingsherinnering van 25 mei 2021 niet ontvangen heeft.
De Raad heeft aanleiding gezien het onderzoek na de zitting van 23 juni 2022 te heropenen om het griffierecht alsnog te voldoen omdat de Raad niet heeft kunnen vaststellen dat de betalingsherinnering 25 mei 2021 op de juiste wijze door de Raad is verzonden.
Het griffierecht is alsnog tijdig voldaan.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
30 september 2021 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan appellant te vergoeden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E.P.J.M. Claerhoudt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 november 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt